Cees Karssen
| Cees Karssen | ||
|---|---|---|
| Persoonlijke gegevens | ||
| Geboortedatum | 4 juli 1937 | |
| Geboorteplaats | Bodegraven | |
| Overlijdensdatum | 14 oktober 2023 | |
| Overlijdensplaats | Wageningen | |
| Beroep | botanicus, bestuurder, bioloog | |
| Academische achtergrond | ||
| Alma mater | Universiteit Utrecht (1971) | |
| Wetenschappelijk werk | ||
| Vakgebied(en) | plantenfysiologie | |
| Prijzen en erkenningen | Huisorde van Oranje (2008), Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw | |
Cornelis Michiel (Cees) Karssen (Bodegraven, 4 juli 1937 – Wageningen, 14 oktober 2023 ) was een Nederlands plantenfysioloog, bijzonder hoogleraar en bestuurder.[1] Hij was hoogleraar plantenfysiologie aan de Landbouwuniversiteit Wageningen en diende van 1993 tot 2000 als rector magnificus, waar hij een centrale rol speelde in de vorming van Wageningen University & Research (WUR).[1][2] Karssen verwierf internationale bekendheid met zijn onderzoek naar de fysiologie van zaden, in het bijzonder de hormonale regulatie van kieming en zaaddormantie.[1] Na zijn academische loopbaan was hij kamerheer van Hare Majesteit Koningin Beatrix in de provincie Gelderland (2000–2008).[3]
Leven en loopbaan
Vroege jaren en opleiding
Karssen werd geboren op 4 juli 1937 in Bodegraven.[1] Hij was het vierde kind en de tweede zoon in een gezin dat uiteindelijk zes kinderen zou tellen. Zijn vader, Cornelis ("Cor") Karssen (1903-1972), was boekhandelaar in Bodegraven en was tijdens de Tweede Wereldoorlog redacteur van de illegale krant "De Kroniek".[4] Karssen studeerde biologie aan de Rijksuniversiteit Utrecht, waar hij in 1970 promoveerde.[1][5]
Wetenschappelijke loopbaan
Van 1960 tot 1969 was Karssen als onderzoeker verbonden aan de Universiteit Utrecht.[5] In 1969 trad hij in dienst van de Landbouw Hogeschool Wageningen als universitair docent plantenfysiologie, waar hij in 1984 werd benoemd tot bijzonder hoogleraar in de plantenfysiologie.[1] In deze rol was hij onder andere leidinggevend aan het Laboratorium voor Plantenfysiologie, waar hij zich specialiseerde in zaadfysiologie en plantenhormonen.
Rector magnificus en fusie tot Wageningen UR
In 1993 werd Karssen aangesteld als rector magnificus van de Landbouwuniversiteit Wageningen.[1][2] Tijdens zijn rectoraat stuurde hij de ingrijpende reorganisatie aan waarbij de Landbouwuniversiteit fuseerde met de instituten van de Dienst Landbouwkundig Onderzoek (DLO).[2] Deze fusie resulteerde in 1998 in de vorming van Wageningen UR (nu Wageningen University & Research), waarvan Karssen vanaf september 1997 deel uitmaakte van het eerste gezamenlijke College van Bestuur.[2] Onder zijn leiding werd de band tussen fundamenteel universitair onderzoek en toegepast onderzoek versterkt, ondanks aanvankelijke scepsis bij sommige hoogleraren.[2] Karssen bekleedde het rectoraat tot 1 september 2000, toen hij terugtrad vanwege het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd.[5]
Wetenschappelijk werk
Cees Karssen bouwde een reputatie op als expert in de zaadfysiologie, met name op het gebied van zaaddormantie (het in rusttoestand verkeren van zaden) en de rol van plantenhormonen daarbij.[1] Zijn onderzoek richtte zich op de hormonale regulatie van kieming, vooral via het plantenhormoon abscisinezuur (ABA), en op zaadtechnologie.[1]
Karssen's werk toonde aan hoe abscisinezuur tijdens de zaadontwikkeling bijdraagt aan het induceren en in stand houden van dormantie. Een van zijn meest invloedrijke publicaties was "Induction of dormancy during seed development by endogenous abscisic acid: studies on abscisic acid-deficient genotypes of Arabidopsis thaliana (L.) Heynh." (1983), gepubliceerd in Planta 157: 158–165, waarin hij samen met Maarten Koornneef en anderen de rol van ABA in zaaddormantie aantoonde.[6] Dit artikel is meer dan 780 keer geciteerd en wordt nog steeds als een mijlpaal in het vakgebied beschouwd.[6]
Zo was hij (veelal samen met collega's en promovendi) betrokken bij de eerste identificatie van mutanten van het modelplantje Arabidopsis thaliana die defecten vertoonden in de ABA-huishouding. Karssen onderzocht zowel Arabidopsis-mutanten als de sitiens-mutant van tomaat, wat nieuw inzicht gaf in de genetische controle van zaadrust en kieming.[1] Een ander belangrijk werk was "Dormancy and germination in abscisic acid-deficient tomato seeds: studies with the sitiens mutant" (1992), gepubliceerd in Plant Physiology 99: 952–958, waarin de rol van ABA in zaaddormantie bij tomaat werd onderzocht.[7]
Karssen publiceerde ook "The isolation and characterization of abscisic acid-insensitive mutants of Arabidopsis thaliana" (1984) met Koornneef in Physiologia Plantarum 61(3): 377–383, waarin ABA-insensitieve mutanten werden gekarakteriseerd.[8] Daarnaast werkte hij samen met H.W.M. Hilhorst aan "Dual effect of light on the gibberellin- and nitrate-stimulated seed germination of Sisymbrium officinale and Arabidopsis thaliana" (1988) in Plant Physiology 86: 591–597, waarin de effecten van licht op zaadkieming werden onderzocht.[9]
Onder Karssens leiding aan het Wageningse Plantenfysiologie-laboratorium werden meerdere proefschriften en belangrijke publicaties voortgebracht over zaadkieming. Hij was bijvoorbeeld promotor en co-auteur van onderzoek naar de invloed van licht, temperatuur en hormonen op onkruidzaden, en naar ABA-gevoeligheid van zaden. Zijn eigen publicaties in toonaangevende tijdschriften als Plnata, Physiologia Plantarum en Plant Physiology bevestigden zijn internationale wetenschappelijke status.[1] In 1993 moest Karssen zijn actieve onderzoekswerk nagenoeg beëindigen om zich volledig te kunnen richten op zijn bestuurlijke taken als rector.[1] Desalniettemin bleef hij via adviseurschappen en als lid van academische genootschappen betrokken bij de ontwikkeling van de plantenwetenschappen.
Maatschappelijke functies
Naast zijn wetenschappelijke carrière vervulde Karssen diverse maatschappelijke en bestuurlijke nevenfuncties. Van 2000 tot 2008 diende hij als kamerheer van de Koningin in Gelderland waarbij hij de koningin Beatrix in zijn provincie vertegenwoordigde, adviseerde en begeleidde bij werkbezoeken.[3]
Karssen was ook actief in verschillende professionele organisaties. Zo vervulde hij functies binnen de vakbond van de Centrale van hogere en middelbare functionarissen bij de overheid,[3] en was hij voorzitter van het Nederlands Instituut voor Biologie (NIBI)
Internationaal speelde Karssen een rol in het hoger onderwijs in de levenswetenschappen: van 1996 tot 2003 was hij voorzitter van het ICA-consortium (Interuniversity Conference for Agriculture and Related Sciences in Europe), een netwerk van Europese landbouw- en levenswetenschapsuniversiteiten.[3] In dat kader was hij ook voorzitter van het consortium van Europese landbouwuniversiteiten en -faculteiten, gericht op verdere internationalisering van Wageningen UR.[3] Van 1988 tot 1992 was hij secretaris-generaal van de Federation of European Societies of Plant Physiology (FESPP).[10] Hij was ook vice-voorzitter van de raad van bestuur van het International Institute of Tropical Agriculture (IITA) van 2003 tot 2010.[11]
Zijn leiderschapsstijl werd alom geroemd als verbindend en inclusief, zowel in zijn rol als rector als in zijn internationale functies. Karssen stond bekend om zijn vermogen om verschillende partijen bij elkaar te brengen en consensus te bereiken, wat cruciaal was bij de complexe fusie van de Landbouwuniversiteit met de DLO-instituten.
Onderscheidingen en lidmaatschappen
Karssen ontving voor zijn verdiensten meerdere onderscheidingen. Voor zijn werk als rector van de Wageningen UR werd hij tot Ridder in de orde van de Nederlande Leeuw geslagen. Bij zijn afscheid als kamerheer in 2008 ontving hij het Erekruis in de Huisorde van Oranje.[3][12]
Daarnaast was Karssen sinds 1999 wetenschappelijk lid van de Koninklijke Hollandsche Maatschappij der Wetenschappen (KHMW), een genootschap waartoe hij wegens zijn bijdrage aan de biologische wetenschap werd verkozen.[1] Verder was hij erelid van diverse academische commissies en jury's; zo was hij jurylid voor de KHMW Jong Talent Prijzen in 2002.[1] Voor zijn bijdragen aan de internationale samenwerking werd hij benoemd tot doctor honoris causa van de Nationale Agrarische Universiteit van Oekraïne.[11]
Persoonlijk leven
Cees Karssen was getrouwd en kreeg twee dochters. Hij stond bekend als een warm persoon, een goede vriend en een gedreven wetenschapper met een brede visie. Collega's beschreven hem als "een excellent wetenschapper met een scherpe geest en brede visie, maar ook een warm persoon en geweldige vriend".[1]
Overlijden
Cees Karssen overleed op 14 oktober 2023 op 86-jarige leeftijd in Wageningen.[1] Zijn dood betekende het einde van een opmerkelijk leven dat grote invloed heeft gehad op zowel de plantenwetenschappen als het Nederlandse hoger onderwijs.
Publicaties (selectie)
- Karssen, C.M. (1968). "The light-promoted germination of the seeds of Chenopodium album L. II. Effects of (RS)-abscisic acid." Acta Botanica Neerlandica 17: 293–308.
- Karssen, C.M. (1976a). "Uptake and effect of abscisic acid during induction and progress of radicle growth in seeds of Chenopodium album." Physiologia Plantarum 36: 259–263.
- Karssen, C.M. (1976b). "Two sites of hormonal action during germination of Chenopodium album seeds." Physiologia Plantarum 36: 264–270.
- Karssen, C.M. (1982). "Seasonal patterns of dormancy in weed seeds." In A.A. Khan (Ed.), The physiology and biochemistry of seed development, dormancy and germination (pp. 243–270). Amsterdam: Elsevier Biomedical Press.
- Koornneef, M., M.L. Jorna, D.L.C. Brinkhorst-van der Swan & C.M. Karssen (1982). "The isolation of abscisic acid (ABA) deficient mutants by selection of induced revertants in non-germinating gibberellin sensitive lines of Arabidopsis thaliana." Theoretical and Applied Genetics 61: 385–393.
- Karssen, C.M., D.L.C. Brinkhorst-van der Swan, A.E. Breekland & M. Koornneef (1983). "Induction of dormancy during seed development by endogenous abscisic acid: studies on abscisic acid-deficient genotypes of Arabidopsis thaliana (L.) Heynh." Planta 157: 158–165.
- Koornneef, M., G. Reuling & C.M. Karssen (1984). "The isolation and characterization of abscisic acid-insensitive mutants of Arabidopsis thaliana." Physiologia Plantarum 61(3): 377–383.
- Karssen, C.M. and E. Laçka (1986). "A revision of the hormone-balance theory of seed dormancy: studies on gibberellin and/or abscisic acid deficient mutants of Arabidopsis thaliana." In M. Bopp (Ed.), Plant growth substances 1985 (pp. 315–323). Heidelberg: Springer.
- Groot, S.P.C. & C.M. Karssen (1987). "Gibberellins regulate seed germination in tomato by endosperm weakening: a study with gibberellin-deficient mutants." Planta 171: 525–531.
- Hilhorst, H.W.M. & C.M. Karssen (1988). "Dual effect of light on the gibberellin- and nitrate-stimulated seed germination of Sisymbrium officinale and Arabidopsis thaliana." Plant Physiology 86: 591–597.
- Groot, S.P.C. & C.M. Karssen (1992). "Dormancy and germination of abscisic acid-deficient tomato seeds: studies with the sitiens mutant." Plant Physiology 99(3): 952–958.
- Karssen, C.M., A. Haigh, P. van der Toorn & R. Weges (1989). "Physiological mechanisms involved in seed priming." In R.B. Taylorson (Ed.), Recent advances in the development and germination of seeds (pp. 269–280). New York: Plenum Press.
- Derkx, M.P.M. & C.M. Karssen (1993). "Changing sensitivity to light and nitrate but not to gibberellins regulates seasonal dormancy patterns in Sisymbrium officinale seeds." Plant, Cell and Environment 16: 469–479.
- Vleeshouwers, L.M., H.J. Bouwmeester & C.M. Karssen (1995). "Redefining seed dormancy: an attempt to integrate physiology and ecology." Journal of Ecology 83: 1031–1037.
- Karssen, C.M. (2002). "Germination, dormancy and red tape." Seed Science Research 12(4): 203–216.
- 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 (en) Hilhorst, Henk, IN MEMORIAM Cees Karssen (July 4, 1937 – October 14, 2023). International Society for Seed Science (13 november 2023). Geraadpleegd op 19 december 2025.
- 1 2 3 4 5 Redactie, Oud-rector van WUR Cees Karssen op 86-jarige leeftijd overleden. Resource online (17-10-2023). Geraadpleegd op 19 december 2025.
- 1 2 3 4 5 6 In Memoriam Cees Karssen. Wageningen University & Research. Geraadpleegd op 19 december 2025.
- ↑ Nieuwsvoorziening ging ondergronds. Kijk op Bodegraven-Reeuwijk (25 april 2023). Geraadpleegd op 19 december 2025.
- 1 2 3 Cees Karssen. EverybodyWiki Bios & Wiki. Geraadpleegd op 19 december 2025.
- 1 2 Karssen, C.M., D.L.C. Brinkhorst-van der Swan, A.E. Breekland & M. Koornneef (1983). "Induction of dormancy during seed development by endogenous abscisic acid: studies on abscisic acid-deficient genotypes of Arabidopsis thaliana (L.) Heynh." Planta 157: 158–165. PubMed
- ↑ Groot, S.P.C. & C.M. Karssen (1992). "Dormancy and germination of abscisic acid-deficient tomato seeds: studies with the sitiens mutant." Plant Physiology 99(3): 952–958.
- ↑ Koornneef, M., G. Reuling & C.M. Karssen (1984). "The isolation and characterization of abscisic acid-insensitive mutants of Arabidopsis thaliana." Physiologia Plantarum 61(3): 377–383.
- ↑ Hilhorst, H.W.M. & C.M. Karssen (1988). "Dual effect of light on the gibberellin- and nitrate-stimulated seed germination of Sisymbrium officinale and Arabidopsis thaliana." Plant Physiology 86: 591–597.
- ↑ A History of the Federation of European Societies of Plant Physiology FESPP Since its Foundation in 1978. FESPB. Geraadpleegd op 19 december 2025.
- 1 2 Cees M. Karssen CV. Haka.ee. Geraadpleegd op 19 december 2025.
- ↑ Benoeming prof. dr. C.M. Karssen tot kamerheer in de provincie Gelderland. Koninklijkhuis.nl (15 mei 2000). Geraadpleegd op 14 januari 2017. en Huisorde van Oranje voor kamerheeren - 8 januari 2008. Koninklijkhuis.nl (8 januari 2008). Geraadpleegd op 14 januari 2017.