Voorbeelden
- Voorbeeld 1
Van de oneigenlijke integraal
heeft de integrand een singulariteit in het punt
. De integraal bestaat niet, aangezien

en

De beide delen
en
zijn echter van tegengesteld teken en heffen elkaar op, zodat de Cauchy-hoofdwaarde gedefinieerd is:

- Voorbeeld 2
De oneigenlijke integraal

bestaat niet, want

en
.
Omdat
,
heffen de twee delen elkaar op en is de Cauchy-hoofdwaarde gelijk aan:

De Cauchy-hoofdwaarde kent op deze manier een zinvolle waarde toe aan een integraal die oneigenlijk noch als Riemannintegraal, noch als Lebesgue-integraal bestaat.
Definitie
Er worden twee gevallen onderscheiden
- Geval 1
Stel dat
en de functie
Riemann-integreerbaar is. Als de limiet

bestaat, noemt men deze limiet de Cauchy-hoofdwaarde[1] van de integraal en schrijft daarvoor:

- Geval 2
Als
continu is, en de limiet

bestaat, noemt men deze limiet de Cauchy-hoofdwaarde[2] en schrijft daarvoor:

Referenties
- ↑ Klaus Fritzsche: Grundkurs Funktionentheorie: Eine Einführung in die komplexe Analysis und ihre Anwendungen. 1. Auflage, Spektrum Akademischer Verlag, ISBN 3827419492, S. 155.
- ↑ Eberhard Freitag, Rolf Busam: Funktionentheorie. Springer-Verlag, Berlin, ISBN 3-540-67641-4, S. 177.