Maaiersopstand

Maaiersopstand
Catalaanse opstand
Onderdeel van Frans-Spaanse Oorlog (1635-1659)
Maaiersopstand
Datum 1640 - 1659
Locatie Catalonië, Spanje
Resultaat Vrede van de Pyreneeën
Strijdende partijen
Vorstendom Catalonië
Koninkrijk Frankrijk
Spaanse Rijk
Leiders en commandanten
Pau Claris
Philippe de La Mothe-Houdancourt
Pedro III Fajardo
Peter Anton van Aragon

De Maaiersopstand (Catalaans: Guerra dels Segadors; Spaans: Guerra de los Segadores) of Catalaanse opstand vond plaats in Catalonië, Spanje, vanaf 1640 en eindigde met de Vrede van de Pyreneeën in 1659. Van een boerenopstand, maaiers (Segadors in het Catalaans), maakten de Fransen gebruik om Spanje binnen te vallen.

Achtergrond

In de 17de eeuw was het Spaanse Rijk op vele oorlogsfronten actief. Gaspar de Guzmán y Pimentel, eerste minister van koning Filips IV van Spanje vatte het plan op tot de oprichting van een wapeneenheid (Union de Armas). Hij vond dat alle lagen van de bevolking en alle gebieden een bijdrage moest leveren aan het Spaanse leger. Tot dan had Catalonië door zijn speciaal statuut niet moeten bijdragen aan de Spaanse militaire uitgaven. Deze aantasting van de soevereiniteit viel slecht bij de Catalaanse elite.

De onrust die al eerder bestond onder de boeren in verband met de sociale ongelijkheid werd versterkt door de bijkomende belastingen en de inkwartiering van soldaten.

Conflict

De boeren kwamen op Sacramentsdag 1640 in opstand in Sant Andreu del Palomar en de onrust verspreidde zich snel naar andere steden. De onderkoning van Catalonië, Dalmau de Queralt, werd vermoord en Francesc Tamarit, militair leider van de Generalitat de Catalunya, werd uit de gevangenis bevrijd. Pau Claris i Casademunt, president van de Generalitat de Catalunya, riep de Corts Catalanes bijeen en vroeg steun aan kardinaal de Richelieu om de boerenopstand neer te slaan. Op 23 januari 1641, drie dagen voor de slag bij Montjuïc, riep hij de Catalaanse Republiek uit. De Franse en Catalaanse troepen versloegen het Spaanse leger en vervolgens werd koning Lodewijk XIII van Frankrijk uitgeroepen tot graaf van Barcelona, waarmee na een week al een einde kwam aan de republiek.

Na het succes van Montjuïc ging de opstand twee richtingen uit. De boeren richtten zich tegen hun eigen heersende klassen en de Fransen tegen de Habsburgse hegemonie. De Fransen veroverden de provincie Roussillon. De Catalanen begonnen steeds minder de Franse expansiedrang te steunen.

Pedro Fajardo werd door de Spaanse kroon naar Catalonië gestuurd om Barcelona te heroveren. Hij liet honderden opstandige boeren terechtstellen en verslag een Catalaans leger bij Martorell. Het Beleg van Barcelona (1651-1652) betekende een ommekeer in de oorlog. Hoewel Franse troepen nog zeven jaar in delen van Catalonië bleven, vonden er geen serieuze gevechten meer plaats.

In 1659 werd het Verdrag van de Pyreneeën ondertekend waarmee een formeel einde kwam aan het conflict. De provincie Roussillon en het noorden van de provincie Cerdanya werden een deel van het Franse koninkrijk.