Heeckerens en Bronckhorsten
De Heeckerens en Bronckhorsten waren twee partijen die hun naam hebben gegeven aan de onderlinge twisten in het hertogdom Gelre van de veertiende eeuw. De aanvoerders van de partijen waren twee Gelderse ridders: Frederik van Heeckeren van der Eze (-1386) en Gijsbert V van Bronckhorst (1328–1356), vandaar de term “Heeckerens en Bronckhorsten”.[1] De 'Bronkhorstse en Hekerense twisten' braken uit in 1350, hoewel de kiem van het conflict reeds gelegd werd in 1343.[2]
De twisten tussen de Heeckerens en de Bronckhorsten zijn vergelijkbaar met de middeleeuwse partijtwisten in andere gewesten van de Lage Landen, zoals de Hoekse en Kabeljauwse twisten in Holland, de Lichtenbergers en Gunterlingen/Lokhorsten in Utrecht, de Schieringers en Vetkopers in Friesland en Groningen en de Klauwaerts en Leliaerts in Vlaanderen.
Achtergrond
De oorsprong van deze twisten was gelegen in de opvolging van hertog Reinald II van Gelre. Deze overleed in 1343 en liet twee zoons na, Reinald en Eduard. Als oudste zoon volgde Reinald zijn vader op als hertog, waarop er echter onenigheid was tussen Heeckeren en Bronckhorst over de voogdij van de jonge Reinald en over wat voor buitenlands beleid er gevoerd diende te worden.[3] Eind jaren 1340 ontstond er over dat laatste punt een regelrecht conflict toen zij betrokken raakten aan tegenovergestelde kampen in de Hollands-Utrechtse oorlog, die graaf Willem IV van Holland in 1345 tegen de Utrechtse bisschop Jan van Arkel was begonnen.[1] Bronckhorst, baanderheer van Zutphen, koos partij voor Holland, maar Heeckeren sloot zich aan bij Utrecht.[4] Met Heeckerens hulp wist de bisschop rond 1349 uiteindelijk Bronckhorst te verslaan, maar als betaling moest Jan van Arkel heel het Oversticht (op Vollenhove na) aan Heeckeren verpanden.
Twisten
Periode 1350–1361
Vanaf 1350 begon de 13-jarige Eduard de heerschappij van zijn oudere broer Reinald (toen 17 jaar) te betwisten en een deel van het vaderlijk erfgoed voor zichzelf op te eisen.[3] In de praktijk waren het eerder krachten achter de beide jongens die hun kans schoon zagen en een van beide broers voor hun karretje spanden. De partij rond Reinald werd aangevoerd door Frederik van Heeckeren en die rond Eduard door Gijsbert van Bronckhorst, plus de steden Nijmegen en Tiel.[3]
De Bronckhorsten waren ook partijgangers van Eleonora, de weduwe van Reinald II, terwijl de grote Gelderse steden zich achter de Heeckerens opstelden.
In 1361 wist Eduard zijn broer gevangen te nemen, waarna hij als hertog erkend werd. Hij slaagde erin op goede voet met de steden te komen en zo de rust te herstellen.
Periode 1371–1379
| "Ende alse die hertoghe Edewart doot was, overdroeghen die partyen van Ghelrelant, Heekers en Bronchorst, namen den hertoghe Reynout van Ghelre uut dier vanghenisse (...), ende maecten weder heer van Ghelre." |
| anoniem Utrechts geschiedswerk (eind 14e eeuw)[5] |
Tien jaar later, in 1371, kwam Eduard te overlijden in de slag bij Baesweiler. De Heeckerens en Bronckhorsten haalden samen Reinald uit de gevangenis en maakten hem opnieuw hertog van Gelre.[5] Hij stierf echter nog in hetzelfde jaar. Daar beide broers geen wettige kinderen nalieten brak hierop de Gelderse successieoorlog uit. In deze oorlog kozen de Heeckerens partij voor Mechteld van Gelre, dochter van Reinald II, en de Bronckhorsten voor Maria van Gelre, eveneens een dochter van Reinald II. Uiteindelijk deed Mechteld in 1379 afstand van haar rechten en werd Willem I, zoon van Maria, hertog.
Zie ook
- Gelderse Broederstrijd (1350–1361)
- Eerste Gelderse Successieoorlog (1371–1379)
- Middeleeuwse partijstrijd in de Lage Landen
- Noordzij, Aart (2008). Gelre : dynastie, land en identiteit in de late middeleeuwen (dissertatie). Universiteit Leiden. p. 289. Bezocht 13 november 2025.
- 1 2 Noordzij 2008, p. 154.
- ↑ Noordzij 2008, pp. 154–155, 157.
- 1 2 3 Noordzij 2008, p. 155.
- ↑ Noordzij 2008, pp. 154–155.
- 1 2 Noordzij 2008, p. 157.