Bakiribu

Bakiribu is een geslacht van pterosauriërs, behorend tot de Pterodactyloidea, dat tijdens het vroege Krijt leefde in het gebied van het huidige Brazilië. De enige benoemde soort is Bakiribu waridza.

Vondst en naamgeving

In de collectie van het Museu Câmara Cascudo werd jarenlang een kalkknol bewaard waarvan de herkomst tegenwoordig onbekend is. Dergelijke knollen werden soms geschonken door amateurpaleontologen of in beslag genomen bij illegale fossielenhandelaren. De knol was gespleten en toonde aan beide helften fossielen. In de eenentwintigste eeuw bleek bij nadere inspectie door Aline M. Ghilardi en William B.S. Almeida dat er uiterst zeldzame resten van pterosauriërs te zien waren die daarna verder werden geprepareerd. Men concludeerde dat het een nog onbekende soort betrof.

In 2025 werd de typesoort Bakiribu waridza benoemd en beschreven door Rodrigo Vargas Pêgas, Tito Aureliano, Borja Holgado, William B. S. Almeida, Claude Luiz de Aguilar Santos en Aline Marcele Ghilardi. De geslachtsnaam is afgeleid van het Kariri bakiribú, "kam", een verwijzing naar naar het typisch kamvormige gebit van de Ctenochasmatidae. De soortaanduiding is Kariri voor "mond". De Kariri bewoonden het vermoedelijke vondstgebied.

Het holotype heette eerst MCC 1271.1-V en MCC 1271.2-V, overeenkomend met de twee helften van de knol. Die laatste helft werd echter overgedaan aan het Museu de Paleontologia Plácido Cidade Nuvens waar het stuk het inventarisnummer MPSC R 7312 kreeg. Dat bleek echter weer uit meerdere fragmenten te bestaan en het holotype is nu MCC 1271-Va/MPSC 7312a. Het bestaat uit een snuit en voorste onderkaken. MPSC 7312b, MPSC 7312c en MPSC 7312d behoren vermoedelijk tot hetzelfde individu. Het paratype is MPSC 7312e, een tweede snuit die in MCC 1271.2-V aanwezig bleek te zijn. MPSC 7312f en MPSC 7312g behoren vermoedelijk tot het paratype. Het geheel vormt vermoedelijk een braakbal van een grote theropode, bij voorbeeld Irritator. Er zijn ook nog vier skeletjes aanwezig van de vis Tharrhias. Het stuk is vermoedelijk gevonden in de Romualdoformatie die dateert uit het Aptien-Albien, ongeveer 108 miljoen jaar oud.

Beschrijving

Grootte en onderscheidende kenmerken

Het holotype van Bakiribu vertegenwoordigt een vrij klein individu met een spanwijdte van ongeveer een meter. De lengte van de schedel is geschat op negen tot twaalf centimeter.

De beschrijvers hebben enkele onderscheidende kenmerken vastgesteld. Twee ervan zijn autapomorfieën, unieke afgeleide eigenschappen. De tanden van zowel de bovenkaken als de onderkaken zijn acrodont, dus direct verbonden aan de kaakrand zonder in een tandkas of groeve geplaatst te zijn. Bij Pterodaustro daarentegen beperkt de akrodontie zich tot de bovenkaken. De tandkronen zijn min of meer rechthoekig in dwarsdoorsnede in plaats van rond.

Daarnaast is er een unieke combinatie van op zich niet unieke kenmerken. De kaken zijn extreem langwerpig, naar schatting twaalf tot zestien maal langer dan breed. De tanden staan dicht op elkaar gepakt, waarbij de tussenruimten kleiner zijn dan de tanddiameters. De dichtheid van de tanden is hoog, gemiddeld 17,6 tand per strekkende centimeter. Het aantal tanden is hoog, tussen de 110 en 142 tanden per kaak zijn bewaard, dus per zijde, met naar schatting in de kop als geheel tussen de 440 en 568 tanden. De tanden zijn lang en slank, zestigmaal langer dan breed.

Skelet

De kaken zijn naar boven gebogen, hoewel de buiging niet exact kan worden vastgesteld. Zowel de bovenkaken als de onderkaken dragen extreem lange naar achter gekromde tanden die buigzame borstels vormen. Bij Pterodaustro staan die alleen in de onderkaken. De tanden zijn schuin naar voren en buiten gericht. Ze raken elkaar niet. De buigzaamheid zal vergroot zijn door de akrodontie. Hun bases zijn licht verbreed en de beschrijvers interpreteren dat als een teken dat ze met zachter weefsel met de kaakrand verbonden zijn. De snuit en symfyse zijn aan de punt licht verbreed.

Fylogenie

Bakiribu is in de Ctenochasmatidae geplaatst, als zustersoort van Pterodaustro.

Archaeopterodactyloidea 

Levenswijze

Bakiribu filterde vermoedelijk met zijn flexibele tanden voedsel uit het water. De Romualdoformatie is een zeeafzetting, terwijl ctenochasmatiden meest geassocieerd worden met kalme lagunes. Het kan zijn dat de skeletjes en vissen in een ander gebied door een theropode of grote pterosauriër zoals Tropeognathus werden verzwolgen en daarna in zee weer uitgespuugd. De geringe etsing bewijst dat het niet om een coproliet gaat.

Literatuur