Banque d'Outremer

De Banque d'Outremer, aanvankelijk bekend als de Compagnie internationale pour le commerce et l'industrie, afgekort CICI, was een Belgische financiële instelling die in 1899 werd opgericht in de context van de exploitatie van de Onafhankelijke Congostaat, en in 1928 opging in de Société générale de Belgique.
Hoewel zij de naam van een bank droeg, fungeerde de Banque d'Outremer voornamelijk als een investeringsmaatschappij die investeerde in projecten in Congo, maar ook in Canada, China, Nederlands-Indië en Rusland. Vanaf het begin van de 20e eeuw werden haar activiteiten in China gedurende een decennium voornamelijk uitgevoerd via een dochteronderneming, de Compagnie internationale d'Orient, die zij uiteindelijk in 1910 absorbeerde.
Geschiedenis
Na de oprichting van de Onafhankelijke Congostaat door koning Leopold II in 1885, richtte zijn koloniale secretaris Albert Thys in 1886 de Compagnie du Congo pour le commerce et l'industrie (CCCI) op om de rijkdommen van het gebied te exploiteren. Op 7 januari 1899 werd, op initiatief van Thys, in Brussel de Compagnie internationale pour le commerce et l'industrie (CICI) opgericht. De oprichters waren onder meer de Société générale de Belgique (14,5%), de Banque Lambert (7,4%), de Banque de Bruxelles (4%), evenals groepen Franse investeerders onder leiding van de Banque de Paris et des Pays-Bas, Duitse investeerders onder leiding van de Deutsche Bank en Britse investeerders onder leiding van Stern Brothers, Ernest Cassel en Vincent Caillard. Vanwege de frequente verwarring tussen de CCCI en de CICI, veranderde de laatste al snel haar naam in Banque d'Outremer.
De eerste voorzitter was Joseph Devolder, afkomstig van de Société générale, terwijl Thys fungeerde als gedelegeerd bestuurder. Thys nam in 1911 de voorzittersfunctie over, terwijl Émile Francqui, die in de jaren 1900 leiding had gegeven aan de Compagnie internationale d'Orient in China, gedelegeerd bestuurder werd. Francqui bleef slechts tot 1913 in die functie, waarna hij werd opgevolgd door de jurist en financier Félicien Cattier. Toen Thys in 1915 onverwacht overleed, werd Francqui voorzitter.
In 1909 was de Banque d'Outremer medeoprichter van de Banque du Congo belge.
Tijdens de Duitse bezetting van België in de Eerste Wereldoorlog werd de Banque d'Outremer onder streng toezicht geplaatst van Duitse commissarissen en onderging zij in 1916 een financiële herstructurering. In 1919 bevorderden Francqui en Cattier een strategische overeenkomst tussen de Banque d'Outremer en de Société générale de Belgique, wat leidde tot het vertrek van William Thys, de zoon van Albert Thys, die vervolgens leiding ging geven aan de Banque de Bruxelles.
Tegen het midden van de jaren 1920 bezat de Banque d'Outremer belangrijke aandelenpakketten in de Banque du Congo belge en haar commerciële dochteronderneming, de Banque commerciale du Congo, alsook in de Banque belge pour l'Étranger, de Banque de Flandre en de Caisse Générale de Reports et de Dépôts, naast talrijke industriële, mijnbouw- en infrastructuurondernemingen in verschillende landen.
Onder toezicht van Francqui en Cattier werd de Banque d'Outremer uiteindelijk in februari 1928 geabsorbeerd door de Société générale de Belgique via een aandelenruil, waarmee de Generale haar dominante positie in de Belgische economie en haar Afrikaanse koloniën verder versterkte.
Literatuur
- René BRION en Jean-Louis MOREAU, Banque d'Outremer (Compagnie Internationale Pour le Commerce et l'Industrie) S.A., BNP Paribas Fortis Historical Centre / Vereniging voor de Valorisatie van Bedrijfsarchieven vzw, oktober 2008.