Commanderij van Ingen

Commanderij van Ingen
De commanderij in 1750
De commanderij in 1750
Locatie
Plaats IngenBewerken op Wikidata
Coördinaten 51° 58 NB, 5° 29 OL
Status en tijdlijn
Opening vóór 1317
Afgebroken 1909
Oorspr. functie commanderij van de Johannieter Orde
Portaal  Portaalicoon   Civiele techniek en bouwkunde

De Commanderij van Ingen of Commanderij van St. Jan was een commanderij van de Johannieter Orde in het Nederlandse dorp Ingen, provincie Gelderland. De commanderij is in de middeleeuwen gesticht en heeft tot in de 19e eeuw bestaan. De laatste restanten van de gebouwen zijn in 1909 afgebroken.

Geschiedenis

Stichting van de commanderij

Het is niet bekend wanneer de commanderij te Ingen is gesticht. De oudste vermelding van de commanderij dateert uit 1317: in een oorkonde uit dat jaar erkent Jacob van Zuden - de in het Utrechtse Catharijneconvent zetelende commandeur van de Johannieter Orde - dat de Gelderse graaf Reinald I het Catharijneconvent had begiftigd met een jaarlijkse erfrente van twaalf pond zwarte tournoisen. Met deze erfrente diende in de kapel van de commanderij Ingen een altaar te worden bekostigd ten behoeve van het zielenheil van de graaf. Dit bedrag van twaalf pond was afkomstig uit de tienden van de 24 morgen land die de commanderij bezat in de polder van Ingen.

Mogelijk had de Johannieter Orde de gronden te Ingen al in de 13e eeuw in bezit gekregen. De laatste heer van Lienden deed in 1202 namelijk mee aan een kruistocht en zou zijn gronden hebben geschonken aan de Orde, die daar vervolgens een commanderij stichtte.

Een andere aanwijzing voor een vroegere betrokkenheid van de Orde is het in 1248 verkregen collatierecht van de parochiekerk van Ingen. In dat jaar schonk de bisschop van Utrecht dit recht aan het Catharijneconvent,[1] zodat de Ingense pastoors voortaan afkomstig waren uit de Utrechtse balije van de Johannieter Orde.[2]

Verwoesting

In 1319 werd de commanderij verwoest, het koren platgebrand en het vee geroofd. Dit gebeurde tijdens een militaire actie van de graaf van Gelre tegen de Utrechtse bisschop. Commandeur Jacob van Zuden wist na procederen een forse vergoeding voor de geleden schade te verkrijgen van zowel de bisschop als de graaf en het dorp Lienden.[2]

15e en 16e eeuw

Een mededeling uit 1391 duidt er op dat de commanderij toen onderhorig was aan de commanderij van Arnhem. In 1414 bleek de Ingense commanderij toch weer zelfstandig te zijn. De band met Arnhem bleef echter bestaan: zo kreeg de commandeur van Ingen in 1471 een brief van de stad Arnhem over het wangedrag van enkele leden van de Arnhemse commanderij. De stad vroeg hem om dit aan te kaarten bij de balije te Utrecht.

De eerste Ingense commandeur waarvan de naam bekend is, betreft Lambertus van Moldick. Hij wordt in 1416 in enkele akten genoemd.

In 1422 vonden in het commandeurshuis vredesonderhandelingen plaats tussen het hertogdom Gelre en het Sticht Utrecht.

Otto van Sevenhusen was in 1495 de commandeur in Ingen. Hij was op 3 augustus aanwezig bij de inspectie die de visitatoren van de Orde uitvoerden.

In 1540 was er ook weer een inspectie: commandeur Willem was net overleden en zijn functie werd waargenomen door Bernhard van Duven, commandeur van de balije Utrecht.

In 1576 werd het hoofdgebouw van de commanderij door oorlogsgeweld beschadigd. De commandeur Hendrik Ruysch week noodgedwongen uit naar het hoofdkwartier in Utrecht.

Reformatie en Staten van Utrecht

Vanwege de voortschrijdende reformatie in de 16e eeuw kwamen de katholieke commanderijen onder invloed van de overheid te staan. In 1602 namen de Staten van Utrecht het beheer over van de bezittingen van de Johannieter Orde, waaronder de commanderij van Ingen. Een jaar later werd de balije Utrecht nog gevisiteerd door de Orde, waarbij de vraag naar voren kwam of de commandeurs aan de Staten hadden verzocht het katholieke geloof te mogen herstellen. De Ingense commandeur Andreas Schimmelpenninck gaf toen aan dat hij zijn katholieke geloof stiekem beleed en dat het veiliger voor hem was geweest om de geloofskwestie niet aan te kaarten bij de Staten.

De rol van de Johannieter Orde was in ieder geval uitgespeeld. Voortaan benoemden de Staten van Utrecht de commandeur van Ingen. Dit was nu vooral een erefunctie geworden die voor extra inkomsten zorgde. Zo kon het gebeuren dat in 1632 de elfjarige Godart van Rheede werd benoemd tot commandeur en in 1667 de driejarige Gosewijn van Lawick.

In 1633 volgde binnen de Staten van Utrecht een verdeling van de commanderijen die onder de balije Utrecht ressorteerden. Hierbij kwam de commanderij van Ingen toe aan de stad Utrecht, die nu voortaan de commandeurs mocht benoemen. In 1644 en 1718 probeerde de stad de landerijen van commanderij te verkopen, maar de Staten van Gelderland wisten dit te verhinderen.[3]

Het einde van de commanderij

In 1784 droeg Utrecht de commanderij van Ingen over aan stadhouder Willem V van Oranje-Nassau, die dus voortaan de commandeurs benoemde. De landerijen kwamen in beheer bij Domeinen.[3] In 1839 zijn de bezittingen van de commanderij uiteindelijk geveild in Tiel.

In de 17e eeuw verkeerden de gebouwen op het commanderijcomplex nog in een goede staat. In 1765 echter bleek dat gedeeltes bouwvallig waren geworden. In 1845 zou de 'grote zaal' van het commandeurshuis tijdens een storm zijn ingestort. Vijf jaar later werd de ambtmanskamer - waar de dijkstoel bijeenkwam - afgebroken.[1] Ook de kapel moest er aan geloven, nadat deze door een wagenmaker was gebruikt voor zijn bedrijfsvoering.[3]

De overgebleven delen van het commanderijhuis zijn in de 19e eeuw verbouwd tot een boerderij.[1] Pogingen om dit bouwwerk te restaureren, mislukten en in 1909 is de boerderij gesloopt.

Beschrijving

Het commanderijcomplex bestond uit het commandeurshuis, een kapel, een bouwhuis, stallen en twee rosmolens. De onderkelderde kapel was geschonken door graaf Reinald I van Gelre (1271-1326).[1]

Visitaties

Bij de visitatie van 1495 door de Johannieter Orde werd de commanderij omschreven als een groot stenen huis, omgeven door een gracht. Het huis beschikte over negen bedden voor de verzorging van zieken.[1] De parochiekerk van Ingen - toen nog gewijd aan Johannes de Doper - behoorde eveneens tot de bezittingen van het huis. In de commanderij woonden twee kapelaans, een kok, keldermeester en een koksjongen. De keldermeester was tevens bakker en bierbrouwer. De commanderij beschikte over 241 morgen aan gronden, die voor het grootste deel in pacht waren uitgegeven. Verdere inkomsten werden verkregen uit de inning van de tienden, waarbij de helft naar de commanderij ging en de andere helft naar diverse edelen. Met een jaarinkomen van ruim 242 goudgulden was deze commanderij een van de rijkere binnen de Johannieter Orde. Van de inkomsten droeg de commanderij 100 goudgulden af aan het hoofdkwartier te Utrecht.

De commanderij in 1646

De visitatie van 1540 maakte duidelijk dat de commanderij op dat moment 163 morgen grond in pacht had uitgegeven. Van de tienden ontving de commanderij een derde deel. Verder beperkte het aantal bewoners zich tot de commandeur, een kapelaan en enkele bedienden. In Maurik beschikte men over een eigen hof waar eveneens agrarische activiteiten plaatsvonden.

In 1594 gaf de visitatie aan dat het huis door oorlogsgeweld in 1576 was vernield. Hoewel de commandeur daardoor in Utrecht woonde, beschikte de commanderij nog steeds over de gronden in Ingen en een bouwhof te Maurik.

Kaart uit 1646

In 1646 liet de stad Utrecht een kaart maken van de commanderij Ingen. Hierop is een omgracht complex te zien met twee toegangen: een grote poort aan de oostzijde en een kleine toegang aan de zuidwestzijde. Via de kleine toegang kon de parochiekerk van Ingen rechtstreeks worden bereikt.

Muurschilderingen

Rechts het wapen van de Johannieter Orde op een zuil in de kerk van Ingen

In de parochiekerk van Ingen zijn muurschilderingen uit begin 16e eeuw te zien die verwijzen naar de Johannieter Orde. Een van de wapens is van commandeur Bernardus van Duven. Mogelijk was hij in 1510 - het jaar dat de verbouwing van de kerk werd afgerond en de schilderingen zijn aangebracht - commandeur te Ingen. Later was hij in ieder geval commandeur van de balije Utrecht.[4]

Zie de categorie Commanderij van St. Jan van Wikimedia Commons voor mediabestanden over dit onderwerp.