Bat-Ouwe-Zate

Bat-Ouwe-Zate / Kasteel "Hallo"
Zicht op Bat-Ouwe-Zate in de richting van de Waalkade, 1920
Zicht op Bat-Ouwe-Zate in de richting van de Waalkade, 1920
Locatie
Plaats BenedenstadBewerken op Wikidata ,Vlag van Nederland Nederland
Adres Lindenberg z.n.Bewerken op Wikidata
Vervangen door Lindenberg
Bouwkundige informatie
Bouwstijl(en) neogotiek
Architect(en) Franciscus Johannes Hallo
Status en tijdlijn
Gebouwd in 1859
Gesloopt in 1954
Huidige functie(s) wooncomplex, kostschoolBewerken op Wikidata
Links

Bat-Ouwe-Zate, ook bekend als het kasteel [van] Hallo en het kasteel aan de Lindenberg, was een zeer groot kasteelachtig wooncomplex in de Benedenstad van Nijmegen, niet ver van het Valkhof. Het werd in 1858-1859 gebouwd in opdracht van Franciscus Johannes Hallo, een rijke particulier. Het is iets minder dan een eeuw later weer afgebroken.

Naam

De naam is mogelijk een verbastering van "Betuwe-Zate".[1] Zelf beweerde de oorspronkelijke bouwer dat de naam "Op goede grond gelegen woonlocatie" betekende.[2]

Totstandkoming van het complex

Hallo was een zeer rijke gasmagnaat uit Amsterdam (ook bekend als de uitvinder van het Hallogas), die zich op 3 november 1857 in Nijmegen had gevestigd. Hij besloot om hier dit wooncomplex neer te zetten. In de zomer van 1858 had hij een deel van de toenmalige Strikstraat opgekocht. Hallo's zoon begon op 28 augustus 1858 met de bouw. In slechts zes maanden tijd werd het hele gebouw voltooid, waarbij 300 arbeiders waren ingeschakeld. Op 15 maart 1859 legde F.J. Hallo zelf de laatste steen, waarna hij er op 1 oktober van dat jaar zijn intrek nam. In mei 1860 vertrok hij hier echter alweer wegens financiële moeilijkheden; hij zou hierna nooit meer in Nijmegen terugkomen.[2][3][4]

De totale bouwkosten bedroegen 200.655 gulden, een voor die tijd astronomisch bedrag.[5][6] Omwille van de bouw van het complex moesten onder meer 24 huizen verdwijnen evenals een aantal schuren en hutten. Ook moesten de laatste acht linden, waaraan de straat Lindenberg zijn naam had te danken, het veld ruimen.[2][7]

Architectuur

Het complex telde 85 individuele kamers, naast talloze uitkijktorens. Het had in totaal elf ingangen, gelegen aan de straten Lindenberg, Steenstraat, Strikstraat en de toenmalige Duivengas.[8]

Het had tevens een oranjerie en een klokkentoren met negen verdiepingen.[9] De luidklok woog 700 pond. Het uurwerk hiervan was ontworpen door H.G.P. Romberg en dit gaf ook 's nachts licht, dankzij gaspijpen.[2][10]

De kwaliteit van de bouwstructuur bleek achteraf slecht te zijn.

Ligging

Het bouwwerk nam veel ruimte in. Een deel ervan stond aan de straat Lindenberg. Ertegenover lag de Sociëteit Burgerlust.[11] Bat-Ouwe-Zate nam bovendien een deel in van de toenmalige Strikstraat (die speciaal ten behoeve van de bouw werd ingekort) en Duivengas.[12]

Verschillende functies

Franciscus Hallo heeft zelf maar korte tijd zijn intrek in dit wooncomplex gehad, mogelijk niet meer dan enkele maanden. In 1861 vertrok hij alweer uit Nijmegen. Tien jaar later kocht in eerste instantie de Arnhemse zakenman Abraham Emanuel Cohen Bat-Ouwe-Zate over.

Het complex deed hierna gedurende een paar jaar dienst als internaat voor meisjes, waarna het voor 40.000 gulden (de waarde was inmiddels flink gedaald) werd overgenomen door de Ursulinen. De merkwaardige klokkentoren verdween en de oranjerie werd omgevormd tot een kloosterkapel. In de periode 1903-1913 hadden de Zusters van Sacré-Coeur er een pensionaat.

Op 1 augustus 1914 namen de Auxiliatricen van de Zielen in het Vagevuur, die gevlucht waren vanuit Luik vanwege het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog, de plaats in van de Ursulinen als vaste bewoners van het complex.[2]Dit leverde hun de bijnaam "zusters van Hallo" op.[13] De Auxiliatricen hielden zich onder meer bezig met ziekenzorg en het schoonhouden van huizen. Het gebouw was multifunctioneel; het werd ook gebruikt voor samenkomsten van ouden van dagen en het voorbereiden op de Paascommunie. In de naastgelegen kapel werden zondagsmissen gehouden.[8]

Ontvangst

De reacties op het bouwwerk waren gemengd. Het werd wel een "suikerkasteel" genoemd, mede vanwege alle tierelantijnen, zoals de kantelen en ornamenten.[2]

Bat-Ouwe-Zate is achteraf door Kees Moerbeek omschreven als "ongetwijfeld het eigenaardigste gebouw dat Nederland ooit gehad heeft".[14]

Sloop

Bat-Ouwe-Zate raakte na de overname door de zusters steeds meer in verval. Het complex liep enige schade op tijdens de Tweede Wereldoorlog. In 1954 werd het door de gemeente Nijmegen opgekocht. In datzelfde en het volgende jaar werd het geheel gesloopt, ten behoeve van de keermuur Groene Balkon.[9]

Ongeveer daar waar kasteel Hallo had gestaan, is begin jaren 70 van de 20e eeuw het cultureel centrum De Lindenberg aan de Ridderstraat gebouwd en geopend. De rechtstreekse verbinding van het gebied met de Waalkade, die met de aanleg van het Groene Balkon was weggevallen, is pas in 1989 weer hersteld, met de Veerpoorttrappen.[12]

De allereerste steen van Bat-Ouwe-Zate is na de sloop van het pand nog lange tijd in bezit geweest van de familie Hallo, en uiteindelijk in 2010 in handen van de gemeente Nijmegen gekomen.[2]

Zie de categorie Bat-Ouwe-Zate van Wikimedia Commons voor mediabestanden over dit onderwerp.