Cornelis van Aerssen (1543-1627)

Cornelis van Aerssen
Portret Cornelis van Aerssen, 1597 (Michiel Jansz. van Mierevelt)
Portret Cornelis van Aerssen, 1597 (Michiel Jansz. van Mierevelt)
Geboren mei 1543/1545
Antwerpen, Habsburgse Nederlanden
Overleden 22 maart 1627
Den Haag, Spaanse Nederlanden
Land Habsburgse Nederlanden
Beroep Griffier van de Staten-Generaal van de Nederlanden
Aangetreden 1584
Einde termijn 1627
Monarch Filips II
Voorganger Mattheus de Hennin
Opvolger Johan van Goch
Portaal  Portaalicoon   Politiek

Cornelis van Aerssen (Antwerpen, mei 1543[1]Den Haag, 22 maart 1627), heer van Spijk (vanaf 1611), was een Zuid-Nederlands jurist. Hij trad in 1574 als secretaris van Brussel aan, en enkele jaren later als pensionaris. Van 1584 tot 1627 was hij de eerste voor onbepaalde tijd benoemde griffier van de Staten-Generaal van de Nederlanden.

Loopbaan

Hoewel hij in geloofszaken tolerant was, verzette Van Aerssen zich tegen iedere verzoening met Filips II. Hij reisde veel en was in Delft op de dag dat Willem van Oranje werd vermoord, al wordt betwijfeld of hij daadwerkelijk getuige was van de aanslag. De aan hem toegeschreven notitie van de laatste woorden van de prins "Heere Godt weest mijn siele, ende dit arme volck ghenadich" is daardoor onzeker.

In 1584 werd Van Aerssen met andere gedeputeerden naar Frankrijk gestuurd om met Koning Hendrik IV te onderhandelen over het soevereine bestuur van de Nederlanden. Datzelfde jaar werd hij tot griffier van de Staten-Generaal benoemd. Hij bleef aanvankelijk in Brussel wonen, wat bij sommigen de indruk wekte dat hij niet geheel onverdacht was in de strijd tegen Spanje.

In 1602 werd de gevangen Spaanse bevelhebber Francesco de Mendoza in Den Haag benaderd om over vrede te spreken, maar zijn mandaat was beperkt. Tijdens de onderhandelingen over een wapenstilstand probeerde pater Jan Neyen, afgevaardigde van Spanje, Van Aerssen om te kopen. Van Aerssen maakte dit openbaar tijdens een vergadering van de Staten-Generaal, maar wist daarmee de hardnekkige verdachtmakingen in de publieke opinie niet weg te nemen.


Hij steunde aanvankelijk Johan van Oldenbarnevelt in diens streven naar een wapenstilstand, maar sloot zich later aan bij de oorlogspartij rond prins Maurits. Na de arrestatie van Oldenbarnevelt in 1618 legde Van Aerssen verklaringen af die diens positie verder verzwakten en bijdroegen aan de verdenking van samenspanning met Spanje.

In 1623 trok hij zich terug uit de Haagse politiek, al bleef hij in naam griffier. Hij overleed op 22 maart 1627 in Den Haag en werd begraven in de Grote of St.-Jacobskerk, waar ook zijn twee maanden eerder overleden vrouw begraven was.

Afkomst

Het geslacht Van Aerssen was afkomstig uit de zuidelijke Nederlanden. De naam kan een patroniem (Aertszoon) zijn, al is ook gesuggereerd dat er verband bestaat met de plaats Arcen, destijds vaak gespeld als Aersen of Aerssen.[2] Vermoed wordt dat Cornelis de zoon was van een Antwerps hovenier die in de gunst stond bij het Brusselse hof.[3] Op 5 september 1567 trad hij in Tubeke in het huwelijk met Emmerentiana de Regniers. Zij kregen drie kinderen: François, Jacques en Jehan. In 1611 werd hij Heer van Spijk, na aankoop van de heerlijkheid Nedereinde met het Huis te Spijk. Twee jaar later stond prins Filips Willem hem ook het Overeinde van Spijk af.[4]

Hoewel de Van Aerssens van oorsprong niet tot de adel behoorden,[5] werd zijn zoon François van Aerssen (1572-1641) op aandringen van prins Maurits in de Ridderschap van Holland genomen. Francois werd eveneens een vermaard diplomaat en zou een rol spelen bij de executie van Johan van Oldenbarnevelt.

Voorganger:
Mattheus de Hennin
Griffier der Staten-Generaal
1584-1627
Opvolger:
Johan van Goch