Belga (munteenheid)

De belga was tussen 1926 en 1944 een munteenheid in België.

De belga ontstond in een periode van grote inflatie en kaderde in een reeks van maatregelen om de schuldgraad van het land terug te dringen en de munt te stabiliseren. België had in 1925 de Latijnse muntunie verlaten, omdat de Franse frank heel instabiel was. De bedoeling was om de Belgische munt te onderscheiden van de Franse frank en het vertrouwen in de munt te herwinnen. De creatie van de belga wordt toegeschreven aan Louis Franck, de gouverneur van de Nationale Bank. De belga was bedoeld als munt voor internationale transacties. De frank verdween dus niet, en de biljetten (vanaf 1927) en de munten (vanaf 1930) vermeldden zowel de waarde in belga als in frank. Eén belga was gelijk aan vijf Belgische frank (BEF) en had een gouden standaard van 0,21 gram goud.

De waarde van de belga was ook gelijk aan vijf Luxemburgse frank. Dit conform het verdrag van 1921 waarmee de Belgisch-Luxemburgse Economische Unie werd opgericht.

In 1935 devalueerde de Belgische frank met 25% in het kader van de wereldwijde economische crisis, waarna de belga evenveel waard werd als 0,15 gram goud of vier Luxemburgse franken.[1]

Na de Tweede Wereldoorlog (in het grootste deel van België al in 1944) verdween de belga en werd weer alleen de Belgische frank gebruikt. Deze werd in waarde gelijkgesteld aan één Luxemburgse frank.

Zie ook