Boomwaarde

Boomwaarde verwijst naar de waarde c.q. betekenis die aan bomen wordt toegekend. In de praktijk gaat het daarbij vaak om maatschappelijke en immateriële aspecten, zoals de bijdrage van bomen aan leefbaarheid, gezondheid en identiteit. Voor deze immateriële en ecologische betekenis van bomen wordt doorgaans verwezen naar het concept ecosysteemdiensten. Het toekennen van een geldwaarde aan die brede functies wordt doorgaans als moeilijk of onmogelijk beschouwd[1] en kent juridisch geen draagvlak.[2]

Economische benadering van boomwaarde

Bij de term boomwaarde wordt hier verwezen naar de economische waarde die aan bomen wordt toegekend. Wereldwijd bestaan verschillende economische waarderingsmethoden[3] die bomen een geldwaarde proberen toe te kennen, bijvoorbeeld bij schadeafwikkeling, herplant, vervanging of beleidsbeslissingen.

Bij de economische benadering van boomwaarde worden verschillende termen gebruikt. In het Nederlands wordt voor boomwaarde meestal één woord gebruikt, terwijl in het Engels een onderscheid wordt gemaakt tussen worth (economische of financiële waarde), benefits (de positieve en negatieve effecten van (eco)systeemdiensten, ook wel services en disservices) en value (de bredere betekenis, inclusief intrinsieke waarde).

De nadruk ligt vrijwel altijd op de positieve diensten, het concept van negatieve diensten [4] [5] blijft meestal buiten beeld. Waar de "services" verwijzen naar de positieve bijdragen van natuur aan menselijk welzijn, gaat het bij "disservices" om functies of eigenschappen van diensten die juist negatieve effecten veroorzaken, zoals gezondheidsklachten, economische schade of sociale hinder.

In de praktijk is het bijzonder lastig om aan alle beschikbare diensten een individueel prijskaartje te hangen.[1] De onderstaande tabel laat zien hoe (dezelfde) boomfunctie zowel positief (service) als negatief (disservice) kan uitpakken, afhankelijk van de context.

Matrix diensten: services en -disservices van bomen
Categorie Positieve diensten - services Negatieve diensten - disservices[4][6]
Economisch Esthetische waarde / schoonheid Esthetische hinder (schaduw, rommel, ongewenste soorten)
Belijning wegen, visuele waarde Verstoring verkeer→ zichtlijnen blokkeren, verkeersborden verbergen
Verhoging vastgoedwaarde en huurprijzen door mooie omgeving “Green gentrification” → stijgende prijzen, verdringing van kwetsbare bewoners
Verlaging vastgoedwaarde → onderhouds- en aansprakelijkheidsrisico’s
Besparing energiekosten (schaduw) op koelen Hogere energiekosten → schaduw op zonnepanelen en/of woning
Werkgelegenheid (kwekerij, onderhoud, rooien) Wortels → schade aan infrastructuur, trottoirs, fietspaden, straten, riolen etc
Bij storm→ Omvallen of takbreuk → schade aan mensen, gebouwen, auto’s, elektriciteitsleidingen
Overlast: vallende bladeren, vruchten, takken
Kosten onderhoud - bladruimen, snoeien, rooien
Levert grondstoffen voor diverse toepassingen en vruchten
Ecologisch Habitat voor fauna en flora Niet-inheemse invasieve soorten → verlies habitat, verhoogd brandgevaar
Biodiversiteitsbevordering
Gezondheid & veiligheid Verbetering luchtkwaliteit (filteren van luchtverontreiniging, fijnstofafvang) Verhoogde luchtvochtigheid bij dicht bladerdek
Allergeen pollen → astma, hooikoorts
Uitstoot van BVOC’s (biogenic volatile organic compounds) → bijdragen aan ozonvorming
Positieve effecten op mentale en fysieke gezondheid Vallende bomen/takken → letsel of dodelijke ongelukken
Ongevallen bij verkeer (bomen als obstakel bij botsingen)
Arbeidsrisico’s bij boombeheer: valpartijen, kettingzagen, elektrocutie
Plagen (eikenprocessierups)
Bevordering van wandelen en recreatie (walkable streetscapes) Ongelukken met wortelopdruk, struikelen over
Sociale interactie en cohesie bevorderen Beperkingen op gebruik: Gevoel van onveiligheid door dichte begroeiing (blokkeren zicht, plekken waar men zich bedreigd voelt)
Verkoeling (hitte-eilandeffect beperken)
Milieu & energie Schaduw → minder energieverbruik door airconditioning Schaduw → verhoogd energieverbruik door schaduw op zonnepanelen en verhindering lichttoetreding in woning
Koolstofvastlegging (carbon sequestration) Boomverzorging genereert broeikasgassen (transport, kettingzagen, bladblazers)
CO₂-bron (bij afsterven)
Vermindering stormwaterafvoer (waterretentie) Verhoogd watergebruik door bomen, hogere irrigatiebehoefte in droge steden → watertekort
Waterberging, waterregulatie

Veel baten van bomen hebben eigenschappen van publieke goederen: ze zijn vaak niet-exclusief (iedereen profiteert, ook wie niet betaalt) en niet-rivaliserend (het gebruik door de één beperkt het gebruik door de ander niet). Bovendien bestaan veel baten uit indirecte of moeilijk meetbare effecten, zoals vermeden energiekosten of verbeterde luchtkwaliteit. Er ontbreekt dus een duidelijke marktprijs, waardoor waarderingen per definitie schattingen zijn die afhankelijk zijn van context en methode.

In Zwitserland geldt sinds het arrest van het Federale Gerechtshof (2001)[7] dat immateriële of ideële waarden, zowel positief als negatief, buiten beschouwing blijven bij schadevaststelling.[2] Deze strikt op het zakenrecht georiënteerde benadering is bindend voor deskundigen bij objectieve waardebepaling.

Tegen deze achtergrond is duidelijk waarom in verschillende landen uiteenlopende methoden zijn ontwikkeld om boomwaarde te kwantificeren. Door de immense hoeveelheid variabelen en het feit dat jurisprudentie telkens weer nieuwe accenten legt, blijft dit een dynamisch vakgebied dat voortdurend in ontwikkeling is.

Methoden voor boomwaardering

Hieronder volgt een overzicht van methoden voor boomwaardering.[8]

Waardeberekening op basis van houtopbrengst

Voornamelijk gebruikt in de bosbouwpraktijk.[9] De berekening is gebaseerd op de diameter of de doorsnede van de boom. Het resultaat van de berekening is de waarde van het hout na industriële verwerking. In eerste instantie werden deze methoden ook gebruikt om de waarde te bepalen van bomen die in de openbare ruimte staan. In Nederland is de methode Dik[10] beschikbaar om snel de inhoud van een bosboom te kunnen schatten.

Circle Size-methode

Een veelgebruikte methode in Amerika, waarbij elke inch van de stamomtrek op borsthoogte een waarde van 5 dollar vertegenwoordigde.

Stone-methode

Rond 1900 ontwikkeld, door dr. George T. Stone.[11] Deze methode stelde de waarde vast op 0,75 dollar per vierkante inch stamdoorsnede, gemeten op borsthoogte. Uit de prijs konden de grootte, locatie en conditie van de boom worden afgeleid.

Felt-methode

Begin jaren dertig maakte dr. E.P. Felt, directeur van het Bartlett Experimental Laboratory, zijn methode bekend. Deze verfijnde de Stone-methode verder. Bij het berekenen van de boomwaarde nam hij al boomsoort, gezondheidstoestand en locatie in overweging. Deze methode kan worden beschouwd als de eerste waarderingsmethode die in staat was de waarde van bomen in stedelijke gebieden te bepalen op basis van andere factoren dan houtopbrengst.

Felt–Spicer-methode

De Felt-methode aangevuld met een correctie voor dollarinflatie.

I.S.T.C.-formule

In 1947 richtten de American National Arborist Association (NAA) en de National Shade Tree Conference (NSTC) een gezamenlijke commissie op met als doel een methode te ontwikkelen waarmee de waarde van bomen in stedelijke omgevingen kon worden vastgesteld. In 1957 publiceerde de commissie de formule voor boomwaarde:

  • Basiswaarde: de stamdoorsnede op borsthoogte vermenigvuldigd met X dollar per vierkante inch (X = waarde varieerde in de loop der tijd).
  • Geobotanische waarde: planten werden in vijf klassen ingedeeld op basis van geografische locatie en geobotanische geschiktheid. Elk kreeg een waarde; de verschillen tussen de klassen bedroegen 20%.
  • Vitaliteitswaarde: vijf klassen op basis van leeftijd, locatie en gezondheidstoestand.

Het systeem raakte verouderd rond 1970, waarna de methode werd herzien.[12]

CTLA-methode (Council of Tree and Landscape Appraisers)

Gepubliceerd in 1975 als herziening van de I.S.T.C.-formule. De oorspronkelijke berekening werd aangepast: bij de basiswaarde werd niet langer gewerkt met een vaste multiplier, maar werd de dollarwaarde gekoppeld aan de “grootst algemeen beschikbare boom” in kwekerijen in de betreffende regio. Naast vitaliteit en geobotanische waarde werd ook de locatie als factor toegevoegd.

Formule:

  • Basiswaarde × Geobotanische waarde × Vitaliteit
  • Basiswaarde × Geobotanische waarde × Vitaliteit × Locatie

De International Society of Arboriculture (ISA), die Amerikaanse boomverzorgers en houtinspecteurs verenigt, gebruikt deze methode nog steeds voor het bepalen van boomwaarde.[13]

Herziene Burnley-methode

Gepubliceerd door McGarry en Moore in Australië in 1988 en herzien door Moore in 1991. Anno 2025 wordt de herwerkte versie van P.R. Thyer uit 2015 gebruikt.[14] Het concept lijkt op het CTLA-model en is gebaseerd op boomgrootte en een vaste geldwaarde. Het bepaalt het geschatte volume van de boom en vermenigvuldigt dit met de marktprijs per kubieke meter uit de kwekerij. Deze waarde kan worden verlaagd met correctiefactoren zoals levensverwachting (0,5–1,0), vorm en vitaliteit (0,5–1,0) en locatie (0,4–1,0).

Formule: Boomvolume × Expliciete geldwaarde × Levensverwachting × Vorm en vitaliteit × Locatie

Helliwell-methode

Rodney Helliwell publiceerde deze methode voor de waardering van bomen in Groot-Brittannië in 1967. De methode, die sindsdien voortdurend is aangepast,[15] beoordeelt bomen op zes criteria, waarbij elke factor een score krijgt die vervolgens wordt vermenigvuldigd.

Formule: Grootte van de boom × Levensverwachting × Belang van positie in de omgeving × Aanwezigheid van andere bomen × Relatie met omgeving × Vorm × Speciale factor × £14

CAVAT-methode (Capital Asset Value for Amenity Trees)

Gebaseerd op de Helliwell-methode en vanaf 2008 algemeen geaccepteerd en veel gebruikt in het Verenigd Koninkrijk.[16] De berekening is gebaseerd op de “Unified Value”: de gemiddelde kwekerijprijs voor zaailingen met 1 m³ bladerdek van verschillende soorten, plus 150% van deze waarde als optelsom van plantkosten. (In 2008 was dit £12,55). Elk onderdeel van de vijfstapsberekening is nauwkeurig gedefinieerd.

Formule: “Unified Value” × Boomvolume × Belang van de positie in de omgeving × Gezondheidstoestand van de boom × Esthetische waarde × Levensverwachting

STEM-methode (Standard Tree Evaluation Method)

Ontwikkeld door Ron Flook in 1966 voor Nieuw-Zeeland.[17] De methode lijkt op die van Helliwell en gebruikt een scoresysteem (3–27 punten per factor) om boomkenmerken te beoordelen. De factoren zijn onderverdeeld in drie groepen: habitus (vorm, vitaliteit, bruikbaarheid, leeftijd), esthetiek (grootte, zichtbaarheid, nabijheid, rol, klimaatfactor) en – alleen bij bomen ouder dan 50 jaar – speciale kenmerken zoals uitzonderlijke grootte, bijzondere vorm, historische betekenis, zeldzaamheid of wetenschappelijke waarde. De totaalscore wordt vermenigvuldigd met de groothandelsprijs van een vijf jaar oude zaailing. Daarnaast worden plantkosten (voorbereiding, transport, aanplanting) en verzorgingskosten meegerekend, evenals de winstmarge.

Norma Granada

Voor het eerst gepubliceerd in 1990 en herzien in 1999. De methode[18] wordt gebruikt in Spanje. Ze werkt met tabellen waarin boomsoorten worden ingedeeld naar groeisnelheid en levensduur. Op basis hiervan wordt een waarde berekend, die wordt vermenigvuldigd met de groothandelsprijs van kwekerijen. Net als bij CTLA en Burnley wordt de waarde gecorrigeerd voor vitaliteit en locatie. In tegenstelling tot die methoden kan vitaliteit de waarde hier ook verhogen. De basiswaarde kan omlaag worden bijgesteld op grond van habitus en levensverwachting. De maximale theoretische waarde van een boom kan acht keer de initiële waarde bedragen.

Koch-methode

Toegepast in Duitstalige landen. Gepubliceerd in 1987, geformaliseerd in 1997 en in 2002 aanbevolen door de Duitse Gesellschaft für Landschaftsentwicklung und Landschaftsbau (FLL). Deze plantwaarderingsmethode is gebaseerd op onderhoudskosten en wordt gebruikt bij expertises. De berekening is een eenvoudige kostencalculatie, waarin alle uitgaven voor groei, aanplant, herplanting en verzorging van de boom worden meegenomen, inclusief rente en afschrijving. Factoren zoals plant- en transportkosten, een rente van 4% om tot de actuele waarde te komen, risicofactoren, waardevermindering bij oudere bomen en afschrijving bij schade worden bij elkaar opgeteld om de waarde van een individuele boom te bepalen.

Methode Koch[19] in het kort.

Aanplant

  • + Aanschafprijs boom (catalogusprijs minus korting)
  • + Plantkosten (materiaal, arbeid, transport- en reiskosten)
  • = Som van de kosten van de aanschaf en aanplant

Groeifase

  • + Onderhoudskosten (materiaal, arbeid, reiskosten), normaal gesproken voor 2-4 jaar, met rente
  • + Rente over de investering van de aanplant
  • + Risico van het tot nu toe geïnvesteerde kapitaal
  • = Waarde na de aanplant

Onderhoudsfase

  • + Onderhoudskosten voor een jaar, met rente
  • + Rente over de bijgroei
  • = Normale onderhoudskosten
  • - afschrijving (indien nodig, doorgaans sterk progressief)
  • = Waarde na afschrijving
  • - Eventuele aftrek voor bestaande gebreken en schade (voor de te beoordelen ingreep)
  • = Werkelijke waarde van het object

Bij de taxatie van laanbomen worden met name de volgende aspecten meegenomen:

  • -(!) Functie van object voor perceel (waardedaling van perceel bij beschadiging aan boom)
  • Prijs van de aanplant
  • Transport-, plant- en materiaalkosten
  • Kosten van het onderhoud
  • Rentekosten van de investering in de aanplant
  • Risico dat de aanplant de groeifase niet overleeft
  • Kosten van verdere realisatie tot het vervullen van de functie
  • Rente over alle gedane investeringen
  • Omzetbelasting
  • Waardeverminderingen van het object door ouderdom, gebreken en schade

Uniforme Methode voor Waardebepaling van straat-, laan- en parkbomen[20]

Deze methode wordt sinds 1979 toegepast in Vlaanderen door openbare besturen voor onder meer de berekening van schadevergoedingen bij beschadiging of vernietiging van bomen. In 1996 werd de methode officieel opgenomen in het Standaardbestek 250 voor de Wegenbouw van het Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap (hoofdstuk II, Algemene bepalingen).

De waarde van een boom wordt bepaald aan de hand van vijf factoren:

  • basiswaarde (B)
  • soortwaarde (S)
  • standplaatswaarde (St)
  • conditiewaarde (C)
  • plantwijzewaarde (P)
  • meerwaardefactor (M)

De berekeningsformule luidt: W (boomwaarde in EUR) = B × S × St × C × P × M

Zwitserse methode (Richtlinie zur Schadensatzberechnung von Geholzen, Bund Schweizer Baumpflege BSB)[21]

De richtlijn is ontwikkeld na het arrest van het Zwitserse Bundesgericht van 2001, waarin werd bepaald dat bij schadeclaims niet de boomwaarde zelf kon worden vergoed, maar uitsluitend de schade (dus herstelkosten of vervangingskosten). De waardeberekening van bomen heeft hier plaats maakt voor de schadevergoeding voor bomen. Dit betreft een samenwerking tussen de leden van Bund Schweizer Baumpflege (BSB) in samenwerking met de Vereinigung Schweizerischer Stadtgärtnereien und Gartenbauämter (VSSG)

  • De methode maakt daarom onderscheid tussen:
  1. Volledige vernietiging → boom moet worden vervangen → kosten voor aanplant van een gelijkwaardige boom + bijkomende kosten (transport, plantvoorbereiding, nazorg).
  2. Gedeeltelijke schade → de boom blijft staan, maar heeft beperkte levensduur → berekening van herstelkosten.
  3. Het systeem is toepasbaar op zowel particuliere als publieke bomen.
  4. Uniek aan de Zwitserse richtlijn is dat zij rekening houdt met boomsoortspecifieke gevoeligheid en met de aard van de schade (wortelverlies, kroonverlies, stamschade).
  5. De BSB geeft invulformulieren uit waarmee de kosten berekend kunnen worden.

Richtlijnen NVTB 2023

De Nederlandse Vereniging van Taxateurs van Bomen (NVTB) geeft sinds 1992 richtlijnen[22] uit voor de waardering van bomen. Tot 2005 gold de zogenoemde methode-Raad als standaard. In 2005 zijn de NVTB-richtlijnen volledig herzien, gebaseerd op de Duitse methode Koch.

Door jurisprudentie in zowel Duitsland als Nederland bleven de systemen in de basis vergelijkbaar, maar ontstonden er verschillen in de uitwerking. Na het arrest van de Hoge Raad in 2017[23] is het berekenen van waardevermindering van de volledige boom bij deelschade niet langer toegestaan. Sinds 2018 is de waardeberekening van bomen, net als bij de Zwitserse BSB-richtlijn, vervangen door een kostenbenadering: er worden uitsluitend nog vervangings- of herstelkosten berekend. Sinds 2023 bevatten de NVTB-richtlijnen een module Herstelkosten, gebaseerd op de Zwitserse BSB-methode met schade-elementen aan kroon, stam en wortels, plus een extra categorie voor schade aan de stamvoet. NVTB-leden kunnen gebruik maken van een online rekenmodel.

Literatuur

  • Council of Tree & Landscape Appraisers (CTLA). (2000). Guide for Plant Appraisal (9th ed.). International Society of Arboriculture, Champaign, IL.
  • Coder, K.D. (2000). Tree Appraisal: What is the trunk formula method (TFM)? University of Georgia, School of Forest Resources, Outreach publication FOR00-13.
  • Flook, R. (1996). Tree Evaluation Methodologies. Arboricultural Advisory and Information Service, Farnham, UK.
  • Helliwell, D.R. (1967). The amenity value of trees and woodlands. Journal of Arboriculture, 1: 128–131.
  • Helliwell, D.R. (2008). Amenity Valuation of Trees and Woodlands. Arboricultural Association, Stroud, UK.
  • International Society of Arboriculture (ISA). (2000). Guide for Plant Appraisal (9th ed.). Champaign, IL.
  • Tiedtke-Crede, A. & Schall, P. (2022). Kompendium der Gehölzwertermittlung: Die rechtskonforme Wertermittlung von Schutz- und Gestaltungsgrün – Ein Nachschlagewerk für Sachverständige, Behörden und Juristen. 1. Auflage. SVK-Verlag.
  • Moore, G.M. (1991). Amenity tree evaluation: A revised method. The Arboricultural Journal, 15: 57–73.
  • Morgenroth, J. (2011). Methods of tree appraisal: A review of recent developments. Arboriculture & Urban Forestry, 37(1): 38–47.
  • Normand, P. (1992). Méthode de l’évaluation de la valeur des arbres. Association Suisse des Soins aux Arbres (Société Suisse de Phytopathologie), Lausanne.
  • Nederlandse Vereniging van Taxateurs van Bomen (NVTB). (2023, revisie 1). Richtlijnen voor boomtaxaties.[22] © 2024 NVTB.
  • Thyer, Peter (2021) Introduction to the Thyer Tree Valuation Method 2015.[14]
  • VSSG & Bund Schweizer Baumpflege. (2018). Bäume. Richtlinie zur Schadenersatzberechnung von Bäumen. Zürich: VSSG.[21]
  • Watson, G. (2002). Comparing formula methods of tree appraisal in the U.S. and Europe. Journal of Arboriculture, 28(1): 11–18.

Zie ook