Concilie van Orléans (511)

Het Concilie van Orléans was het eerste concilie in het Frankische Rijk dat in juli 511 werd bijeengeroepen door Clovis I.
Clovis had alle bisschoppen van zijn koninkrijk voor deze kerksynode uitgenodigd in Orléans om de machtsverhoudingen tussen kerkelijke en wereldlijke heersers te regelen. Na dit concilie hadden de Frankische heersers inspraak in de investituur van bisschoppen, die vanaf dan bevestiging van de Frankische koning nodig hadden voordat ze hun ambt mochten aanvaardden. Naast de toename van de binnenlandse politieke macht voor Clovis, was een ander aandachtspunt van het concilie de strijd tegen de Arianen.[1] Het concilie legde de fundamentele rechten van de Merovingische kerken vast en was het startschot van de kerkelijke reorganisatie in het Frankische Rijk. Het hoofdthema was daarbij de godsdienstbeoefening en de bijbehorende disciplinaire straffen. Het asielrecht in kerken werd geregeld, waardoor de wereldlijke en kerkelijke macht tegenover elkaar kwamen te staan. De wijding van geestelijken werd vanaf dan alleen toegestaan op bevel van de koning of met toestemming van een rechter. Op de belangrijkste kerkelijke feesten mocht het misoffer alleen worden gevierd in stedelijke kathedralen of parochiekerken, en niet langer in de oratoria van landelijke villa's. In het conciliebesluit werd waarzeggerij verboden op straffe van excommunicatie. Clovis had daarnaast aan de deelnemende bisschoppen verzekerd dat hij de kerkelijke bezittingen en de geestelijkheid zou beschermen.[2] De decreten werden op 10 juli 511 door tweeëndertig deelnemers ondertekend. De eerste ondertekenaar, en dus waarschijnlijk de voorzitter van het Concilie, was de Metropoliet van Bordeaux. [3] Volgens Eugene Ewig begint de geschiedenis van de Merovingische rijkskerk met het bijeengeroepen Concilie van Orléans.[4]
Referentie
- Dit artikel of een eerdere versie ervan is een (gedeeltelijke) vertaling van het artikel Konzil von Orléans (511) op de Duitstalige Wikipedia, dat onder de licentie Creative Commons Naamsvermelding/Gelijk delen valt. Zie de bewerkingsgeschiedenis aldaar.
Noten
- ↑ D. Wienecke-Janz (ed.), Die große Chronik-Weltgeschichte, 7: Vom Niedergang Roms zum Zeitalter der Karolinger (313–800), Gütersloh, 2008, p. 158.
- ↑ J. Kremer, Studien zum frühen Christentum in Niedergermanien, diss. Universiteit Bonn, 1993, p. 80.
- ↑ K. Schäferdiek, Schwellenzeit: Beiträge zur Geschichte des Christentums in Spätantike und Frühmittelalter. Walter de Gruyter, Berlijn - New York, 1996, p. 341.
- ↑ E. Ewig, Die Merowinger und das Frankenreich, Stuttgart, 20065, p. 103. Vgl. daarnaast ook: M. Hartmann, Die Merowinger, München, 2012, p. 22.