Economische dakloosheid

Economische dakloosheid is een situatie waarin iemand meestal wel een baan heeft, maar voor langere periode geen eigen dak boven hoofd heeft en daarom voorlopig bij bijvoorbeeld familie of vrienden logeert, en over het algemeen verder geen zorgproblemen heeft.[1][2][3] De term is gangbaar in Nederland onder economen, demografen, journalisten en sociologen. Enkele synoniemen voor economisch daklozen zijn nieuwe daklozen, zelfredzame daklozen en zelfstandige daklozen.

Tot circa 2018 werden "economisch daklozen" omschreven als mensen zonder baan en zonder huis, maar geen verdere zorgproblemen. Daarna gaan bronnen ervan uit dat "economisch daklozen" wel een baan hebben, geen verdere zorgproblemen, en dat het enige probleem waar zij mee kampen het gebrek aan een eigen huis is, wat vooral verklaard wordt door de algemene woningnood in Nederland.

Oorzaken

Iemand kan economisch dakloos worden door bijvoorbeeld:

  • een verbroken relatie[4] of echtscheiding[2][3] (al dan niet naar aanleiding van huiselijk geweld[4]);
  • oplopende schulden[2] (zodat huur of hypotheek onbetaalbaar wordt[4]);
  • baanverlies[2] (bijvoorbeeld door een failliete werkgever[4]);
  • een (onverwacht) aflopend tijdelijk huurcontract;[3]
  • een huis uitgezet te worden;[2]
  • een instelling of gevangenis te mogen verlaten;[2]
  • of terugkeer naar Nederland na jarenlang in het buitenland te zijn geweest.[4]

Hoewel men in principe genoeg inkomen of vermogen heeft om onderdak te betalen, is er echter door woningnood op korte termijn geen nieuwe woonruimte (koop- dan wel huurwoning) te vinden en dient men voorlopig ergens anders te overnachten.[1][2][3] Er is vaak echter geen mogelijkheid voor huisvesting bij de reguliere daklozenopvang zolang er geen sprake is van een psychologisch of verslavingsprobleem (of schuldprobleem) die leidt tot een zorgvraag, zodat dit voor economisch daklozen meestal geen optie is.[4]

Woonsituatie

Economisch daklozen werken overdag en kunnen daarna vaak overnachten in een logeerbed of op de bank in het huis van gastvrije familie of vrienden; vandaar dat ze ook wel "bankslapers" worden genoemd.[2][3][1] Soms overnachten zij noodgedwongen in een auto, op een camping, in een vakantiehuisje, een bed and breakfast of andere horeca, of op kantoor, terwijl ze overdag naar werk gaan.[1][3][5] Als hun sociaal netwerk echter uitgeput raakt als de economisch dakloze na langere tijd nog steeds geen nieuwe woning kan vinden, kan een bankslaper alsnog in de reguliere daklozenopvang terechtkomen bij gebrek aan alternatieven.[2] Maar in tegenstelling tot 'klassieke' daklozen hebben de 'bankslapers' meestal geen psychiatrische of verslavingsproblematiek.[2] De huisvesting van economisch daklozen is daarom eerder een woonvraagstuk dan zorgprobleem.[2] Soms is het hebben van een duidelijk medisch of financieel probleem dan wel een zorgvraag (die economisch daklozen meestal niet hebben) echter wel wettelijk nodig om urgentie te krijgen voor een sociale huurwoning, zodat economisch daklozen vaak buiten de boot vallen.[3][5]

Ontwikkelingen in Nederland

Zonder baan en zonder huis

In Nederlandstalige bronnen vanaf circa 2009 werd de term "economisch daklozen" in verband gebracht met de kredietcrisis (2007–2011) en de daaropvolgende economische crisis. Massaontslagen of faillissementen van bedrijven in de Verenigde Staten leidden tot werkloosheid, burgers die zonder baan hun hypotheek of huur niet meer konden betalen en door uitzettingsbevelen vervolgens "economisch daklozen" werden.[6]

"Een andere situatie, zeker sinds de economische crisis betreft de groep 'economische thuislozen'. Dat zijn mensen die hun baan zijn kwijtgeraakt, hun huis niet meer kunnen betalen en na de veiling van dat huis met enorme schulden blijven zitten omdat het 'onder water stond'. Deze mensen hebben vaak wel een sociaal netwerk waar zij (tijdelijk) kunnen verblijven (...)."
Nationale Ombudsman (2016)[7]

Een rapport van het Trimbos-instituut van 2015 over daklozenopvang in Hilversum schreef: 'Door dakloosheid primair te definiëren als een zorgprobleem werden de zogenoemde ‘economisch daklozen’ die zich aandienden als gevolg van de economische crisis lange tijd niet echt gezien als doelgroep van dakloosheidsbeleid. Deze ‘economisch daklozen’ kampen vooral met problemen op het gebied van inkomen, schulden, huisvesting en participatie en niet zo zeer met verslaving of psychische problemen.'[8] Het rapport, dat een "tekort aan betaalbare huurwoningen" als belangrijke oorzaak identificeerde, gebruikte "nieuwe daklozen: mensen zonder OGGz-problematiek" en "economisch daklozen" als synoniemen;[8] een rapport van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) uit 2016 deed dat ook.[9]

Ook in een rapport van de Nationale Ombudsman van 2016 werd aangenomen dat "economisch daklozen" geen baan (meer) hadden en in de schulden zaten: "Opgemerkt wordt dat er nu, met de afgelopen economische crisis, ook een behoorlijke groep economische daklozen is gekomen. Dat zijn gewone mensen die hun baan kwijtraken en hun huis niet meer kunnen betalen. Ze blijven, nadat hun huis geveild is, met enorme schulden zitten. Deze mensen hebben vaak wel een netwerk van vrienden bij wie ze kunnen logeren." Deze laatste "categorie 'economisch daklozen'" was inmiddels bekend als bankslapers, voor wie in sommige gemeenten een bankslapersregeling was ingesteld, zodat ze zich konden inschrijven bij de Basisregistratie Personen (BRP) voor ondersteuning zonder hun gastheer of -vrouw extra kosten te bezorgen.[7]

Betekenisverschuiving (circa 2016–2022)

Eind 2016 definieerde de Noord-Hollandse gemeente Heemstede economisch daklozen als "mensen die dakloos zijn geraakt door omstandigheden als schulden, het verlies van een baan of het verliezen van de verblijfplaats door het beëindigen van een relatie" en niet op korte termijn woonruimte konden vinden "als gevolg van bijvoorbeeld een zwak netwerk en/of een gebrek aan financiële middelen."[10] Een advies van de Rekenkamer Metropool Amsterdam aan de gemeente Amsterdam van december 2017 had een gelijkaardige omschrijving van hoe mensen economisch dakloos werden en waarom ze dat voor langere tijd bleven.[11] Volgens deze laatste twee definities waren economisch daklozen niet per se zonder baan, was baanverlies niet per se de oorzaak van dakloosheid en was het vinden van een (nieuwe) baan ook niet per se nodig om weer uit de dakloze situatie te komen, maar nog steeds werden dakloosheid en werkeloosheid (indirect) met elkaar geassocieerd.

Het begrip verschoof echter van betekenis, zodat rond 2019 "economisch daklozen" in Nederland werden geassocieerd met mensen "met (wel) een baan, maar geen huis".[12][13] Hoewel deze mensen wel het risico liepen om ook hun baan en/of logeerplaats kwijt te raken, was de standaard aanname dat ze deze nog hadden.[12][13] In bronnen van de vroege jaren 2020 werd de term "economisch daklozen" sterk geassocieerd met mensen met een baan en inkomen zonder zorgproblemen, wiens enige probleem het gebrek aan een huis was, wat aan de algemene Nederlandse woningnood werd verweten.[2][3][1][5][14][15][16]:5:16–5:34 In februari 2020 meldde Spraakmakers dat de economisch daklozen (inmiddels ook wel "zelfredzame daklozen" genoemd) in sommige gevallen zelfs ondernemer of zzp'er waren, of hun baan met een studie combineerden, maar toch konden zij niet aan woonruimte komen door de krapte op de woningmarkt.[17] In maart 2022 omschreef de VPRO ze als volgt: "(...) economisch dakloos. Zelfredzame of zelfstandige daklozen worden ze ook wel genoemd. Ze hebben gewoon een baan, meestal ook wel wat geld, maar ze krijgen geen plek veroverd in de oververhitte woningmarkt. En dus slapen ze bij vrienden of familie, in hun auto of wisselen ze elke paar maanden van antikraak-woning."[4]

Met baan maar zonder huis

Het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) hanteert een strikte definitie van 'dakloosheid', op basis van 'tellingen, onder meer van degenen die ingeschreven staan bij een plek voor dag- of nachtopvang', en kwam zodoende bijvoorbeeld uit op ongeveer 36.000 'daklozen' in Nederland in 2020,[2] 32.000 in 2021,[2][1] 26.600 in 2022[1] en 33.000 in 2024.[3] Enkele groepen mensen die volgens deze definitie niet worden meegeteld zijn:

"Het aantal zogeheten economisch dakloze mensen lijkt te groeien – een raar woord trouwens, want dakloosheid heeft altijd ook economische oorzaken. Bedoeld worden mensen die wel een inkomen en baan hebben en geen verslaving of psychische problemen, maar gewoon geen huis vinden. Deze groep zit nauwelijks in de cijfers."
Stadsgeograaf Cody Hochstenbach (2023)[1]

Stadsgeograaf Cody Hochstenbach (Universiteit van Amsterdam) schatte in 2023 het totaal aantal daklozen in Nederland op 100.000, waarvan een groot deel de zogenoemde economisch dakloze mensen betrof, die onzichtbaar bleven in de daklozenstatistieken van het CBS.[1] In 2024 zouden er naast de circa 33.000 'klassieke' daklozen volgens een ruimere definitie van onderzoeker dakloosheid Nienke Boesveldt (Vrije Universiteit Amsterdam) ook nog zo'n 47.000 andere daklozen (59%) in Nederland zijn geweest.[3] Een opvangorganisatie in Eindhoven schatte in 2023 in dat 60% van de bij hen geregistreerde dak- en thuislozen 'bankslapers' met een postadres betrof, terwijl in de daklozenopvang zelf bijna de helft economisch dakloos was.[2] Het Financieele Dagblad schreef in april 2024: "Nederland telt naar schatting 40.000 daklozen, een toename van 15% in een jaar. De groep ‘economisch daklozen’, die wel werk maar geen woning hebben, is zo'n 20% daarvan", wat zou neerkomen op 8.000.[15]

De Ethos-telling, sinds 2023 gehouden door de Hogeschool Utrecht (HU) en het Kansfonds, telt onconventionele woonplekken zoals kelderboxen, vakantieparken of op de bank bij familie en vrienden wel mee; al zijn de cijfers (nog) niet landelijk representatief, hopen ze wel een beter beeld te geven van wat er regionaal speelt.[14] Een wethouder van deelnemende gemeente Ede schreef de begin jaren 2020 snel toegenomen economische dakloosheid geheel toe aan de woningnood: "Er zijn veel mensen – en dat is echt van de laatste jaren – die gewoon geen huis kunnen vinden. En dat is de enige reden dat ze op straat terechtkomen."[14] Zijn collega in Zwolle zei dat economisch daklozen zonder zorgprobleem onnodig in de daklozenopvang terecht kwamen: "Het is ironisch dat de mensen die in een daklozenopvang terechtkomen vaak voorrang krijgen op een huis. Maar het is natuurlijk gek dat je daarvoor eerst in een probleemsituatie moet belanden."[14]

Zie ook