Grauw oorzwammetje

Grauw oorzwammetje
Grauw oorzwammetje
Taxonomische indeling
Rijk:Fungi (Schimmels)
Stam:Basidiomycota (Steeltjeszwam)
Klasse:Agaricomycetes
Onderklasse:Agaricomycetidae
Orde:Agaricales (Plaatjeszwam)
Familie:Crepidotaceae
Geslacht:Crepidotus
Soort
Crepidotus autochthonus
J.E. Lange (1940[1])
sporen
Afbeeldingen op Wikimedia Commons Wikimedia Commons
Portaal  Portaalicoon   Biologie
Schimmels

Het grauw oorzwammetje (Crepidotus autochthonus) is een schimmel in de familie Crepidotaceae. Hij leeft saprotroof, terrestrisch, soms op hout in loofbossen op voedselrijke grond.

Kenmerken

Uiterlijke kenmerken

De hoed heeft een diameter van 20–30(–40) mm en is convex, waaiervormig, tolvormig of halfrond. Oudere gesteelde exemplaren zijn vaak genaveld. De kleur varieert van witachtig tot crème, het oppervlak is mat en zeer fijn fluwelig tot viltig. Naar de naar beneden gebogen rand toe is de hoed aanvankelijk dicht viltig, later vaak met een gespleten hoedhuid. Het vlees is dun en aan de aanhechtingsplaats behaard. De lamellen staan vrij dicht opeen, met talrijke korte tussenlamellen. Ze zijn smal (2–3 mm breed), recht tot licht buikig en lopen iets af. De kleur is leembruin tot bleekbeige; de lamelsnede is gaaf en deels golvend. De steel is kort, dik, witachtig en viltig, en blijft meestal duidelijk herkenbaar. De geur is afwezig en de smaak mild.

Microscopische kenmerken

De sporen meten 7-9 × 5-6 (Q=1,33 tot 1,63) en zijn breed ellipsoïd, afgerond of kort toegespitst. De wand is diepbruin, relatief dik en volledig glad, met een enkele oliedruppel in de inhoud. Er zijn gespen aanwezig op de septen van de hyfen. De basidia zijn 4-sporig met gespen en meten 24-30(-35) x 6,0-10,0 micron. De cheilocystiden zijn (11–)20–45(–55) × 5,5–11,0 µm, cilindrisch tot smal lageniform van vorm, tamelijk uniform, doorgaans tweecellig, hyaliene en dunwandig. De hoedhuid bestaat uit een cutis zonder pigment, opgebouwd uit rechtopstaande, cilindrische eindcellen. Er komen ook enkele pileocystiden voor met eenzelfde vorm als de cheilocystiden; deze zijn 3,0–6,0 µm breed en eveneens kleurloos.

Verspreiding

In Nederland komt het grauw oorzwammetje zeer zeldzaam voor. Hij staat op de rode lijst in de categorie 'ernstig bedreigd'.[2]