Beit El

Beit El
Israëlische nederzetting Vlag van Israël
Beit El (Israël)
Beit El
Situering
Locatie Westelijke Jordaanoever
Coördinaten 31° 57 NB, 35° 13 OL
Website www.bet-el.info
Foto('s)
De buitenpost (outpost) Ulpana van Beit El. Op de achtergrond de buitenpost Jabel Artis, 2011
De buitenpost (outpost) Ulpana van Beit El. Op de achtergrond de buitenpost Jabel Artis, 2011
Portaal  Portaalicoon   Israël

Beit El (Hebreeuws: בֵּית אֵל) is een illegale Israëlische nederzetting op de Westelijke Jordaanoever. Deze werd in 1977 gesticht in de nabijheid van het dorp Beitin in het Palestijnse gouvernement Ramallah & Al-Bireh op Palestijns privaat land. Het is een orthodox-joodse nederzetting.

Status van de nederzetting

Volgens internationaal recht, onder meer de Vierde Geneefse Conventie en de Haagse Conventie, zijn nederzettingen in bezet gebied illegaal. Na petities van de landeigenaren bij het Hooggerechtshof van Israël beargumenteerde de Israëlische legerleiding dat het land "tijdelijk gevorderd was en noodzakelijk en urgent was voor militaire veiligheidsdoeleinden." Het Gerechtshof achtte de vestiging van burgers legaal "zolang het militair noodzakelijk én tijdelijk is".[1]

In 1983 had Beit El 1.000 inwoners. In 2025 was dat aantal gegroeid tot circa 6.500. Nagenoeg alle inwoners zijn joods.

Beth El ("huis van God") is volgens de Hebreeuwse Bijbel (Genesis 28: 16-19) de naam die Jacob gaf aan de plek Luz in Kanaän.[2]

Historie

Tijdens de Arabisch-Israëlische Oorlog van 1948 werd, door zionistische Joodse leiders, in het westen van het voormalige Mandaatgebied Palestina de staat Israël uitgeroepen. Daarbij werden ruim 770.000 oorspronkelijk Palestijnse bewoners uit dat gebied vermoord of gedwongen verdreven en werden hun huizen en dorpen grotendeels verwoest en hun bezittingen onteigend; dit werd de Nakba voor de Palestijnen. Het oostelijk deel van dat voormalige mandaatgebied Palestina werd door Transjordanië veroverd en kwam als Westelijke Jordaanoever onder zijn bestuur. In juni 1967 veroverde en bezette Israël ook de Westelijke Jordaanoever.

Palestijnse privégrond

Alle Israëlische nederzettingen die gebouwd zijn in de bezette Palestijnse gebieden zijn illegaal volgens internationaal recht. Daarenboven zijn ze veelal geheel of gedeeltelijk gebouwd op Palestijnse grond die in privébezit was. Ook Beit El is grotendeels gebouwd op door Israëliërs gestolen of via fraude verkregen, privaat Palestijns grondgebied.

In 2013 bleek dat de wijk Ulpana was gebouwd op grond die door middel van valse documenten werd gepresenteerd als van Palestijnen gekocht land. Dit werd uitgevoerd door koloniserings-organisaties als Amana, via de Settlement Division van de Zionistische Wereldorganisatie (WZO). Dergelijke fraude bleek ook te zijn gepleegd bij andere nederzettingen.[3] Vanuit Beit El werden diverse illegale buitenposten opgezet, zogenoemde 'outposts', waaronder Ulpana en Jabel Artis (ook wel Pisgat Ya'akov genoemd). Na een petitie van de Palestijnse landeigenaren bij het Hooggerechtshof van Israël werd in 2008 een deel van Ulpana met 30 appartementen gesloopt.

Op 18 december 2016 bleek dat Donald Trump in 2003 tienduizend dollar aan de nederzetting had gedoneerd.[4] Tegelijkertijd kwam ook kwam aan het licht dat de Kushner-foundation tienduizenden dollars aan organisaties en instellingen in de nederzettingen heeft gedoneerd; in 2013 kreeg een jesjiva in Beit El daarvan 20.000 dollar. Ook de door Donald Trump nieuw benoemde Amerikaanse ambassadeur David Friedman heeft in de loop der jaren duizenden dollars aan deze jesjiva gegeven. In datzelfde jaar gaf Israël, in de hoedanigheid van de 'Civil Administration' toestemming voor de bouw van 296 woonunits in Beit El. Dit vond plaats 2 dagen nadat Benjamin Netanyahu de bouw had bevroren om vredespogingen door de V.S. een kans te geven. De Palestijnse onderhandelaar bij de vredesbesprekingen Saeb Erekat veroordeelde deze beslissing: "We condemn this new decision which is proof that the Israeli government wants to sabotage and ruin the US administration's efforts to revive the peace process."[5].

Zie ook

Referenties