Bos van Buçaco

Bos van Buçaco
Bos van Buçaco
Type Arboretum
Locatie Vlag van Portugal Portugal
Coördinaten 40° 23 NB, 8° 22 WL
Oppervlakte 105 ha
Opening 1644
Beheerder Fundação Mata do Buçaco
Portaal  Portaalicoon   Portugal

Het Bos van Buçaco (Portugees: Mata Nacional do Buçaco) is een oud, ommuurd arboretum met een oppervlakte van 105 hectare in het gebergte Serra do Buçaco in Portugal.[1] Het bos staat in de gemeente Mealhada in het district Aveiro.

De ommuring heeft een omtrek van ongeveer 5 kilometer en wordt onderbroken door tien toegangspoorten. Het bos herbergt meer dan 250 soorten bomen en struiken, waaronder enorme honderdjarige bomen en exotische soorten die door Portugese zeelieden tijdens het tijdperk van de grote ontdekkingen zijn meegebracht. Veel bomen in het bos zijn beschreven in populaire en wetenschappelijke literatuur.[2][3]

Het Buçacobos was sinds 1628 eigendom van de Orde van de Ongeschoeide Karmelieten. De monniken bouwden een klooster (het Santa Cruz do Buçaco-klooster), kleine kapellen, de ommuring, en legden een arboretum aan, dat zij onderhielden tot de ontbinding van het klooster in 1834. Aan het einde van de 19e eeuw werd een groot deel van het klooster gesloopt om plaats te maken voor een paleis in neomanuelstijl. Het paleis was bedoeld als toevluchtsoord voor de koninklijke familie van Portugal, maar na de Koningsmoord van Lissabon in 1908 en de daaropvolgende staatsgreep werd het omgebouwd tot een luxe hotel. Sinds 2017 is het bos geklasseerd als nationaal monument van Portugal.

Ligging en klimaat

Het bos ligt in het noordwestelijke puntje van de Serra do Buçaco in de Portugese regio Centro. Het dichtstbijzijnde grote stad is Coimbra. De dichtstbijzijnde parochie is Luso, op 3 km afstand, een kuuroord dat bekend staat om zijn mineraalwater. De hoogte boven zeeniveau varieert van 190 tot 547 meter. Het bos ligt in een geologische overgangszone tussen de tektonische zone langs de westkust van Portugal (Portugees: Orla Mesocenozóica Ocidental) en het Iberisch Massief (Portugees: Maciço Ibérico), een plooi die zich uitstrekt tot aan de Serra de Lousã. De rotsformaties hier bevatten schalie en metagrauwacke, bestaande uit kwarts en andere mineralen. De bodem bestaat uit verschillende mengsels van zand en kleimineralen. Het overheersende microklimaat wordt gekenmerkt door milde temperaturen, regelmatige ochtendmist en een jaarlijkse neerslag van 1500 mm.

Geschiedenis

De eerste bewoners van het bos waren monniken uit een nabijgelegen benedictijnerklooster in de 6e eeuw. Ongeveer vijfhonderd jaar later, in 1094, nam het bisdom Coimbra het bos in bezit en schonk het in 1628 aan de Orde van de Ongeschoeide Karmelieten.[4] De karmelieten bouwden er een klooster en muren en richtten de eerste van de tien poorten van het bos op, de Poort van Coimbra (Portugees: Porta de Coimbra). Ze zorgden ook voor het bos en introduceerden verschillende botanische soorten. Tijdens deze periode werden twee pauselijke bullen uitgevaardigd. De eerste, gedateerd 1622, verbood vrouwen het bos te betreden. De tweede, gedateerd 1643, dreigde degenen die de bomen beschadigden met excommunicatie. De tekst van beide bullen is gegraveerd op stenen platen die aan de buitenmuur van de Poort van Coimbra zijn bevestigd. Aan het einde van de 17e eeuw werd de Kruisweg (Portugees: Via Sacra) aangelegd, een steile en kronkelige weg, die van het klooster naar het hoogste punt van het bos (Portugees: Cruz Alta) leidt. De 14 kruiswegstaties bestaan uit kapellen met bijna levensgrote, beschilderde figuren. De lengte van de weg en de afstanden tussen de kruiswegstaties werden zorgvuldig gemeten om de lijdensweg van Jezus van de Olijfberg naar Golgotha nauwkeurig na te bootsen.

In september 1810 werd de vrede verstoord door de Slag bij Buçaco. De slag werd uitgevochten tussen Britse en Portugese troepen onder leiding van generaal Arthur Wellesley (later hertog van Wellington) en Franse troepen onder leiding van generaal Masséna, die na een bloedige strijd werden teruggedreven. Wellesley verbleef voor de slag in het klooster van Buçaco. De olijfboom waaraan hij zijn paard vastbond, staat er nog steeds en wordt de olijfboom van Wellington genoemd.[5]

De monniken bleven twee eeuwen lang in Buçaco, tot 1834, toen de wet werd aangenomen die de kloosterorden ontbond. Het eigendom van het bos werd in 1856 overgedragen aan het Algemeen Bestuur van de Bossen van het Koninkrijk (Portugees: Administração Geral das Matas do Reino). Er volgde een periode van verandering. Het bosgebied werd uitgebreid van 90 tot 105 hectare, verwaarloosde gebouwen werden gerestaureerd en er werden nieuwe, exotische boomsoorten geïntroduceerd. Een trap die naar het klooster leidde, werd omgebouwd tot de Fonte Fria (Koude Fontein), een cascade en een van de meest opmerkelijke architectonische elementen in het bos.

Toen Maria Pia van Savoye in 1877 met de koninklijke familie het bos bezocht, gaf zij opdracht het om te vormen tot een Engelse tuin, een landschapstuin die in die tijd in de mode was. Dit project is echter nooit uitgevoerd, maar in 1888 werd een groot deel van het klooster gesloopt om plaats te maken voor de bouw van een paleis in neomanuelstijl. Het paleis was bedoeld als toevluchtsoord voor de koninklijke familie, maar na de moord op de koning in Lissabon en de daaropvolgende staatsgreep werd het omgebouwd tot een luxe hotel. In 2004 heeft Portugal het Bos van Buçaco op de voorlopige Werelderfgoedlijst van de UNESCO geplaatst.

Afbeeldingen

Flora

Paleishotel

Bouwwerken

Fonteinen en vijvers

Kruisweg

Zie de categorie Mata Nacional do Buçaco van Wikimedia Commons voor mediabestanden over dit onderwerp.