Colloquium van Marburg

Het Colloquium van Marburg of het Marburgse Godsdienstgesprek (Duits: Marburger Religionsgespräch) vond plaats tussen 1 en 4 oktober 1529 in het Landgravenkasteel van Marburg in Hessen, Duitsland.
Het colloquium was een initiatief van landgraaf Filips I van Hessen om de belangrijkste figuren van het protestantisme samen te brengen. Luther, Brenz, Osiander en Melanchthon stonden er tegenover Zwingli en Oecolampadius, terwijl onder anderen Bucer probeerde de twee partijen te verzoenen.
De aanleiding van de conferentie was het geschil tussen Luther en Zwingli over de de realiteit van Christus' aanwezigheid bij de viering van de eucharistie.
Filips I van Hessen van zijn kant wilde een alliantie van protestantse staten en een voorwaarde daartoe was een religieuze harmonie.
Ondanks het feit dat de Rijksdag van Spiers (1529) het Edict van Worms had bevestigd, wilde men de meningsverschillen tussen Luther en Zwingli verzoenen om te komen tot een verenigde protestantse theologie.
Op het colloquium lagen de zogenaamde vijftien Marburgse Artikelen voor. Luther en Zwingli waren het eens over veertien punten, maar niet over het vijftiende, de Eucharistie. Luther geloofde dat de woorden "Dit is mijn lichaam, dit is mijn bloed" betekenen dat het lichaam en bloed van Christus werkelijk aanwezig zijn in het sacrament, maar Zwingli zag het brood en de wijn eerder als symbolen van Christus. Zie: consubstantiatie of transsubstantiatie.
Het jaar daarop, in 1530, onderzochten zwinglianen en lutheranen op de Rijksdag van Augsburg dezelfde thema's en presenteerden ze dezelfde verschillen.