Betonningsvaartuig


Een betonningsvaartuig, boeienlegger of tonnenlegger is een vaartuig dat betonning plaatst en onderhoudt, zoals boeien, tonnen, drijfbakens en steekbakens. In ruimere zin is hun taak de vaargeul, de bevaarbaarheid en de veiligheid in stand te houden en problemen te signaleren, zodat het ook manusjes-van-alles zijn.
Na de Tweede Wereldoorlog werden er motorloggers voor dit doel aangepast, maar (minstens) vanaf de Zaandam (1953) werden ze speciaal gebouwd. De Koninklijke Marine bouwde en verbouwde de schepen voor de Betonningsdienst en bleef ook eigenaar, tot deze dienst vanaf 1980 overging naar Rijkswaterstaat.
Anno 2011 beschikte Rijkswaterstaat over zeven operationele betonningsvaartuigen, te weten:
- Rotterdam (bouwjaar 1987)
- Vliestroom (1987)
- Terschelling (1988)
- Frans Naerebout (1989)
- Nieuwe Diep (1990)
- Schuitengat (1990)
- Waddenzee (1994)
Enkele voormalige betonningsvaartuigen zijn:
- Delfzijl (1947)[1]
- Lauwers (1952)
- Zaandam (1953) De eerste van een serie van zes. De Zaandam verzorgde tevens bevoorrading van lichtschepen.
- Delfshaven (1959)
De bouwjaren kunnen bij de oudere schepen een jaar verschillen met de werkelijkheid.
- ↑ 4.MST Inventaris van de bouwtekeningen van schepen van de Nederlandse Marine, 1683-1996 | Nationaal Archief. www.nationaalarchief.nl. Geraadpleegd op 23 augustus 2025. Klik op → 2 HULPSCHEPEN KONINKLIJKE MARINE. → 2.2 MOBILISATIE, OORLOG 1939-1945 EN DAARNA. → 2.2.4 Diverse schepen.