C.H. Eckhart

C.H. Eckhart
C.H. Eckhart
Locatie
Hoofdkantoor RotterdamBewerken op Wikidata
Status en tijdlijn
Oprichting 1870Bewerken op Wikidata
Links
Website Officiële website
Portaal  Portaalicoon   Economie
Reclamebord op de gevel van de Rotterdamse meubelfabriek Hendrik de Keyser van de firma C.H. Eckhart

C.H. Eckhart was een gerenommeerde meubelfabriek, opgericht door C.H. Eckhart in Rotterdam in 1870, die onder andere betrokken was bij de inrichting van Rijksgebouwen en paleizen van het Koninklijk Huis. In 1935 verhuisde de fabriek van Crooswijk naar Schiedam. De fabriek in Schiedam en het familiebedrijf staakten haar activiteiten op 31 december 1968[1]; de naam Eckhart werd overgenomen en bestaat anno 2025 nog.

Geschiedenis

Voorgeschiedenis

De geschiedenis van het familiebedrijf gaat terug tot 1834, toen Franciscus Hendrikus Eckhart (1809-1863) van Jan Oudshoff (1765-1851) de Affaire van spiegelmaken en vergulden overnam onder de naam F.H. Eckhart. In 1842 kreeg hij zijn eerste zoon David (1842-1881) met wie hij vanaf 1862 de firma voorzette onder de naam F.H. Eckhart & Zoon. Na het overlijden van F.H. werd de firma voortgezet onder leiding van David en zijn moeder Sophia Wilhelmina Wortman.[2] In 1868 verliet zij het bedrijf en David associeerde zich met zijn broer Christiaan Hendrik Eckhart (1847-1896) onder de naam Gebroeders Eckhart. In 1870 verliet David de firma en Christiaan Hendrik richtte de firma C.H. Eckhart op.

In een advertentie van 4 september 1938 in de Maasbode wordt vermeld Eckhart Meubelfabrikanten sinds 1842. Een vergissing van de gebroeders Van Wort, directeuren van de firma, omdat 1842 weliswaar het geboortejaar was van Christiaan Hendrik Eckhart's oudere broer David Eckhart, maar niet overeenkomt met de geschiedenis van de firma, zoals hierboven beschreven. Het familiebedrijf bestaat sinds 1834 en de firma C.H. Eckhart sinds 1870.

Meubelfabriek Hendrik de Keyser

In 1876 associeerde Christiaan Hendrik Eckhart met zijn zwager Pieter Cornelis Hartong (1852-1877) en na diens overlijden in 1877 met zijn andere zwager Gerhard Arnold Martin Rijken (1852-1913).[3] Eckhart en Rijken waren beiden getrouwd met dochters van François Adriaan Molijn Danielszoon (1805-1890), directeur van de fabriek van verfwaren en vernissen Molijn & Co. in Crooswijk. In 1877 lieten C.H. Eckhart en Rijken de Stoomfabriek Hendrik de Keyser bouwen op een stuk grond van Molijn in Crooswijk aan de Linker Rottekade 42, later Hendrik de Keyserstraat 22 en tegenwoordig 72.[4] De fabriek bleef daar tot 1935, toen zij naar Schiedam verhuisde; het gebouw in Crooswijk is later verbouwd tot woningen. De fabriek specialiseerde zich in het ontwerp, de productie en de installatie van meubels, lijsten, wand-, schoorsteen- en plafondbetimmeringen, gordijnen, tapijten en tafelkleden, kroonluchters en hang- en sluitwerk. In 1883 presenteerde zij zich in de tweetalige gids Guide de Rotterdam / Guide of Rotterdam als Fabriek Hendrik de Keyser Spiegel- en Lijsten-Fabriek Stoom-Meubel-Fabriek Handel in Blank en Gefoelied Spiegelglas Meubelstoffen Enz. Bouwkundige Versieringen Decoratieve Schilderingen Meubeleering in Stijl van Gebouwen en Vertrekken Firma C.H. Eckhart

De firma C.H. Eckhart nam deel aan grote internationale tentoonstellingen, zoals die in Parijs in 1889 en 1900.

Na het overlijden van Eckhart in 1896 bleef Rijken directeur tot aan zijn overlijden in 1913. In dat jaar nam Hendrik van Wort (1860-1923), die gehuwd was met Christina Hendrika Eckhart (1873-1949), tweede dochter uit het eerste huwelijk van Christiaan Hendrik Eckhart, de directie over. Na zijn overlijden werd hij opgevolgd door zijn zonen Hendrik van Wort (1902-1970) en Christiaan Hendrik (1904-1963).

Op 6 februari 1929 verkreeg de firma het Predicaat Koninklijk, als erkenning voor de vele opdrachten die ze had uitgevoerd voor het Rijk en het Koninklijk Huis sinds de oprichting van de Stoomfabriek Hendrik de Keyser in 1877.

Toonzalen en kantoor van de meubelfabriek C.H. Eckhart van 1917 tot 1940 aan de Diergaardelaan 2, hoek Slagveld, te Rotterdam

Tijdens het Bombardement op Rotterdam van 14 mei 1940 verbrandde de toonzalen en het kantoor van Eckhart aan de Diergaardelaan 2, hoek Slagveld (het huidige Hofplein) en verdween het bedrijfsarchief. Hierdoor was de firma in Nederland relatief vergeten, ondanks haar bijdragen aan talloze representatieve gebouwen in Nederland.

In 1968 sloot de meubelfabriek in Schiedam haar deuren en dit was het einde van het familiebedrijf; de naam van het bedrijf werd verkocht en bestaat anno 2025 nog steeds.

Bekende medewerkers

  • Willem Adrianus Fabri (1853-1925) werkte voor C.H. Eckhart als chef d'atelier decoratief schilderwerk van 1877 tot 1893[5], en hij werkte met C.H. Eckhart samen tot 1905, onder andere voor Paleis Soestdijk;
  • Jacobus Johannes (Jakob) Smits (1855-1928) heeft samengewerkt met C.H. Eckhart; beiden hebben onder andere gewerkt aan de aquarellenzaal in Teylers Museum;[6]
  • Jan Laurens de Wolf (1851-1927) heeft voor C.H. Eckhart gewerkt als chef d'atelier beeldhouwen.
  • Eduard Cuypers (architect) was artistiek directeur van de meubelfabriek C.H. Eckhart in de periode 1906-1909.[7]

Projecten

Salon van Wilhelmina in Paleis Soestdijk in 2006, ingericht door C.H. Eckhart in 1898

Projecten waar de meubelfabriek C.H. Eckhart aan werkte zijn bijvoorbeeld:

Zie de categorie Firma C.H. Eckhart van Wikimedia Commons voor mediabestanden over dit onderwerp.