College van de Heilige Drievuldigheid

Voormalig universitair College van de Heilige Drievuldigheid in Leuven, België. Thans Heilige-Drievuldigheidscollege voor voortgezet onderwijs
Voor de jozefietenschool in dit gebouw vanaf 1843, zie Heilige-Drievuldigheidscollege.
Gedenksteen boven de poort die de voorgeschiedenis met het College van Vaulx vermeldt

Het College van de Heilige Drievuldigheid of Nieuw College was een universitaire instelling van de Oude Universiteit van Leuven in de Zuidelijke Nederlanden. Het verschafte voortgezet onderwijs. Het college was deel van de faculteit Artes.

Het college bestond eerst aan de Brouwersstraat (1559-1658) en vervolgens aan de Oude Markt (1658-1797).[1]

Historiek

College van Nieulandt of College van Gent

Frans van de Nieulande, in het Latijn genaamd de Nova Terra, was afkomstig van Gent en werkzaam als scholaster in de Sint-Pieterskerk van Leuven. Zijn wens was een school op te richten die de vrije kunsten onderwees net zoals de Artesfaculteit deed.[2] Ondanks verzet van deze faculteit stichtte van de Nieulande in 1559 zijn school. Hij bekwam dat deze ingekapseld was in de universiteit van Leuven in de faculteit Artes. Bij gebrek aan schoolgebouw organiseerde hij de lessen in zijn woonhuis in de Brouwersstraat, destijds Langhenbruel geheten. De onderwijsvakken waren beperkt tot de klassieke talen. Het college had de naam Gents College, ook na zijn dood.

In 1574 overleed van de Nieulande. Bij testament schonk hij zijn school aan de universiteit. Het schoolbestuur werd snel geconfronteerd met financiële problemen.

College van Vaulx

Jacques de Bay (1545-1614)[3], hoogleraar theologie, was testamentair uitvoerder van Jean de Vaulx. Jean de Vaulx was een patriciër uit Rijsel die zijn laatste levensjaren had doorgebracht in het Bogaardenconvent. Vaux' testament bepaalde niet aan wie of wat zijn fortuin mocht gaan (1589). Jacques de Bay gaf gehoor aan de vraag om financiering vanuit het College van Nieulandt. Hij besteedde daarom Vaulx’ fortuin aan de exploitatie van de school, dat voortaan de naam droeg van College van Vaulx.

College van de Heilige Drievuldigheid of Nieuw College

De Artesfaculteit besloot tot de nieuwbouw van een barok gebouw, dat het onderwijs moest overnemen van het College van Vaulx in de Brouwersstraat (1657). Ze kozen voor de percelen aan de volledige zuidkant van de Oude Markt; hiertoe moesten alle huizen aan de Crabbendijck tegen de vlakte.[4] De kosten voor de aankoop en bouw waren niet min. Het College van Vaulx moest 9.000 fl bijdragen. Zelf betaalde de Artesfaculteit 4.000 fl en deed ze daarnaast beroep op oud-studenten voor giften. Ook dit bleek onvoldoende. De Artesfaculteit deed vervolgens beroep op de abdijen in het hertogdom Brabant om te sponsoren met belangrijke giften.

In 1658 legde rector Jacques Pontanius de eerste steen, in aanwezigheid van het stadsbestuur. De architect was Jan du Can of Jan van der Can.

Het barokke gebouw was klaar in 1659. De universiteit koos voor de naam College van de Heilige Drievuldigheid, doch het bleef in de volksmond bekend als Nieuw College. De lessen klassieke talen kenden een succes. In 1684 werd een tweede vleugel gebouwd achter de speelplaats met kapel, keuken en eetzaal. Het college publiceerde handboeken Latijn. Hiermee ging ze in concurrentie met het Collegium Trilingue aan de Vismarkt. Het Nieuwe College kende enkele bekende oud-leerlingen, zoals Philip Verheyen, Hendrik Jozef Rega, Xavier Jacquelart en Guillaume van Gobbelschroy. Dezen werden allen later hoogleraar aan de universiteit van Leuven.

In de loop van de 18e eeuw namen de activiteiten van het college belangrijk toe, in die mate dat het Collegium Trilingue zijn lessen afbouwde.

In 1797 sloot het Frans bestuur in de Nederlanden de universiteit. Voor het college van de Heilige Drievuldigheid betekende dit een openbare verkoop. Pas in 1804 waren er twee kopers: de Fransen Nicolas Jourd’heuil en Jean Lamoureux. Zij gebruikten het gebouw voor de opslag van veevoeder. In 1812 was het tijdelijk een militair hospitaal. In 1813 braken ze het gebouw achter de speelplaats af, waarin de refter en de kapel stonden. Het overblijvende barokke gebouw aan de Oude Markt verhuurden de mannen aan marktkramers en cafébazen. Jourd'hueil en Lamoureux gingen niettemin failliet.

Het pand werd in 1820 opgekocht door Dominique-Joseph Mosselman voor zijn handel in oliën. Weduwe Mosselman en haar zonen verkochten het leegstaand college in 1843 aan de paters jozefieten. Dezen richtten er een school in na grondige herbouwing, dewelke dezelfde naam droeg als vijftig jaar tevoren.[5]