Betsy Muus

Betsy Muus
Persoonsgegevens
Volledige naam Elisabeth Æmilia Antonia Augusta Muus
Geboren Arnhem, 30 juni 1891
Overleden Knokke-Heist, 14 oktober 1973
Geboorteland Nederland
Nationaliteit België
Opleiding en beroep
Beroep Beeldhouwer
Portaal  Portaalicoon   Kunst & Cultuur
België

Elisabeth Æmilia Antonia Augusta (Betsy) Muus (Arnhem, 30 juni 1891Knokke-Heist, 14 oktober 1973) was een Nederlands-Belgisch beeldhouwer.[1]

Leven en werk

Elisabeth of Betsy Muus werd geboren aan de Steenstraat in Arnhem als dochter van pianostemmer en -handelaar Johannes Simon Muus en Elisabeth Catharina Theodora Albarta Brasem.[2] Muus woonde als kind al enige tijd met haar ouders in het Belgische Gent en keerde daar later naar terug. Ze trouwde in 1912 met koetsier Constant Muijsschondt[3] en verkreeg later de Belgische nationaliteit. Het stel scheidde in 1921. Muus studeerde vanaf 1924 aan de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten van Gent, aan de leergang Vrouwenkunstarbeid als leerlinge van Hélène De Bie-Buyst, later beeldhouwkunst bij Geo Verbanck.[4] Bij haar afstuderen in 1931 ontving ze een koninklijke medaille.[5]

Muus maakte bustes, dieren, figuren, kinderkopjes en portretten. Ze werkte in terracotta, hout en gips.[6] Zij exposeerde onder meer op de salons in Antwerpen, Gent en Luik.[7] Ze reageerde op een oproep van het Ministerie van Kunsten en Wetenschappen om op sport geïnspireerd werk in te sturen voor de kunstwedstrijden op de Olympische Zomerspelen (1932) in Los Angeles. Muus werd naast René Daemen, Jos Daemers en Anna Van Nuffel verkozen om België te vertegenwoordigen in het onderdeel beeldhouwkunst.[8] De gekozen inzenders ontvingen een staatspremie en hun werk werd door de regering naar de Verenigde Staten verscheept.[9] Vooraf aan de spelen waren de inzendingen te zien in het het Academiënpaleis in Brussel.[10] Bij de Zomerspelen viel ze met haar beeld van een keeper buiten de prijzen. André Verbeke was de enige Belg die dat jaar een medaille won, hij haalde brons in de categorie stedenbouw.[11]

In 1933 had Muus een duo-expositie met de schilder Marcel Bistoen, waar ze onder meer een aantal portretten en dierfiguren toonde. De recensenten waren positief over haar werk, volgens hen had Muus "een elegant-boetseerende hand" (Vooruit), toonde ze aan "dat ze een persoonlijke artiste wil zijn. Haar vrouwelijke fijngevoeligheid schept iets zachts, teeders. Een onaanvoelbare lenigheid ligt in haar lijn. Hoe stevig het werk ook is opgebouwd, het blijft veerkrachtig en licht." (Het Laatste Nieuws) en had haar werk "een schoonen kern van soberheid en stijl, van gevoel en stil, delikaat van rythme" (Het Volk).[12]

Muus overleed op 82-jarige leeftijd, ze werd begraven op de Westerbegraafplaats in Gent.[13]

Enkele werken

  • 1920: Hondekop, getoond op de salon van Antwerpen.
  • 1932: Gardien (keeper), beeld voor de Olympische Zomerspelen.
  • ca. 1934: Twee duiven, beeldje getoond in zaal Ars in Gent.
  • Jongenskop (Portret van de kunstenaar Wilfried Sybrands), collectie Museum voor Schone Kunsten Gent.[14]
  • Medaillonportret van vader Muus.