Biosynthese
Biosynthese of anabolisme is de opbouw van biologische, organische verbindingen, van biomoleculen onder verbruik van energie zoals deze in organismen plaatsvindt. De energie kan door licht worden geleverd, zoals bij fotosynthese bij planten, of door een redoxreactie. De wetenschap van de biosynthese is een onderdeel van de fysiologie en de biochemie. Vergelijkbare reacties kunnen vaak ook in het laboratorium worden uitgevoerd, maar vereisen dan vaak voor een levend systeem onmogelijke omstandigheden. Eiwitsynthese is een voorbeeld van biosynthese.
Het tegengestelde van biosynthese is katabolisme, waarbij meer gecompliceerde moleculen worden afgebroken en de opgeslagen energie weer vrijkomt in de vorm van ATP, zoals bij de celademhaling. Als voorbeeld is er de omzetting van glucose via de citroenzuurcyclus in koolstofdioxide en water. In warmbloedige organismen verloopt deze omzetting bij ongeveer 37°C en de vrijkomende energie kan op een efficiënte wijze voor veel verschillende doeleinden worden benut. In het laboratorium is de omzetting ook goed uit te voeren, maar alleen bij hogere temperatuur door verbranding, en de vrijkomende energie is maar voor een klein deel nuttig te gebruiken. Tijdens de achtereenvolgende stadia van biosynthese treden vaak gespecialiseerde katalysatoren op, de enzymen. Deze zijn uit ketens van aminozuren opgebouwd.
In de biotechnologie wordt gebruikgemaakt van enzymen of organismen om biosynthetische processen uit te voeren.