Christiaan Nielsen

Hervormd Kerkje Ens (foto, 2012)
Hoofdgebouw VU (foto, 2019)

Christiaan Nielsen (Vlieland, Franekeradeel, 18 november 1910Bergen, 19 maart 1995) was een Nederlands architect. Hij was de laatste stadsbouwmeester van gemeente Amsterdam.

Achtergrond

Nielsen was zoon van het Friese echtpaar Rinske de Jong en Klaas Nielsen, beidden uit Barradeel. In 1940 trouwde Christiaan Nielsen met Maria Wilhelmina Johanna Muller (1917-1987).

Bij zijn militaire keuring in 1929 gaf hij op dat hij zes jaar lagere school had en bezig was met vaktekenen op de Industrieschool van de Maatschappij voor den Werkenden Stand (2e-jaars, diploma 1936). Daartussen zat dan nog een opleiding aan de driejarige hogereburgerschool. Bovendien had hij na 1936 een aantal jaren gewerkt bij Frits Eschauzier. Hij had in 1962 verder ervaring opgedaan als architect van protestante kerken (Almkerk[1], Werkendam[2], Bussum, Zwolle[3]), woonwijken (Castricum) en scholen. Hij was voorzitter van de Amsterdamse afdeling van Bond voor Nederlandse Architecten (BNA). Als stadsarchitect was hij de opvolger van Ben Merkelbach. Het was de bedoeling dat de bedrijfsmatige werkzaamheden in samenwerking met Joop Spruit (Johannes Hendricus Christiaan Spruit, 1910-1988) langzaam zouden afnemen ten opzichte van zijn stadsbouwmeesterschap, want daarbij kreeg hij te maken met (de start van) grote projecten. De Vijzelbank van Marius Duintjer moest ingepast worden, als ook de Stopera van Cees Dam, Wilhelm Holzbauer, Bernard Bijvoet en Gerard Holt. Bovendien zat hij als stadsbouwmeester ook in de directie van de Publieke Werken en jurylid bij de Amsterdamse Architectuurprijs. Hij was tot slot coördinator bij de uitbreidingsgebieden van Slotervaart, Osdorp, Buitenveldert en Amsterdam-Noord. Ook kwam het verzoek om een (nieuwe) inventarisatie te maken voor monumentenzorg. Hij zag de bui daarbij al hangen met tegenstrijdige belangen. Als stadsbouwmeester zou hij moeten kiezen tussen slopen (nieuwe planning) of behoud (staat in de weg bij planning). Hij besteedde dat onderzoek uit. Het afsterven van opdrachten bleek tegen te vallen, want ten tijde van het jarenlange overleg over de Stopera moest hij zelf aan het werk bij de bouw van het Hoofdgebouw Vrije Universiteit, dat men eerst verafschuwde, maar later juist liefhad (het werd niet gesloopt). Alles bij elkaar gaf hij aan dat hij de keus voor het nieuwe stadhuis nog zou begeleiden, maar daarna als zelfstandig architect met Architectengroep '69 zou doorgaan.

Opvallend is dat twee brutalistische gebouwen elkaar tijdens zijn loopbaan kruisen. Nielsen ontwierp dus zelf het Hoofdgebouw Vrije Universiteit, maar besliste ook mee in de toekenning van de architectuurprijs 1967 aan Herman Hertzberger voor de Weesperflat.[4] Daartegenover staat de Hervormde Kerk in Ens (Noordoostpolder), waarbij het verhaal gaat dat Nielsen ooit een zeiltocht wilde houden over het IJsselmeer, maar vastliep. Een flink aantal jaren later kon hij er weer naartoe; het dorp in de dan polder was zo gegroeid dat een kerkje nodig was. Van brutalisme is dan helemaal geen sprake. Het is een gebouw dat nauwelijks opvalt tussen de boerderijen op de klokkentoren na.[5]