August Hendrickx
| August Hendrickx | ||||
|---|---|---|---|---|
| Persoonsgegevens | ||||
| Geboortedatum | 1 april 1846[1] | |||
| Geboorteplaats | Gent | |||
| Overlijdensdatum | 1910 | |||
| Opleiding en beroep | ||||
| Beroep | vertaler, schrijver | |||
| Dbnl-profiel | ||||
| (en) IMDb-profiel | ||||
| ||||
August Hendrickx (ook: Hendrikx, Gent, 1 april 1846 – Schaarbeek, 4 juni 1918) was een Vlaams schrijver van liederen, novellen en toneelwerk (vooral blijspelen), ook toneelacteur en -regisseur.
Levensloop

Op 14-jarige leeftijd verliet hij de school om te leren boetseren in het werkhuis van beeldhouwer Antoon van Eena en later bij Domien Van den Bossche. Intussen volgde hij ook de lessen declamatie aan het Koninklijk Conservatorium. Na zijn studie beeldhouwkunst te hebben moeten staken, vertrok Hendrickx op zijn achttiende jaar naar Parijs alwaar hij aan het werk ging als arbeider, twee jaar later naar Londen en dan naar de Verenigde Staten van Amerika, waar hij vijf jaar verbleef. In 1874 kwam hij terug naar België en werd daar in 1880 vertaler aan het ministerie van spoorwegen, posterijen en telegrafen te Brussel. Hij schreef in die periode diverse blijspelen. In Gent was hij was lid van de Zetternamkring, waarvoor hij volksliederen schreef, acteerde hij bij De Fonteine en werkte hij mee aan de kleine Snoeck’s almanak.
Toneelvernieuwer
Als toneelschrijver debuteerde hij met het landelijk drama Roosje van den veldwachter (1880, samen met Nestor de Tière geschreven). Zijn eerste blijspel, het succesrijke Kosterliefde (1878), zou de inzet zijn van een twintigtal toneelspelen. Zijn werk was verfrissend na de weinig geïnspireerde, eerder zielloze, pseudo-romantische stukken van zijn voorgangers (deze van Hippoliet van Peene uitgezonderd) waarin zelfs de rederijkerstrant nog voortsluimerde.
Hij was waarnemer bij uitstek. Realistisch, meestal humoristisch en in een verzorgde taal zette hij het dagelijkse leven van kleine middenstanders met hun hebbelijkheden en hun gebreken op het podium. Zijn stukken waren rechtlijnig, zonder ingewikkelde verhaalstructuur of psychologische uitdieping; “folkloristisch” worden ze ook wel eens genoemd. Volksvermaak was de voornaamste doelstelling.
Verschillende van zijn werken bleven soms jaren op de affiche; de uitgaven ervan beleefden talrijke herdrukken of werden vertaald. Het herhalen van telkens hetzelfde “recept” begon er echter geleidelijk aan zwaarder op te wegen.
Hij was en bleef Gentenaar in hart en nieren. Zijn Gentse blijspelen zijn doorspekt met sappige Gentse woorden en uitdrukkingen en stuk voor stuk zijn het Gentse zedenschetsen, ook al speelt de handeling zich niet altijd af in deze stad af. Telkens weer gaat het over kleinburgers die, meestal ten prooi aan vrouwelijke hovaardigheid, “iets” willen bereiken, en telkens worden de Franstaligen over de hekel gehaald.
- Prima Donna (1891) is het verhaal van een Gentse schoenmakersdocher die kost wat kost zangeres (liefst “prima donna”) wil worden.
- Aangebrande hutspot (1893) is klaarblijkelijk geïnspireerd door de opera Faust (1859) van de Franse componist Charles Gounod. Diens drama is door Hendrickx omgewerkt tot een blijspel dat zich afpeelt in een van de Gentse poortjes. Hoofdpersonages zijn Jellen en Mietje, het verliefde koppel (vergelijk met Jellen en Mietje van Karel Broeckaert). Voorts is er in het stuk een lied De meiskens van Gent, een persiflage op De jongens van Gent van Napoleon Destanberg.
- De familie Klepkens (1908) gaat over een Gentse familie die, daartoe aangespoord door een verwante snoeshaan, fortuin hoopt te vinden in Parijs waar de wereldtentoonstelling (1889) veel werkgelegenheid oplevert. Ze blijven daar enkele jaren, in armoede, hunkerend naar hun Gent. Een tombola zal de redding brengen.
- In Triconie en Cie (1900?) wil een voddenkoopman, die “het hoog in zijn bovenkamer heeft”, gemeenteraadslid worden. Dit stuk kreeg in 1898 de prijs voor kluchtspel van de stad Gent, in een wedstrijd uitgeschreven naar aanleiding van de opening van de nieuwe Koninklijke Nederlandse Schouwburg.
Werken (selectie)

- Kosterliefde, blijspel in één bedrijf, Gent (1879)
- Het verloren Minnebriefje, blijspel in één bedrijf, Sint-Gillis (1880)
- Roosje van den Veldwachter, drama in drie bedrijven (met N. de Tière), Brussel (1880)
- Cupido op krukken, blijspel in één bedrijf, Brussel (1881)
- Per Expres, blijspel in één bedrijf, Brussel (1882)
- Oom Felix, toneelspel in drie bedrijven, bekroond, Brussel (1883)
- T.K. en P.K., toneelspel in één bedrijf, Gent (1885)
- Achter 't Slot, tooneelspel in éen bedrijf, Brussel (1886)
- De verboden Vrucht, blijspel in drie bedrijven, Brussel (1887)
- De Schoonmoeder, toneelspel in drie bedrijven, Brussel (1887)
- De Boezemvrienden, blijspel, Brussel (1887)
- De familie Klepkens, blijspel in drie bedrijven, Gent (1908)
Externe linken
- Biografieën, werken en teksten bij de Digitale Bibliotheek voor de Nederlandse Letteren (dbnl)
- August Hendrikx op Schrijvergewijs
- Delen van deze pagina werden overgenomen van een externe website Hendrikx, August (Literair Gent), onder een CC BY-SA 4.0 licentie
- Emiel Andelhof: August Hendrikx, in: Tweede reeks dichtproeven en kluchtig declamatorium (1919), p. 72-75
- F[rans] Decoster: August Hendrikx: Vlaams toneelschrijver herdacht, in: Oostvlaamsche zanten, jrg. 22 (1947), nr. 5-6, p. 109-151. Met biografie, korte bespreking van zijn werken, bibliografie en bloemlezing (vooral uit werken met autobiografische gegevens)
- Daniël van Ryssel: August Hendrikx, in: Daniël van Ryssel: 55 vergeten Gentse schrijvers. Dl. 3, B (2008), p. 124-126. F. Jos van den Brande en J.G Frederiks: Biographisch woordenboek der Noord- en Zuidnederlandsche letterkunde (1888-1891), p. 336-337. (Zijn naam is vermeld als Hendrickx)
- Maurtits Sabbe, Lode Monteyne en Hendrik Coopman: Het Vlaamsch tooneel, inzonderheid in de 19de eeuw (1927), p. 258-264
- ↑ Biografisch Portaal; geraadpleegd op: 9 oktober 2017; genoemd als: August Hendrickx; Biografisch Portaal-identificatiecode: 66124403.