Cesare Marullo

Cesare Marullo
Aartsbisschop van de Rooms-Katholieke Kerk
Wapen van een aartsbisschop
Geboren 1537
Plaats Messina
Overleden 12 november 1588
Plaats Palermo
Kerkelijke carrière
- 1574 hofkapelaan in Madrid
1574-1577 Bisschop van Agrigento
1577-1588 Aartsbisschop van Palermo
1577-1588 Primaat van Sicilië
Successie
Opvolger Diego Haëdo
Portaal  Portaalicoon   Christendom

Cesare Marullo (Messina, 1537Palermo, 12 november 1588) was een rooms-katholiek prelaat in het koninkrijk Sicilië,[1] dat deel uitmaakte van het Spaanse Rijk. Hij geraakte bekend door het fortuin dat hij besteedde aan een villa in zijn geboortestad Messina.

Levensloop

Marullo werd geboren in Messina. Zijn ouders waren de Siciliaanse edellieden Girolamo Marullo van het grafelijk huis Condojanni, en Violante Villadicani. Vader Girolamo was afgevaardigde van de Kroon in Messina; hij ijverde voor de vrijheden van de stad, tegen de belangen van de Kroon in. Marullo’s vader werd herhaaldelijk vervolgd door de Spaanse onderkoningen. Marullo koos voor een kerkelijke carrière. Hij studeerde af in Messina als doctor in beide rechten. Ondanks het rebels gedrag van Marullo’s vader benoemde koning Filips II Marullo tot hofkapelaan in Madrid.

Filips II besliste vervolgens dat paus Gregorius XIII Marullo tot bisschop van Agrigento in Sicilië benoemde (1574). In Agrigento bleef Marullo drie jaar.

In 1577 bevorderde paus Gregorius XIII hem tot aartsbisschop in de hoofdstad Palermo, wat samenging met de titel verwerven van primaat van Sicilië.[2] Marullo liet restauratiewerken uitvoeren in de kathedraal, in het aartsbisschoppelijk paleis en in het priesterseminarie Vespri.

Marullo financierde nog andere dan deze werken. Hij besteedde veel geld, volgens sommigen een fortuin, aan een villa aan de zee in zijn geboortestad Messina.[3] Van de paus had hij toestemming gekregen om zulke hoge bedragen te besteden aan een private woning buiten zijn bisdom. De naam van de villa was Le Case Pinte of De Beschilderde Huisjes. De naam kwam van de schilderijen op de buitenmuren. Eenmaal kustenaars klaar waren met de werken in Palermo, werden ze doorgestuurd naar villa Le Case Pinte.

Marullo overleed in 1588 ten gevolge van blaasstenen; chirurgijnen waren niet in staat hem operatief te genezen.[4] De Spanjaard Diego Haëdo volgde hem op als aartsbisschop van Palermo.[5]

Na zijn dood

Marullo werd begraven in de kathedraal van Palermo. Zijn graf werd opengebroken in de loop van de 18e eeuw en was leeg. Hiermee herleefde het twee eeuwen oude gerucht dat Marullo volgens zijn laatste wens begraven ligt op zijn lievelingsplek: de villa in Messina. De aartsbisschop van Palermo liet de grafsteen opnieuw plaatsen en verplichtte elkeen tot zwijgplicht.

De Villa Le Case Pinte bleef generaties lang in het bezit van de familie Marullo. In de 18e eeuw ging het over naar de hertogelijke familie Di Giovanni di Saponara. In 1783, tijdens een aardbeving die Messina trof, spoelde de villa weg in de zee.