Begraafplaats van Ieper

Begraafplaats van Ieper
Hoofdingang
Hoofdingang
Plaats Ieper Vlag van België België
Portaal  Portaalicoon   Mens & maatschappij

De Stedelijke begraafplaats van Ieper ligt ongeveer 800 m ten oosten van de Grote Markt in de Belgische stad Ieper, langs de weg die loopt vanaf de Menenpoort naar Zonnebeke.

Deze begraafplaats bestaat uit drie delen:

  • een oud burgerlijk gedeelte waarin enkele perken met Britse oorlogsgraven uit de Eerste Wereldoorlog liggen - bij de Commonwealth War Graves Commission geregistreerd als Ypres Town Cemetery.[1][2]
  • een nieuw gedeelte waarin zich een perk bevindt met Belgische gesneuvelden uit beide wereldoorlogen.
  • een derde gedeelte bevindt zich tussen de twee vorige, en bevat enkel Britse gesneuvelden uit de Eerste- en Tweede Wereldoorlog. Deze begraafplaats is bij de CWGC gekend als Ypres Town Cemetery Extension.[3][4]

Geschiedenis

Op last van keizer Jozef II moesten er in de Oostenrijkse Nederlanden vanaf 1784 begraafplaatsen aangelegd worden buiten de stad, open voor alle gezindten. Deze moesten ommuurd of door een haag omgeven zijn (uit respect voor de rust van de dode). Dit besluit geraakte na de Brabantse Omwenteling (1789-90) ietwat in de vergetelheid maar werd definitief bevestigd in 1804. Vanaf dan was het ook mogelijk een eigen onderscheiden perceel grond te kopen om een monument op te richten voor onbeperkte duur, de zogenaamde ‘eeuwige concessie’. De eerste begraving op de nieuwe Ieperse begraafplaats vond plaats in 1791 en daarmee is het een van de oudste in Vlaanderen, na onder meer Brugge en Gent (1784) of Mechelen (1785).[5]

De eerste begrafenis op die nieuwe Ieperse stedelijke begraafplaats langs de Zonnebeekseweg vond plaats op 3 mei 1791 en gaf aanleiding tot onlusten. Het ging om een kloosterzuster die aanvankelijk werd begraven op het kerkhof van de Sint-Niklaaskerk en daar op last van de baljuw werd ontgraven om overgebracht te worden naar de stedelijke begraafplaats. Dat er van onderuit nogal wat verzet was voor de nieuwe maatregel, wordt aangetoond door het groot machtsvertoon die de overheid tentoon spreidde, met onder meer kanonnen die op de markt werden opgesteld. Zes jaar later vond op de stedelijke begraafplaats de eerste “burgerlijke” begrafenis plaats: op 21 september 1797, niet toevallig in de “beloken tijd” toen priesters trouw moesten zweren aan de Franse republiek. Velen weigerden en konden alleen ondergronds hun officie (waaronder begrafenissen) uitvoeren.

Engel Van Eeckhout: broederschapskaart van Josephus Swaegers (1802-1863), "knaep" van de Broederschap van Barmhartigheid te Ieper. Een begrafenisstoet is op weg naar de stedelijke begraafplaats.(Yper Museum, Ieper)

De meeste oude begraafplaatsen, ook die van Ieper, kregen een typische aanleg met een centrale oprijlaan die leidde naar een calvarie of hoog kruis – in Ieper is dat zelfs een bescheiden calvariebergje. Langs die centrale laan en rond de calvarie kwamen de belangrijkste (tevens de grootste) grafmonumenten. Op een prent van de Ieperse lithograaf Engel Van Eeckhout uit ca. 1860 (Yper Museum) is dit duidelijk te zien. Ook op een tekening van François Böhm uit 1844 wordt de begraafplaats afgebeeld.[6] In Ieper werd rondom en aan de achterzijde van het centraal kruis een voorzichtige poging gedaan tot een asymmetrische landschapsstijl en de begraafplaats doet daar ook enigszins “Engels” aan met dicht opeenliggende grafstenen en weinig structuur binnen de percelen. Vroeger groeiden er treurwilgen.[7]

In de Eerste Wereldoorlog was de Stedelijke begraafplaats van geen militair belang: er konden immers geen militaire installaties staan, geen troepentransporten door passeren en geen militairen ingekwartierd worden. Hoewel gelegen in het oosten van de stad en dus dichter bij de frontlijn, werd het relatief minder beschoten. Daardoor hebben nogal wat graftekens de Eerste Wereldoorlog in mindere of meerdere mate overleefd. In zekere zin is het nog een stukje authentiek vooroorlogs Ieper. Na de Eerste Wereldoorlog kwam er een omheiningsmuur (1922) en een schuilhokje (1929) naar ontwerp van stadsarchitect Jules Coomans. Een merkwaardig element aan het calvariekruis was het feit dat er zich tijdens de oorlog een obus had ingeboord die nog vele decennia zichtbaar bleef tot dit kruis vervangen werd.

Het graf van generaal Durutte (stedelijke begraafplaats Ieper)

Het oudste grafteken in Ieper dateert allicht van 1827 en is dat van graaf Durutte die generaal was in het leger van Napoleon en onder meer in de Slag bij Waterloo streed. Het is een van vier graven van oudstrijders uit het leger van Napoleon op deze begraafplaats. Er zijn heel wat graven uit de periode 1845-1870 die ware pareltjes zijn van neoclassicistische, romantische of neogotische beeldhouwkunst. Nagenoeg het hele gamma aan funeraire symboliek is vertegenwoordigd: afgebroken zuilen, takkenkruisen, urnen, obelisken,… Daarnaast treffen we vanzelfsprekend de namen aan van tal van bekende Ieperlingen zoals Alphonse Vandenpeereboom, Gustave de Stuers, Jules Capron, Pierre Vandenbraambussche en de burgemeesters Colaert, Vanderghote en Dehem…[8]

Zowat 35 graven zijn beschermd als funerair erfgoed.[9]

Bekende personen en merkwaardige graven

Alphonse Vandenpeereboom (Yper Museum, Ieper)
  • Pïerre François Durutte was generaal in het leger van Napoleon.
  • Martin Le Graverand, Philippe de Coenens en Lambert de Stuers dienden in het leger van Napoleon. Le Graverand was aanwezig op de kroning van de keizer.[10]
  • Albert Lapiere was koloniaal pionier in Kongo-Vrijstaat en bestuurder van de Compagnie van Lubefo.
  • Alphonse Vandenpeerenboom was burgemeester van Ieper en minister van binnenlandse zaken.[11]
  • Pierre Vandenbraambussche was de initiatiefnemer en eerste voorzitter van het Last Post Committee. (Sedert 1999 omgevormd tot Last Post Association).
  • De burgemeesters Henri Carton, René Colaert, Jean Vanderghote en Albert Dehem
  • Op het graf van Marc Delfosse staat een kunstwerk van Lucien De Gheus.
  • Voor de jong gestorven echtgenote van Henri Thooris werd een ontroerend monument in de vorm van een afgeknokte boom opgericht. Het is het enige werk van deze beeldhouwer dat de oorlog overleefde.[12]
  • Er is ook een perceel met graven van de Britse gemeenschap in Ieper in het interbellum. Daaronder ook het graf van Leo Murphy die het eerste oorlogsmuseum in de stad opende.

Belgische oorlogsgraven

Belgische oorlogsgraven

Het perk met de Belgische gesneuvelden bevat 23 graven van Ieperlingen. Hiervan zijn er 16 met slachtoffers die omkwamen in de Eerste Wereldoorlog en 7 in de Tweede Wereldoorlog. Op een gedenksteen staan de namen van 10 politieke gevangenen die tijdens de Tweede Wereldoorlog in Duitsland stierven.

Ypres Town Cemetery

Ypres Town Cemetery
Een deel van de Britse graven
Een deel van de Britse graven
Voor de overledenen van de periode oktober 1914 - juni 1918
Locatie Ieper, Vlag van België België
Totaal begraven 144
Ongeïdentificeerd 9
Type Gemeentelijke begraafplaats
Verantwoordelijke Commonwealth War Graves Commission

Op de begraafplaats liggen verschillende perken met Britse gesneuvelden uit de Eerste Wereldoorlog. Deze perken liggen verspreid tussen de burgerlijke graven en hebben samen een oppervlakte van 493 m². De graven worden onderhouden door de Commonwealth War Graves Commission, die de begraafplaats heeft ingeschreven als Ypres Town Cemetery.[2]

Er liggen 144 Britten (waaronder 9 niet geïdentificeerde), en 1 Indiër begraven.

  • Een 50-tal medewerkers van de Commonwealth War Graves Commission (vroeger de Imperial War Graves Commission genoemd) liggen hier ook begraven.

Geschiedenis

Ieper is gedurende de hele oorlog in geallieerde handen gebleven. Het front vormde een uitstulping (zgn. Ieperboog) in het bezette gebied, waardoor de stad bijzonder kwetsbaar was voor de onophoudelijke vijandelijke beschietingen. Dit was de oorzaak van de totale vernietiging van Ieper. De stedelijke begraafplaats van Ieper werd van oktober 1914 tot mei 1915 gebruikt voor het begraven van gesneuvelden. In 1918 werd nog 1 militair begraven. Enkele dagen na het begin van de bijzettingen op deze begraafplaats werd ook gestart met de aanleg van de aansluitende uitbreiding .

De begraafplaats is opgenomen in de lijst van het Bouwkundig Erfgoed.[13]

Graven

Onderscheiden militairen

Minderjarige militair

  • Logan Studley, luitenant bij het East Yorkshire Regiment was 17 jaar toen hij op 25 oktober 1914 sneuvelde.

Ypres Town Cemetery Extension

Ypres Town Cemetery Extension
Overzicht met Cross of Sacrifice
Overzicht met Cross of Sacrifice
Bouwjaar 1914
Locatie Ieper, Vlag van België België
Totaal begraven 650
Ongeïdentificeerd 143
Type Militaire begraafplaats
Verantwoordelijke Commonwealth War Graves Commission
Ontwerper Reginald Blomfield

Bij de oorspronkelijke begraafplaats is een extensie aangelegd. Deze rechthoekige begraafplaats heeft een oppervlakte van 2.725 m² en werd ontworpen door Reginald Blomfield, in samenwerking met Wilfred Von Berg. De Commonwealth War Graves Commission staat in voor het onderhoud. Het Cross of Sacrifice staat achteraan bij de zuidelijke korte zijde en tegen de oostelijke muur staat de Stone of Remembrance. Deze begraafplaats ligt binnen het terrein van de Begraafplaats van Ieper en is enkel door een haag en een bakstenen muur daarvan gescheiden. Deze extensie is door de Commonwealth War Graves Commission ingeschreven als Ypres Town Cemetery Extension.[4]

Er liggen 600 doden uit de Eerste en 44 doden uit Tweede Wereldoorlog begraven.

Geschiedenis

Deze begraafplaats lag tijdens de hele Eerst Wereldoorlog binnen de Ieperboog. Kort nadat men begin oktober 1914 begonnen was met bijzettingen op de Begraafplaats van Ieper, startte men ook met het begraven van doden op de plaats die Ypres Town Cemetery Extension zou worden genoemd. Deze Extension werd gebruikt tot april 1915. In 1918 werden nog twee slachtoffers bijgezet. Na de wapenstilstand werden hier nog 367 slachtoffers begraven die afkomstig waren van de slagvelden ten oosten en noordoosten van Ieper en van kleinere begraafplaatsen uit de omgeving. Deze waren Dragoon Farm Cemetery in Ieper, La Premiere Borne in Ieper en Ypres Benedictine Convent Grounds, eveneens in Ieper.

Bij de 600 doden uit de Eerste Wereldoorlog zijn er 568 Britten (waarvan 137 niet geïdentificeerde), 13 Australiërs, 15 Canadezen, 1 Indiër, 1 Zuid-Afrikaan en 2 onbekende Duitsers. Voor 13 Britten werden Special Memorials[14] opgericht omdat men hun graven niet meer kon lokaliseren en aanneemt dat ze zich onder de naamloze graven bevinden.

Bij de slachtoffers uit de Tweede Wereldoorlog zijn er 42 Britten (waarvan 13 niet geïdentificeerde), 1 Canadees en 1 Tsjecho-Slowaak.

Deze begraafplaats is opgenomen in de lijst van het Wereldoorlog Erfgoed.[15]

Graven

  • Karel Pavlik[16] was een Tsjecho-Slowaak die als vrijwilliger dienst nam als sergeant bij de Royal Air Force. Hij maakte deel uit van het 313e (Tsjecho-Slowaakse) Squadron toen hij werd neergeschoten op 5 mei 1942. Hij was 24 jaar.

Onderscheiden militairen

  • Frederic Walter Kerr, kolonel bij de Gordon Highlanders; Arthur Jex Blake Percival, luitenant-kolonel bij de Northumberland Fusiliers; Hugh Wordsworth Atlay, majoor bij de Royal Field Artillery en John Hammon Massie, majoor bij de Royal Garrison Artillery werden onderscheiden met de Distinguished Service Order (DSO).
  • kapitein Thomas Avery, de sergeant-majoors Frank Henry Clay en Albert Cox, korporaal J.A. McGovern en pionier G.P. Burns werden onderscheiden met de Distinguished Conduct Medal (DCM).
  • de sergeanten George Douglas Buchan, Harold Vernon Wood, de korporaals F.T. Gibson en J.W. Sunter en soldaat P.Daly ontvingen de Military Medal (MM).
  • sergeant Jamis McIlroy ontving tweemaal de Military Medal (MM and Bar).

Minderjarige militair

  • pionier Owen John Owen van de Royal Engineers was 17 jaar toen hij sneuvelde.

Aliassen

  • luitenant Lord Charles Sackville Pelham diende onder het alias Lord Worsley bij de Royal Horse Guards. Hij was de zoon van Charles Alfred Worsley Pelham, 4de graaf van Yarborough. Hij sneuvelde op 30 oktober 1914 in de omgeving van Zandvoorde. Hij was 27 jaar.
  • kanonnier Walter Charles Rex diende onder het alias W.C. Ricks bij de Royal Field Artillery.
  • soldaat Myer Morris Rogozinski diende onder het alias M. Rosen bij het Yorkshire Regiment.

Herbegraven militairen

  • Op 20 april 2016 werden zes slachtoffers uit de Eerste Wereldoorlog met militaire eer herbegraven. Zij werden tijdens werkzaamheden in de wijk De Vloei in Ieper gevonden. Twee van hen konden door middel van DNA-onderzoek geïdentificeerd worden als Joseph William Rowbottom en Albert William Venus, allebei behorende tot de Royal Field Artillery.[17]
Zie de categorie Begraafplaats van Ieper van Wikimedia Commons voor mediabestanden over dit onderwerp.