Behaard barnsteenmosklokje
| Behaard barnsteenmosklokje | ||||||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
![]() | ||||||||||||||
| Taxonomische indeling | ||||||||||||||
| ||||||||||||||
| Soort | ||||||||||||||
| Galerina atkinsoniana A.H. Sm. (1953) | ||||||||||||||
| Synoniemen | ||||||||||||||
|
Galerina vittaeformis var. atkinsoniana | ||||||||||||||
| Afbeeldingen op | ||||||||||||||
| ||||||||||||||
Het barnsteenmosklokje (Galerina atkinsoniana) is een schimmel uit de familie Hymenogastraceae. Hij komt voor op levende bladmossen.[1]
Kenmerken
Uiterlijke kenmerken
- Hoed
De hoed heeft een diameter van 10-30 mm. De vorm is breed, kegelvormig tot gewelfd, uiteindelijk vrijwel vlak met een umbo. De kleur is warm geelbruin tot roestbruin met donkerder centrum. Het oppervlak is doorschijnend gestreept, pruïneus dat te zien is met een loep. Hoed is hygrofaan en in vochtige toestand doorschijnend gestreept.[2]
- Lamellen
De lamellen staan wijd uiteen, zijn aangehecht, roestbruin met gewimperde tot gekartelde, blekere snede.[2]
- Steel
De steel is heeft een lengte van 20-50 en een dikte van 1-3 mm. De vorm is cilindrisch. De kleur is geelbruin tot roodbruin.[2] Het over de hele lengte pruïneus (berijpt) met goed ontwikkelde caulocystiden.
- Geur en smaak
Het vlees is zeer dun, waterig en breekbaar en geelbruin tot okerkleurig.[3] De geur en smaak zijn schimmelig.[2]
Microscopische kenmerken
De basidia zijn 4-sporig. De sporen zijn amandelvormig, grof wrattig met duidelijke plage en meten 11-14 x 6,5-8 μm.[2] De caulocystiden zijn talrijk aanwezig en flesvormig.[2] Deze soort heeft overvloedig pileocystiden (afmeting 50–90 × 7,5–15(20) µm) waarmee het zich onderscheidt van het barnsteenmosklokje, die deze niet of extreem zelden heeft.[4] De pleurocystiden staan verspreid, zijn spoelvormig tot buikig, dunwandig en kleurloos tot soms enigszins bruin in KOH en meten 38–70 × 10–15(16) µm.[3] De cheilocystiden zijn talrijk tot verspreid, smal tot breed spoelvormig-buikig, dunwandig, kleurloos of soms bruinachtig in KOH en meten 28–40(60) × (8)9–18 µm.[3] Er zijn gespen aanwezig.[3]
Verspreiding
In Nederland komt het behaard barnsteenklokje algemeen voor. Hij staat niet op de rode lijst en is niet bedreigd.[1]


