Claude Strebelle
| Claude Strebelle | ||||
|---|---|---|---|---|
| Persoonsinformatie | ||||
| Nationaliteit | ||||
| Geboortedatum | 2 november 1917 | |||
| Geboorteplaats | Kraainem (Brussel) | |||
| Overlijdensdatum | 16 november 2010 | |||
| Overlijdensplaats | Luik | |||
| Opleiding en beroep | ||||
| Alma mater | Koninklijke Academie voor Schone Kunsten van Brussel, École nationale supérieure des beaux-arts | |||
| Beroep(en) | architect,[1] planoloog | |||
| Werken | ||||
| Praktijk | Groupe Yenga (Congo), Atelier d'Architecture du Sart-Tilman (Luik) | |||
| Belangrijke gebouwen | Sozacom-toren en theater, Lubumbashi; Maison des Machines en facultaire gebouwen, Luik; Centrum voor Oceanografisch Onderzoek, Cavi | |||
| Belangrijke projecten | Sart-Tilman Campus UL, Sart-Tilman | |||
| ||||
Claude Rodolphe Strebelle (Kraainem (Brussel), 2 november 1917 – Luik, 16 november 2010[2]) was een francofoon Belgische architect en stedebouwkundige. Zijn oeuvre is een voorbeeld van postmodernistische en brutalistische architectuur.
Familie
Claude Strebelle kwam uit een artistieke familie. Zijn vader was de Brusselse kunstschilder Rodolphe Strebelle (1880–1959).[3] Zijn van origine Nederlandse moeder, Clara Catharina Cochius, was eveneens kunstschilder. Ze was extravert en dominant[4] en gold als de kern van het gezin.[5]
Claude had twee broers, Jean-Marie Strebelle (1916-1989), die evenals zijn vader kunstschilder was, en Olivier Strebelle (1927-2017), beeldhouwer.[6] Hij had ook een zus, maar die was reeds in de peutertijd overleden.[5]
Claude trouwde in 1945 met Fifi Zavaroni, zus van beeldhouwer Aroldo Zavaroni.[4] Ze kregen een zoon, Vincent Strebelle (1946), die beeldend kunstenaar werd.[7]
Levensloop
Claude Strebelle was geboren in Kraainem. Een gemeente aan de rand van Brussel. Zijn jeugd bracht hij en zijn broers door in de wijk Kamerdelle, naast de wijk Krabbegat in Ukkel. Dat waren toentertijd afgelegen landelijke wijken waar veel kunstenaarsfamilies woonden die bij elkaar over de vloer kwamen. De jongens groeiden op ‘met een radicaal besef van persoonlijke vrijheid, experimenteel gedrag en intellectuele ongebondenheid’.[4]
Opleiding
Claude deed zijn architectuurstudie aan de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten van Brussel. Hij studeerde er in 1941 af in het atelier van Henry Lacoste. Hierna vervolmaakte hij zich in de resr van de oorlogsjaren aan de École nationale supérieure des beaux-arts in Parijs.
Tegelijkertijd zat Strebelle in het verzet, als verbindingsman met de Londense Intelligence Service. Na de oorlog ontving hij hiervoor het Frans Oorlogskruis met bronzen ster met speciale vermelding van Generaal de Gaulle voor bewezen diensten.[4]
Kunstenaarscollectief (1946-1949)

De net afgestudeerde Strebelle begon plannen uit te tekenen voor 'Atelier Groenhove', een kunstenaarscommune (phalanstère) in kasteel Groenhove in Torhout. Hij trok er in 1946 in, samen met zijn broer Jean-Marie en de kunstschilder Carlo de Brouckère. Strebelles broer Olivier vervoegde zich later bij hen. Ook Theo Kissilov, de architect André Jacqmain en onder andere beeldhouwer Aroldo Zavaroni - tevens de schoonbroer van Claude - sloten zich aan.[8] Na een kleine drie jaar dat door betrokkenen als positief en verrijkend werd ervaren, viel de groep uit elkaar; dat was net voor de sloop van het kasteel in 1949.[4]
Belgisch-Congo (1949-1960)
![]() |
![]() | |
Sozacom-toren aan de Boulevard du 30 juin in Kinshasa | ||
In de periode van 1949 tot 1953 ging Strebelle aan de slag bij de Compagnie du Katanga in Elizabethville (thans Lubumbashi), Belgisch-Congo. In de eerste helft van de jaren vijftig, na de opdracht gekregen te hebben de theater van Lubumbashi te ontwerpen, zette hij het architectenbureau Yenga (Swahili voor "bouwen") op met jonge lokale architecten.[9] Zijn belangrijkste werk uit die periode is het pand voor het hoofdkantoor van de Unie van Mijnbouw in Lubumbashi. Dit pand is thans bekend als de Sozacom-toren. Via dit project leerde hij de toenmalige rector van de Universiteit van Luik kennen, die hem begin jaren zestig zou aantrekken voor een grote klus.
Universiteit van Luik (1961-1984)
Strebelle keerde omstreeks 1960 terug naar België. In 1961 trad hij in dienst bij de Universiteit van Luik, die toen een nieuwe campus aan het ontwikkelen was. Hij werd belast met de verstedelijking en de coördinatie van de bebouwing van de campus in Sart-Tilman, een locatie op een heuvel in bosrijk gebied. Hij zette er hetzelfde jaar het Atelier d'architecture du Sart Tilman op. In 1965 benoemde de Raad van Bestuur van de Universiteit hem tot campusplanner en -architect. Strebelle realiseerde, alleen of in samenwerking, onder meer het centrale bedieningsgebouw en de centrale stookinstallatie, amfitheaters, de instituten voor Geologie en Chemie, evenals de Faculteit der Rechtsgeleerdheid. Ook het openluchtmuseum op de campus is van zijn hand. Hij zou tot 1984 aan de universiteit verbonden blijven.
Latere jaren
Strebelle verliet de Universiteit van Luik rond zijn pensioensgerechtigde leeftijd. Hij werd in 1984 door stad Luik belast met de rol van coördinator voor de herinrichting van het Sint-Lambertusplein; in 1985 maakte hij een eerste schéma directeur dat brak met eerdere plannen, waarna het definitieve schema in 1988 werd aangenomen.[10] In de jaren daarna bleef hij betrokken bij de herontwikkeling van het stadscentrum rond Saint-Lambert, waaronder Îlot Saint-Michel. Dit in 1999 gerealiseerde project werd in 2000 bekroond met de juryprijs van het Prix de l’Urbanisme de la Ville de Liège.[11]
Stijl
Claude Strebelles stijl was "tropisch modernistisch" in zijn Congo-periode[12] en postmodernistisch/brutalistisch in zijn vroege Luikse periode, met een duidelijke ontwikkeling richting een meer “villageoise” (dorpse) architectuur in de late jaren 1970 en vroege jaren 1980. In de eerste campusfase past hij in het modernistische idioom van eenvoudige volumes, platte daken, nadruk op beton en een sobere, weinig ornamentale vormentaal, waarbij een “interessante synthese tussen vorm en functie” zichtbaar is in onder andere de centrale verwarmingsinstallatie en het Poste central de Commande.[13]
Tegelijk wordt het Sart-Tilman vanaf de jaren 1960 beschreven als een “laboratorium” van late moderniteit met belangrijke brutalistische realisaties door onder andere Strebelle.[14] Vanaf het midden van de jaren 1970 tot omstreeks 1985 is er een koerswijziging: Strebelle kondigt in 1977 een breuk aan met de eerdere “rigide” benadering; in zijn markante gebouwen voor Rechten en Psychologie worden volumes opgebroken, daken vaker hellend, en verschijnt baksteen (onder andere bij Psychologie), wat een bewuste wending zou zijn naar een meer “villageoise” architectuur zonder in regionalisme te vervallen.[13]
Een verwante gevoeligheid voor site en ruimtelijke beleving is ook zichtbaar in de beschrijving van zijn eigen Maison Strebelle op de campus van de Universiteit van Luik: deze is ontworpen “in een geest van communie met de plek”, met een compositie van betonblokken, lichtkaatsende patio’s en een strak geordend plan.[15]
Oeuvre (selectie)
Projecten in voormalig Belgisch-Congo:
- 1956: Huis van Strebelle, Lubumbashi[12]
- 1956: Gebouw van de Unie van Mijnbouw, Lubumbashi (Union Minière du Haut-Katanga)
- 1953-56: Gemeentelijk theater van Lubumbashi[9]
- 1959-61: Museum, Lubumbashi[9] [16]
- 1969-1977: Tour Sozacom, Kinshasa; in samenwerking met André Jacqmain[12][17]

Projecten voor Universiteit Luik (voornamelijk op de Sart-Tilman-campus):
- 1961–1966: Machinegebouw van de campus
- 1966: Centraal gebouw
- 1968: Studentenhuisvesting

- 1971: Centrum voor Oceanografisch Onderzoek in Calvi (STARESO), Corsica[18] Een complex "hors les murs"[19]
- 1981: Faculteiten Psychologie en Rechtsgeleerdheid
Andere projecten:
- 1984: herinrichtingsplan van het Sint-Lambertusplein, Luik[10][20]
- 1995: Winkelcentrum Belle-Île, Luik
- 1980: Huis Strebelle[18][21], Luik. Dit huis was de inspiratiebron voor Strebelle, een serie grafieken van Emily Forgot.[22]
Varia
- Strebelle was lid van de académie royale de Belgique.[2]
- Het huis van Olivier Strebelle in Ukkel, dat ook een studio van Claude Strebelle bevatte, was in 1958 gebouwd naar ontwerp van de bevriende architect André Jacqmain.[23]
Externe links
- (en) Strebelle, Claude; Sart Tilman, L'invention du parc. (grafiek). RNDRD (1984).
- Enkele werken van Strebelle op Paradise Backyard.
Bronnen en referenties
- (fr) Henrion, Pierre, Claude Strebelle, architecte urbaniste, du Sart Tilman à Calvi. Uliège (2009).
- (fr) Frankignoulle, Pierre, Claude Strebelle, créateur d'un campus dans la nature. Uliège (2010).
- (pt) Durante, Silvio, STREBELLE, Claude. Enciclopaedia biografica de arquitetas e arquitetos (2015).
- (fr) Claude Strebelle (1917-2010) (biografie), Rectorat amphi, mei 2020 p.10
- ↑ Union List of Artist Names; geraadpleegd op: 7 februari 2024; datum van uitgave: 5 november 2010; ULAN-identificatiecode: 500107046.
- 1 2 (fr) Claude Strebelle. Musée en plein air - Sart Tilman ». Geraadpleegd op 12 januari 2026.
- ↑ (fr) MA Claude Strebelle. Maison d'Architecte (11 januari 2026). Geraadpleegd op 11 januari 2026.
- 1 2 3 4 5 Devriese, Rudi, Het atelier van Groenhove in Torhout: de wieg van de Cobra-beweging in België?. De Vierkante Cirkel (2022). Geraadpleegd op 11 januari 2026.
- 1 2 UCCLENSIA, november 2019, nr. 276
- ↑ Strebelle, Olivier - Persée. www.persee.fr. Geraadpleegd op 11 januari 2026.
- ↑ (fr) Vincent Strebelle. Musée en plein air - Sart Tilman ». Geraadpleegd op 11 januari 2026.
- ↑ Avni, Sarah; Guilleux, Thomas (2013) André Jacqmain - Memories Can't Wait, CLARA Recherche/Architecture, 2015, nr. 3, p.175 – 182 pp.176-187
- 1 2 3 Lagae, Johan (2008). From "Patrimoine partage" to "whose heritage"? Critical reflections on colonial built heritage in the city of Lubumbashi, Democratic Republic of the Congo. Afrika Focus 21 (1): pp.11-30
- 1 2 (fr) La reconstruction de la place Saint-Lambert. Ville de Liège. Geraadpleegd op 11 januari 2026.
- ↑ Hanique, Julie, Îlot Saint-Michel (B). Guides.archi. Geraadpleegd op 11 januari 2026.
- 1 2 3 (fr) Boisseson, Jean-Baptiste de (2016), Le "Modernisme tropical" Essai de définition : Regard croisé entre Congo Belge et Brésil, Université Libre de Bruxelles
- 1 2 (fr) Frankignoulle, Pierre (2014). Le domaine universitaire de Liège et son patrimoine architectural. Presses universitaires de Perpignan, Perpignan, 261–270. ISBN 978-2-35412-429-8.
- ↑ (fr) Delmelle, Nathalie, Brutalism in ULiège. Liege Université / Architecture (4 januari 2025). Geraadpleegd op 11 januari 2026.
- ↑ (fr) B3c · Maison Strebelle. Uliege (>2014). Geraadpleegd op 11 januari 2026.
- ↑ (en) Musée national de Lubumbashi. MoMAA. Geraadpleegd op 10 januari 2026.
- ↑ (fr) Tour Sozacom. Atelier d'Architecture de Genval (12 februari 2015). Geraadpleegd op 11 januari 2026.
- 1 2 (en) Wood, Betty, Property of the week: Belgian architect Claude Strebelle’s geometric home. The Spaces (25 oktober 2017). Geraadpleegd op 10 januari 2026.
- ↑ Frankignoulle (2010)
- ↑ (fr) Hanique, Julie; Moor, Thomas, Place Saint-Lambert. Guides.archi. Geraadpleegd op 11 januari 2026.
- ↑ (fr) Getry, Michel, L'ancienne demeure de Claude Strebelle, devenue 'résidence d'artiste' de Philippe Hoornaert. RTBF (13 augustus 2017). Geraadpleegd op 11 januari 2026.
- ↑ (en) Han, Semi, Competition: win three architectural prints by Emily Forgot. Dezeen (23 mei 2019). Geraadpleegd op 12 januari 2026.
- ↑ (en) Lyons, Helen, Uccle home of Strebelle brothers protected as Brussels heritage. The Bulletin (10 februari 2022). Geraadpleegd op 11 januari 2026.

