Bartholomeïgasthuis
| Bartholomeus Gasthuis | ||||
|---|---|---|---|---|
![]() | ||||
| Locatie | ||||
| Plaats | Lange Smeestraat | |||
| Adres | Lange Smeestraat 40 | |||
| Coördinaten | 52° 5′ NB, 5° 7′ OL | |||
| Status en tijdlijn | ||||
| Start bouw | 1367 | |||
| Gereed | 14de eeuw (Juliaans) | |||
| Oorspr. functie | gasthuis | |||
| Huidig gebruik | verzorgingshuis, verpleeghuis, Huis van de Wijk | |||
| Prijzen en erkenningen | ||||
| Monumentstatus | rijksmonument | |||
| Monumentnummer | 36277 | |||
| Detailkaart | ||||
![]() | ||||
| ||||
Het Bartholomeïgasthuis of Bartholomeus Gasthuis is een verpleeg- en verzorgingstehuis aan de Lange Smeestraat in de Nederlandse stad Utrecht.
Geschiedenis
Middeleeuwen
De geschiedenis van het Bartholomeus Gasthuis begint in 1367 als een Utrechts burger bij de Smeetoren een gasthuis sticht, gewijd aan St. Apollonia. Het is een kleine herberg waar bedelaars en pelgrims enkele nachten onderdak kunnen vinden.
daer men des snachts die gaende ende coemende pelgrums ofte andere armem personen voor een nacht ofte twee herberge, vuer ende licht om Goodts wille verleende.
— [1]
Het kwakkelende Apollonia gasthuis wordt in 1378 van de ondergang gered door een aanzienlijke schenking van Willem heer van Abcoude en Duurstede. Willem besluit wel dat voortaan alleen nog zieken opgenomen mogen worden en hij geeft het gasthuis een andere naam: het Sint Bartholomeus Gasthuis. Voor het nu veiliggestelde, permanente verblijf laat Willem de nodige verbeteringen in accommodatie aanbrengen waaronder een kapel die nog altijd bestaat.
Op 20 januari 1407, enige maanden voor zijn dood, besluit Willem tot de oprichting van een broederschap. De stichtingsoorkonde van deze broederschap, de fundatiebrief, is bewaard gebleven. In de 18 artikelen van de fundatiebrief is nauwkeurig omschreven waaraan de broeders zich dienen te houden om het voortbestaan van het gasthuis te garanderen. Ook wordt in de brief genoemd dat Willem ‘dit gasthuus in timmeringhe seer verbetert heeft'. De brief wordt ondertekend door 23 broeders.
Voort so en sal men gheen kinder ontfaen, die men voer water en vuer wachten moet, noch rasende lude, die haer sinnen niet en hebben, noch malaetsche menschen of die in den ban siin, noch niement om siins goets wille of die siin broot winnen of bider straten bidden mach, maer puer ellendighe arme menschen, die siec ende beddevast ligghen.
— [2]
hetgeen naar modern Nederlands vertaald luidt
Voortaan zal men geen kinderen opnemen die men voor water en vuur moet behoeden ["iemand die men moet hoeden voor water en vuur" is niet-toerekeningsvatbaar of krankzinnig], noch krankzinnige mensen die hun verstand niet bezitten ["razende lieden"], noch melaatsen [letterlijk: lepralijders] of mensen die in de ban zijn verklaard, noch iemand omwille van zijn bezit of omdat hij in zijn levensonderhoud kan voorzien of op straat mag bedelen [mensen die zichzelf kunnen onderhouden of mogen bedelen, dus niet de allerzwaksten], maar enkel zuiver ellendige [zuiver hulpbehoevenden], arme mensen die ziek zijn en aan bed gekluisterd liggen.
Ook blijkt uit de stichtingsbrief dat heer Willem een armenpot instelt, een fonds waaruit armen buiten het gasthuis wekelijks bedeeld worden. In de middeleeuwse bewoordingen aldus omschreven
ende om dit goede salighe werc van ontfermherticheden tot ewighen daghen staende te houden, so heeft hi ons tien hondert Enghelser nobelen ghegheven ende vol ende ghelevert, want daer niet te voren toe en was dan vier loot silvers ende sestien scillinc sjaers.
— [1]
en wederom vertaald:
En om dit goede, zalige werk van barmhartigheid [letterlijk "goed zalig werk van ontferming", een toen gebruikelijke wat stichtelijke formulering] tot in eeuwigheid in stand te houden, heeft hij ons duizend Engelse nobelen [gouden munten] gegeven, volledig en daadwerkelijk overgedragen, want daarvoor was er eerder niets beschikbaar dan vier lood zilver en zestien schellingen per jaar.
Dankzij deze schenking was de financiële toestand van het gasthuis en armenpot voor jaren verzekerd.
De klok van het Bartholomeus Gasthuis, die nog bestaat, is in 1471 gemaakt door Steven Butendycke en is de op een na oudste klok van Utrecht, na de klok van de Pieterskerk. Nog dagelijks wordt om 12.00 uur dit 'papklokje' geluid door vrijwilligers van het Utrechts klokkenluidersgilde.
Regentenzaal

In 1632 wordt de Regentenzaal gebouwd en in 1641 besluiten de regenten tot de aankoop van gobelins. Zij stellen zich in verbinding met Maximiliaan van der Gucht, een bekende Delftse tapijtwever. Op 19 februari 1642 sluiten de regenten met hem een contract tot levering van het eerste wandtapijt. De vier gobelins vormen een geheel en zijn als zodanig voor de Regentenzaal, waar zij zich nog altijd bevinden, ontworpen. Deze wandtapijten worden als een uniek stuk Nederlandse tapijtweverskunst beschouwd en zijn daarom aangemerkt als Nederlands cultureel erfgoed.
Bartholomeus Gasthuis wordt algemeen gasthuis
Het Koninklijk Besluit van 27 maart 1817 schrijft voor dat alle Nederlandse universiteiten voor het klinisch onderwijs moeten beschikken over een academisch ziekenhuis. Voor de uitvoering van het besluit trekt Utrecht 4500 gulden uit. Als echter de Utrechtse universiteit zich in 1816 tot het stadsbestuur wendt om het bedrag aan te spreken, blijkt dat er in Utrecht helemaal geen ziekenhuis is! Het in verlegenheid gebrachte stadsbestuur stelt voor om de zieken uit de zeven gasthuizen onder te brengen in één gebouw. Dit geeft naar hun zeggen de stad ‘een onmisbaar nuttig en ten sterkste verlangd wordend hospitaal’.
Het plan van het stadsbestuur wordt aangenomen. Het gemeenschappelijk beheer van de gasthuizen komt, met behoud van financiële zelfstandigheid, onder één College van Regenten der Vereenigde Gods- en gasthuizen. Ook krijgt het college het beheer over de fondsen van Leeuwenbergh en het St. Catharijnegasthuis. De gasthuizen verweren zich fel tegen dit besluit. Daarom volgt op 9 maart 1818 een beschikking van koning Willem I: de bestuurders van de gasthuizen worden in het ongelijk gesteld. Noodgedwongen berustend gaat men nu aan het werk. Het Bartholomeusgasthuis wordt aangewezen als algemeen gasthuis, en het St. Apostelgasthuis als algemeen ziekenhuis. In de vergadering van 20 juli 1818 besluiten de regenten hun vergaderingen voortaan in het Bartholomeusgasthuis te houden. Weldra gaat men over tot liquidatie van de vrijgekomen gasthuizen.
Vanaf het moment dat de gasthuizen van Utrecht onder één bestuur komen, is er meer ruimte nodig om alle bewoners in het Bartholomeus Gasthuis onder te brengen. Op 30 november 1818 stellen de regenten het bestek vast voor het vervaardigen van een tussenverdieping in deze oude ziekenzaal. De bovenzaal die hierdoor ontstaat, wordt verlicht door nieuwe ramen en is bestemd voor de verpleging van mannen en vrouwen. De bedsteden op de begane grond worden weggebroken. De zaal wordt van nieuwe ramen voorzien, waardoor het gasthuis haar oude karakter aan de buitenzijde voorgoed verliest. Het gotische raam op de westzijde blijft ongemoeid.
In de jaren '80 van de 20e eeuw werd gesproken van het afbreken van het Gasthuis omdat het gebouw sterk was verouderd en niet meer voldeed aan de eisen van de moderne tijd. Een serie ingrijpende verbouwingen en renovaties volgde, waarvan de laatste dateert van 2012. In 2017 bestond het Gasthuis 650 jaar.
Zie ook
Externe link
- 1 2 Samuel Muller Fzn., Geschiedenis der Fundatiën, 1900
- ↑ De Bruin e.a., Van aalmoes tot AOW, ISBN 90-73285-48-8

