Benoît Drèze

Benoît Drèze (Pittsburgh (USA), 5 oktober 1957) is een voormalig Belgisch politicus voor het cdH.

Biografie

Drèze studeerde in 1979 af als industrieel ingenieur aan het Institut Zénobe Gramme in Luik, maar ging zich beroepshalve toeleggen op sociaal werk. Van 1979 tot 1983 werkte hij als opbouwwerker in een sociaal opvangtehuis in Luik en in 1983 stichtte hij de sociale onderneming 1001 choses à faire, die zich tot 2006 richtte op het vormen op het terrein van uitgevallen jongeren door hen toegang te bieden tot beroepen in de bouw middels betaalde stages van negen tot veertien maanden. Door de jaren heen werd hij tevens voorzitter of gedelegeerd bestuurder van verschillende andere sociale ondernemingen die zich bezighielden met de sociaal-professionele inschakeling van kwetsbare personen, het bieden van opleidingen, het ondersteunen van ondernemers in de sociale economie, het ontwikkelen van welzijnsprojecten, en de strijd tegen sociale en digitale kloof tussen verschillende bevolkingsgroepen. Deze bedrijven werden geclusterd in het Step Group-netwerk. In 2025 stapte hij op als voorzitter van Step Group en zette hij een punt achter zijn loopbaan als sociaal ondernemer. Tevens was Drèze van 2007 tot 2015 voorzitter van het Naamse bedrijf FERI, dat zich specialiseerde in de financiële ondersteuning van vastgoedontwikkelingsprojecten en projectmanagement van vastgoedrenovaties. Van 1993 tot 2004 was hij eveneens medewerker bij de Universiteit Luik

Hij bestudeerde ook de organisatie van de sociale economie in het buitenland en liet zich in 1994 inspireren door het Franse systeem van dienstencheques. In 1995 schreef hij het boek Tous au chômage ? Pour en découdre avec l’exclusion sociale (Allen aan de werkloosheid? De aanpak van sociale uitsluiting), waarin hij het publieke debat over het invoeren van dienstencheques aanwakkerde en politieke partijen vertrouwd maakte met dit concept. Het leidde mede tot de invoering van dienstencheques in 2004, een initiatief van de paarse regering-Verhofstadt II om de dienstensector verder te ontwikkelen, jobs dichtbij huis te creëren voor laaggeschoolden om hen uit de werkloosheid te houden en zwartwerk te bestrijden.

Drèze bouwde intussen ook een politieke loopbaan uit binnen de christendemocratische PSC en haar navolger cdH. Hij was actief binnen de sociale linkervleugel Démocratie Chrétienne, waarvan hij secretaris-generaal was. In 1992 was hij even opdrachthouder op het kabinet van de Franse Gemeenschapsminister Michel Lebrun en van 1994 tot 1995 was hij attaché van de PSC-fractie in de Senaat, waarna hij van 1995 tot 1999 adviseur voor werkgelegenheid was op het kabinet van CVP-minister Miet Smet. Daarna was Drèze van 1999 tot 2001 coördinator van het departement opbouwwerk van de PSC, een functie die hij doorgaf aan Benoît Lutgen. Van navolger cdH was hij van 2002 tot 2004 nationaal secretaris voor het domein werk en van 2002 tot 2003 was hij tevens medewerker inzake werkgelegenheid van de fracties in de Senaat en de Kamer van volksvertegenwoordigers. Tevens was hij van 1995 tot 1997 lid van het Europees Comité voor Werkgelegenheid en Arbeidsmarkt en van 2000 tot 2006 bestuurder bij Dexia Bank België.

Van 1995 tot 2000 was Drèze gemeenteraadslid van Herstal en vervolgens was hij van 2000 tot 2004 provincieraadslid van Luik. In oktober 2006 werd hij verkozen tot gemeenteraadslid van de stad Luik, waar hij van 2006 tot 2012 schepen van Sociale Diensten, Gezin en Gezondheid was. Vervolgens bleef hij nog tot eind 2020 gemeenteraadslid van de stad.

In juli 2004 kwam Benoît Drèze ter opvolging van Louis Smal voor de kieskring Luik in de Kamer van volksvertegenwoordigers terecht. Hij nam zitting in de commissies Sociale Zaken en Volksgezondheid, Leefmilieu en Maatschappelijke Hernieuwing. Drèze bekritiseerde vanuit de oppositie het werkgelegenheidsbeleid en het beleid rond sociale zaken en volksgezondheid van de regering, had bedenkingen bij het Generatiepact en stelde correcties voor om de impact van dienstencheques te verbeteren. Bij de federale verkiezingen van juni 2007 raakte hij niet herkozen, waarop cdH-voorzitter Joëlle Milquet hem als sociaal-economisch expert van de partij betrok bij de regeringsonderhandelingen. Toen in december 2007 de regering-Verhofstadt III werd geïnstalleerd, ging Drèze tot in maart 2008 als medewerker aan de slag op het kabinet van federaal minister van Werk Josly Piette. Van 2008 tot 2009 was hij vervolgens kabinetsmedewerker van Joëlle Milquet, die Piette was opgevolgd als minister van Werk. Van maart tot juli 2013 was hij nogmaals kabinetsmedewerker van vicepremier Joëlle Milquet, opnieuw bevoegd voor de materie werk.

In juli 2013 werd Drèze opnieuw federaal volksvertegenwoordiger ter vervanging van Marie-Martine Schyns, die Frans Gemeenschapsminister werd. Hij trad toe tot de Kamercommissie Financiën en Begroting en zetelde tot aan de verkiezingen van mei 2014. Hij werd toen voor het arrondissement Luik verkozen in het Waals Parlement en het Parlement van de Franse Gemeenschap, waar hij bleef zetelen tot in mei 2019. In het Waals Parlement was Drèze van 2014 tot 2017 voorzitter van de commissie Begroting en Openbaar Ambt en lid van de commissie Werk en Opleiding en van 2017 tot 2019 lid van de commissies Economie, Werk en Opleiding en Begroting, Energie en Klimaat. Hij volgde de hervorming van de arbeidsondersteuning en het werkgelegenheidsplan van minister Eliane Tillieux op en waakte erover dat duaal leren een van de belangrijkste pijlers van het plan werd. Ook enkele Luikse dossiers konden op zijn belangstelling rekenen, zoals de E313-Citadelle-verbinding, de renovatie van het MADmusée en de aanleg van de Luikse tram, terwijl hij zich eveneens toelegde op de dossiers rond klimaat, bestuurszaken, gezondheid, drugspreventie, sociale bijstand en huisvesting. In 2017 steunde hij cdH-voorzitter Benoît Lutgen resoluut bij diens beslissing om na verschillende financiële schandalen de samenwerking met de PS in de Waalse regering op te zeggen en een nieuwe regering met de liberale MR te vormen. In het Franse Gemeenschapsparlement werd hij dan weer lid van de commissies Begroting, Openbaar Ambt en Administratieve Vereenvoudiging (2014-2015) en Hoger Onderwijs, Onderzoek en Media (2015-2019, vanaf januari 2019 tevens bevoegd voor Onderwijs voor Sociale Promotie), waarvan hij van 2016 tot 2019 ondervoorzitter was.

Bij de verkiezingen van mei 2019, waarbij cdH een flinke nederlaag leed, stond hij als laatste opvolger op de Luikse cdH-lijst voor de Kamer. Drèze verzette zich na deze verkiezingen zonder succes tegen de beslissing van voorzitter Maxime Prévot om op alle niveaus voor de oppositie te kiezen, ervan overtuigd dat een coalitie met PS en Ecolo in het Waals Gewest en de Franse Gemeenschap de beste weerspiegeling van de verkiezingsuitslag was. In december 2020 verliet Drèze definitief de politiek om zich aan het sociaal ondernemerschap te wijden. Ten slotte werd hij in 2011 docent sociaal bedrijfsbeheer aan de Luikse hogeschool Helmo Gramme.