Cornelis Franx
| Cornelis Franx | ||
|---|---|---|
![]() | ||
| Algemene informatie | ||
| Geboortedatum | 6 februari 1893 | |
| Geboorteplaats | Schoterland | |
| Overlijdensdatum | 15 juni 1981 | |
| Overlijdensplaats | Wassenaar | |
| Werk | ||
| Beroep | civiel ingenieur | |
| Werkgever(s) | Gemeentewerken Rotterdam | |
| Studie | ||
| School/ |
Technische Universiteit Delft | |
| De informatie in deze infobox is afkomstig van Wikidata. U kunt die informatie bewerken. | ||
Cornelis Franx (Schoterland, 6 februari 1893 - Wassenaar, 15 juni 1981 ) was een Nederlands civiel ingenieur. Hij was adjunct-directeur bij Gemeentewerken Rotterdam en heeft in die functie veel gedaan aan waterbouwkundige werken en aan paalfunderingen. Hij heeft veel gepubliceerd.
Levensloop
Hij was de zoon van Cornelis Franx, bakker in Bovenknijpe. Hij haalde het diploma civiel ingenieur aan de Technische Hogeschool van Delft in juli 1920. Direct daarnaast hij benoemd tot ingenieur bij de Nederlandsche Maatschappij voor Havenwerken, met voorlopige standplaats Bandung. Met ingang van 1 januari 1922 is hij benoemd tot tijdelijk ingenieur 2e klasse bij het Rijksbureau voor Drinkwatervoorziening. Hij heeft toen onder meer de berekeningen uitgevoerd voor de drinkwatervoorziening van de stichting Vrederust in Bergen op Zoom.[1]
Gemeentewerken Rotterdam
Hij kwam daarna in dienst bij Gemeentewerken Rotterdam. Bij de bouw van de Parksluizen, omstreeks 1930, verrichtte hij oudheidkundig bodemonderzoek ter plaatse. daarna was hij tot zijn pensioen adjunct-directeur bij Gemeentewerken.
In zijn tijd bij Gemeentewerken heeft hij veel aandacht besteed aan het stroombrekend effect van vertande drempels nabij sluizen en stuwen; hierover heeft hij een discussie gehad in De Ingenieur met prof. Rhebock.[2] ook zijn verhandeling over schutsluizen leidde tot een discussie met ir.Josephus Jitta.[3] Ook zijn publicatie over de invloed van getij op grondwater leidde tot een inhoudelijke discussie. in De Ingenieur zijn in die tijd ook de nodige boekbesprekingen verschenen over grondwater, geotechniek en sluizen & stuwen (met name de waterdoorlatendheid van beton). Halverwege de dertiger jaren heeft hij vrij veel over heipalen gepubliceerd, wat soms tot discussie leidde.[4][5] Met name door de uitvoering van proefbelastingen op allerlei soorte palen heeft hij veel bijgedragen aan de kennis over paalfunderingen. Hij is in februari 1958 met pensioen gegaan.[6]
Opvallend is dat hij pas in 1935 lid van het KIvI geworden is, terwijl hij voor dit instituut voor die tijd het nodige gepresenteerd en gepubliceerd heeft.
Hij huwde op 25 augustus 1920 in Den Haag met Elisabeth Johanna Amsingh, zij is op 18 april 1934 overleden. Hij huwde op 20 augustus 1936 in Rotterdam met Gerarda Cornelia Maas, zij is op 20-2-1980 overleden in Wassenaar.
publicaties van ir. Franx
tijdschriftartikelen
- (7 april 1923). Berekening van excentrisch belaste constructies van gewapend beton. De ingenieur 38 (14)
- (13 juni 1925). Berekening van meervoudige portalen. De ingenieur 40 (24)
- (15 januari 1927). Capaciteit van sluizen en het Belgisch Verdrag. Een of meer sluizen noodzakelijk ?. De ingenieur 42 (3)
- (1927). De berekening van een paalfundering. Polytechnisch Tijdschrift : 921
- (28 februari 1928). Betonvastheid en cementkeuring. De ingenieur (4)
- (24 maart 1928). De berekening van ophaalbruggen. De ingenieur (12)
- (9 juni 1928). De tunnel als oeververbinding. De ingenieur (23)
- (27 oktober 1928). De Zahnschwelle van Prof. Rehbock. De ingenieur (43)
- (23 februari 1929). De nieuwere gezichtspunten inzake schutsluizen. De ingenieur (8)
- (27 juli 1929). Bijdrage tot de kennis van den invloed van de getijbeweging op de stijghoogte van het grondwater.. De ingenieur (30)
- (17 juli 1932). Critiek op het berekenen van een paalfundeering. De ingenieur (29)
- (22 mei 1931). Ontkisten, controleproeven en cementkeuring in verband met art. 18 der G.B.V. 1930. De ingenieur (21)
- (19 augustus 1932). Berekening van meervoudig statisch onbepaalde staafverbindingen met stijve knooppunten naar John E. Goldberg. De ingenieur (34)
- (20 april 1934). Proefbelasting van een Frankipaal en van eenige andere paalsoorten te Rotterdam. De ingenieur (16)
- (1 mei 1936). Hoogwaardig staal in verband met de G.B.V. 1930.. De ingenieur; Beton 4
- (5 maart 1937). De nieuwere gezichtspunten inzake de berekening van gewapend beton en onze betonvoorschnften. De ingenieur; Beton 5 (3)
- (1957). De ontwikkeling van de kademuurbouw in Rotterdam. De Ingenieur . ISSN:0020-1146 "OCLC 775284575"
boeken en brochures
- Ervaringen bij de uitvoering van betonwerken en fundeeringen : voordracht, gehouden voor de Betonvereeniging op 24 Februari 1942 te 's-Gravenhage.. Betonvereniging (1942).
- Merkwaardige oude fundeeringen blootgelegd te Rotterdam (1948).
- Rapport betreffende het zoutbezwaar i.v.m. het Botlekplan van Gemeentewerken Rotterdam. Gemeentewerken Rotterdam (1952).
- Berekening en ontwerp van een paalfundering (1960).
- De stijfheid, van platen, en balken; volgens de G.B.V. 1962.. Mouton, Den Haag (1962).
- De breukmethode volgens de G.B.V. 1962. Mouton, Den Haag (1962).
- (en) De Breuk-methode. Mouton, The Hague (1968).
- ↑ Carrière, J.E. (5 mei 1928). De drinkwatervoorziening van de stichting „Vrederust' te Bergen op Zoom. De ingenieur (18)
- ↑ Rehbock, Th (19 januari 1929). Het ontstaan van den getanden drempel (Zahnschwelle) ter voorkoming van het uitkolken van den bodem van waterloopen. De ingenieur (3)
- ↑ Josephus Jitta, J.P. (6 april 1929). De nieuwere gezichtspunten inzake schutsluizen.. De ingenieur (14)
- ↑ (2 november 1934). Proefbelasting en draagvermogen van heipalen.. De ingenieur; Beton 2 (11)
- ↑ (de) von Terzaghi, Karl (195035-12-20). Die Setzung der Fundierungen und ihre Wirkung auf den Oberbau. De ingenieur 50 (51)
- ↑ "Vandaag", Het Rotterdams Parool, 28 februari 1958. Geraadpleegd op 26 september 2025.
