Breedplaatstreephoed
| Breedplaatstreephoed | ||||||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
![]() | ||||||||||||||
| bovenkant | ||||||||||||||
| Taxonomische indeling | ||||||||||||||
| ||||||||||||||
| Soort | ||||||||||||||
| Megacollybia platyphylla (Pers. : Fr.) Kotl. & Pouzar (1972) | ||||||||||||||
![]() | ||||||||||||||
| onderkant | ||||||||||||||
| Afbeeldingen op | ||||||||||||||
| ||||||||||||||
Breedplaatstreephoed (Megacollybia platyphylla) is een schimmel uit de familie Marasmiaceae. De zwam werd al in 1793 beschreven, maar in 1972 ingedeeld in het geslacht Megacollybia.
Kenmerken
- hoed
De hoed is 4 tot 12 cm in diameter. De vorm is halfbolvormig tot vlak. Het oppervlak is glad en opvallend radiair vezelig gestreept. De kleur is bleek tot donker grijsbruin. De rand is bij drogen vaak gekerfd ingescheurd. Het vlees is dun en wit.
- lamellen
De wittig-crème gekleurde lamellen zijn zeer breed, uitgebocht aan de steel bevestigd en ze staan wijd uit elkaar.
- steel
De steel heeft een lengte van 5 tot 10 cm (zelden tot 15 cm) en een dikte van 10 tot 14 mm. In de lengterichting is hij vezelig. De kleur is witachtig tot grijsbruin en lichter dan de hoed. Aan de basis van de steel zitten opvallend dikke rizomorfen (myceliumstrengen), die een lengte van enkele meters kunnen bereiken.
- geur en smaak
De paddenstoel ruikt muf, champignonachtig. Het vlees heeft een milde tot licht bittere smaak. Het is licht giftig.
- sporen
Witte sporen, bijna bolvormig glad, met afmetingen van 7–8 × 6–7 µm.
Verspreiding
De paddenstoel groeit op begraven loofhout en bosstrooisel maar vaak ook op de bodem en is dan door de myceliumstrengen aan dood hout verbonden. Hij komt voor vanaf de vroege zomer tot en met herfst. In Nederland en België heeft de soort de status 'zeer algemeen'.
.jpg)
.jpg)



