Courtaulds

Courtaulds was een Britse fabrikant van kleding, kunstvezels en chemicaliën, die aan de wieg stond van de Algemene Kunstzijde Unie (AKU), omdat de oprichter daarvan, Jacques Coenraad Hartogs, hier in de leer is geweest. In 1998 werd Courtaulds plc overgenomen door AkzoNobel, het concern waar AKU een onderdeel van is gaan uitmaken. In 2000 ging Courtaulds Textiles over naar het Amerikaanse Sara Lee Corporation.
Geschiedenis
Opbouw en groei
Het bedrijf is begonnen als een winkel in zijde, crêpe en textiel, die werd opgericht in 1794 door George Courtauld en zijn neef Peter Taylor. De winkel bevond zich te Pebmarsh in het noorden van het graafschap Essex. Deze zaak heette George Courtauld & Co. George' zoon Samuel Courtauld stichtte in 1810 een zijdespinnerij in Braintree, eveneens te Essex. De Courtaulds waren oorspronkelijk uit Frankrijk afkomstig, van waaruit ze omstreeks 1690 moesten vluchten, omdat ze hugenoten waren.
In 1818 keerde George Courtauld terug naar de Verenigde Staten, terwijl Samuel Courtauld en Taylor de onderneming – die nu bekendstond als Courtauld & Taylor – uitbouwden door meer fabrieken te bouwen, namelijk in Halstead en Bocking. In 1825 installeerde Courtauld een stoommachine in de fabriek te Bocking, en hij installeerde een mechanisch aangedreven weefgetouw te Halstead.
In 1850 had Courtauld meer dan 2000 mensen in dienst in zijn drie zijdespinnerijen, en hij kreeg ook meer partners erbij, waaronder in 1828 zijn broer, George Courtauld II (1802-1861) en in 1849 Peter Alfred Taylor (1819-1891), de zoon van Peter Taylor. Het belangrijkste product was rouwcrêpe. De prijzen voor crêpe daalden sterk in 1885, toen het niet meer in de mode was.
Op het eind van de jaren 90 van de 19e eeuw werd het viscoseproces ontwikkeld door Cross en Bevan. Stearn maakte vezels van viscose en nam er patent op. Courtaulds kocht de patenten en bouwde een fabriek in Coventry, die in 1905 ging produceren. In 1909 maakte deze al meer winst dan het conventionele deel van de productie, en in 1913 waren er reeds 3000 mensen in dienst. Het succes was mogelijk te danken aan kennis van de textielmarkt.
Ondertussen was ook de Vereinigte Glanzstoff Fabriken (VGF) begonnen met een kunstzijdefabriek in Flint. In 1913 begon deze fabriek met de productie van viscose, in overeenstemming met Courtaulds. De fabriek werd tijdens de Eerste Wereldoorlog in 1917 genaast door Courtaulds en ging verder onder de naam Aber Works. In 1920 werd Castle Works gebouwd, en in 1922 Deeside Mill. In 1936 openden de Greenfield fabrieken. Op zijn hoogtepunt had Courtaulds 10.000 medewerkers op zijn vier locaties. Maar sinds 1950 ging de textielproductie geleidelijk achteruit, zodat Aber Works gesloten werd in 1957. In 1966 werd ze weer geopend om opnieuw kunstzijde te produceren, maar uiteindelijk sloot ze definitief en werd gesloopt in 1984. Castle Works sloot in 1977 en Deeside Mill in 1989. De terreinen huisvesten nu een winkelcentrum respectievelijk gemengde bedrijventerreinen.
In 1945 was Courtaulds een van de vier bedrijven die de Europese kunstvezelindustrie domineerden, waarbij Algemene Kunstzijde Unie (AKU) en VGF als een enkele groep werden geteld. De andere fabrikanten waren CTA -dat later met Rhône-Poulenc fuseerde- in Frankrijk, en Snia Viscosa in Italië. De activiteiten van Courtaulds op het Europese continent bestonden uit een fabriek voor viscosevezels in Frankrijk, waar 3000 mensen werkten, en een 50% joint venture samen met VGF in Duitsland. Verder had Courtaulds een minderheidsbelang van 20% in een joint venture met Snia Viscosa. Deze laatste activiteit bloeide tot de jaren zestig van de 20e eeuw, waarna het product door modernere vezels werd vervangen.
Courtaulds diversificeerde ook. Niet alleen werden ook synthetische garens vervaardigd op basis van acryl, maar ook een coating-activiteit ontstond.
Stagnatie en opsplitsing
In later jaren, toen het slechter ging, werd ook de overgang gemaakt van een kunstvezelproducent naar een van de grootste textielconcerns ter wereld. Deze activiteit werd in 1990 losgemaakt van de rest van het bedrijf. Het merendeel van de productie zou voortaan plaatsvinden in Zuidoost-Azië en China. Het meest winstgevend was echter de chemiedivisie, wat echter sterk werd afgezwakt door de kunstvezelsector. Het chemiebedrijf ging verder als Courtaulds plc.
Courtaulds plc
De chemiedivisie had 23.000 mensen in dienst, maar stond onder druk van een recessie. Men ging besparen en sloot in 1991 de Franse viscosefabriek. Een winstgevend product was Tencel, een op cellulose gebaseerde vezel waarvan de productie echter nauwelijks afvalstromen met zich meebracht en die sterker was dan katoen of gewone kunstvezel. Ze werd voor luxe textiel gebruikt.
AkzoNobel had vooral belangstelling voor de coatingsdivisie van Courtaulds en nam het bedrijf Courtaulds plc over in 1998. Akzo bracht 20 april 1998 een bod uit van ƒ 6,3 miljard.[1] Na de koop zou de totale omzet van Akzo uitkomen op ƒ 31,5 miljard en het bedrijf 86.000 werknemers tellen, hiervan was een kwart de bijdrage van Courtaulds. Het Amerikaanse PPG Industries was ook geïnteresseerd in een overname. Na onderhandelingen tussen de twee bieders kwam men tot overeenstemming, na de overname gaat Akzo twee onderdelen, bouwverven en verpakkingslakken van Courtaulds in de Verenigde Staten, aan PPG verkopen voor ƒ 575 miljoen.
De Europese Commissie stemde in met de koop onder de voorwaarde dat de lucht- en ruimtevaartdivisie van Courtaulds wordt verkocht. In 2000 nam PPG Industries deze divisie over. Deze divisie vervaardigde coatings en afdichtmiddelen en had fabrieken in Frankrijk, de Verenigde Staten en Groot-Brittannië.
AkzoNobel voegde alle kunstvezelactiviteiten samen tot het bedrijf Acordis en verkocht dit in 1999 aan de beleggingsmaatschappij CVC Capital Partners, die het bedrijf weer opsplitste en delen ervan doorverkocht.
Courtaulds Textiles
Courtaulds Textiles was Groot-Brittanniës grootste producent van lingerie en ondergoed, die 20.000 medewerkers had in Europa, Noord-Amerika en Azië. Deze onderneming werd in maart 2000 overgenomen door Sara Lee en als divisie van Sara Lee behield het de naam. Sara Lee betaalde ƒ 543 miljoen en kreeg hiermee de merken Gossard, Berlei, Aristoc en Well Muceert in handen.[2]
- Dit artikel of een eerdere versie ervan is een (gedeeltelijke) vertaling van het artikel Courtaulds op de Engelstalige Wikipedia, dat onder de licentie Creative Commons Naamsvermelding/Gelijk delen valt. Zie de bewerkingsgeschiedenis aldaar.
- ↑ Akzo zeker van overname Courtaulds. Algemeen Dagblad (4 juni 1998). Geraadpleegd op 25 november 2025.
- ↑ Sara Lee koopt dure lingerie. Algemeen Dagblad (5 maart 2000). Geraadpleegd op 25 november 2025.