Bernard Olsthoorn

Bernard Olsthoorn
Bernard Olsthoorn
Persoonsgegevens
Geboren Den Haag, 15 april 1949Bewerken op Wikidata
Overleden Den Haag, 30 augustus 2025Bewerken op Wikidata
Opleiding en beroep
Opleiding gevolgd aan Koninklijke Academie van Beeldende Kunsten (1967; 1972)[1]Bewerken op Wikidata
Beroep beeldend kunstenaar, academisch docentBewerken op Wikidata
RKD-profiel
Portaal  Portaalicoon   Kunst & Cultuur
's Lands Magazijn van Geneesmiddelen in Heerenveen
Vijf geknikte buizen in Den Haag

Bernard Olsthoorn (Den Haag, 15 april 1949 – aldaar, 30 augustus 2025) was een Nederlands beeldend kunstenaar.

Leven en werk

Olsthoorn studeerde in 1972 af aan de Koninklijke Academie voor Beeldende Kunsten in Den Haag. [2] Aanvankelijk bestond zijn werk uit landschappen, waarbij de weergave van diepte en breedte van de landschappelijke ruimte het belangrijkste thema vormde. Allengs evolueerde de mimetische werkwijze naar een geometrisch abstract idioom en werd ruimte op zich het voorwerp van onderzoek. De eerste resultaten zijn sterk beïnvloed door 'De Stijl'. Kenmerkend voor het werk uit die tijd is de illusionaire ruimtelijkheid. Uit onvrede daarmee ontstonden rond 1972 de eerste reliëfs. De composities van deze werken zijn voornamelijk intuïtief tot stand gekomen. Vanaf 1980 ontstaan er werken waarin een systematische structurering van het beeld de concrete basis vormt. De schijnbaar tegenstrijdige functies van de werken die sindsdien ontstonden zijn de complexiteit enerzijds ervan en de bijzondere helderheid anderzijds. De systematisering van de middelen en de methode werden aangewend om een zo groot mogelijke handelingsvrijheid te bereiken. De subjectiviteit, ofwel de individuele expressiviteit zit hem in de keuze van de methode. Het onderzoeken van de visuele spanning van ieder werk berust ook op subjectieve overwegingen. Deze schijnbare tegenstelling is niets anders dan een synthese tussen intuïtief en rationeel handelen.[3][4]

Olsthoorn beschouwde het kunstenaarschap als de som van uiteenlopende activiteiten, waardoor, vanuit dat perspectief, het leven geleidelijk aan tot kunst wordt. Zodoende, en met nadruk op de maatschappelijke richting die kenmerkend is voor de constructivistische stromingen, onderzocht Olsthoorn vanaf 1975 de mogelijkheden van een synthese tussen architectuur en beeldende kunst. Dit onderzoek richtte zich in eerste instantie op een nieuwe interpretatie van het 'totaal kunstwerk'. De monumentale werken die na 1980 zijn ontstaan zijn een zoektocht van autonomie naar een relatie tussen beeldende kunst en architectuur.

Olsthoorn was docent Vormstudie aan de Faculteit Bouwkunde TU Delft.[5]