Bietengordijnzwam
| Bietengordijnzwam | ||||||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
![]() | ||||||||||||||
| Taxonomische indeling | ||||||||||||||
| ||||||||||||||
| Soort | ||||||||||||||
| Cortinarius umbrinolens P.D. Orton (1980) | ||||||||||||||
| Afbeeldingen op | ||||||||||||||
| ||||||||||||||
De bietengordijnzwam (Cortinarius umbrinolens) is een schimmel behorend tot de familie Cortinariaceae. Hij is ectomycorrhiza vormend, meestal met berken (Betula), maar soms ook met eiken (Quercus) of dennen (Pinus) in loof- en gemengde bossen op droog tot matig vochtig, humeus zuur zand of leem.
Kenmerken
Uiterlijke kenmerken
- Hoed
De hoed heeft een diameter van 2–5 cm. Bij jonge exemplaren kegelvormig, bij oudere vlak uitgespreid met een stompe umbo. De hoed is hygrofaan; in vochtige toestand intens roodbruin met een bijna zwarte knobbel, in droge toestand okerbruin. Oppervlak dof en glad, rand glad en scherp, bij jonge exemplaren met resten van een witachtig velum.
- Lamellen
De lamellen zijn breed aangehecht aan de steel. De kleur is aanvankelijk crème, later geeloker van kleur.
- Steel
De steel heeft een lengte van 5–8 cm en een dikte van 0,4–0,6 cm. De vorm is cilindrisch, broos, aanvankelijk gevuld, later hol. Het ppervlak is donkerroodbruin, bedekt met witte vezeltjes die plaatselijk onregelmatige ringen vormen.
- Geur en smaak
Het vlees is dun, donkerroodbruin, zonder uitgesproken geur of smaak.
Microscopische kenmerken
De basidia zijn 4-sporig en meten 21-30 x 7-8,5. Ze heben gespen. De sporen meten 7,4-10 x 4.4-5.7. De hyfe in de hoed zijn 3,5-8 micron breed en hebben gespen.
Verspreiding
In Nederland komt hij algemeen voor. Hij staat niet op de rode lijst en is niet bedreigd.
