Atyaephyra desmarestii

Atyaephyra desmarestii
IUCN-status: Niet bedreigd[1] (2012)
Atyaephyra desmarestii
Taxonomische indeling
Rijk:Animalia (Dieren)
Stam:Arthropoda (Geleedpotigen)
Klasse:Malacostraca (Hogere kreeftachtigen)
Orde:Decapoda (Tienpotigen)
Familie:Atyidae
Geslacht:Atyaephyra
Soort
Atyaephyra desmarestii
(Millet, 1831)
Synoniemen
  • Atyaephyra desmarestii (Millet, 1831)
  • Atyaephyra Rosiana de Brito Capello, 1867
  • Symethus fluviatilis Rafinesque, 1814
  • Hippolyte desmarestii Millet, 1831
  • Atyaephyra desmaresti var. occidentalis Bouvier, 1913
Afbeeldingen op Wikimedia Commons Wikimedia Commons
Atyaephyra desmarestii op Wikispecies Wikispecies
(en) World Register of Marine Species
Portaal  Portaalicoon   Biologie

Atyaephyra desmarestii is een garnalensoort uit de familie van de Atyidae.[2] De wetenschappelijke naam van de soort is voor het eerst geldig gepubliceerd in 1831 door Millet.

Atyaephyra desmarestii (Milne-Edwards, 1837) is een kleine zoetwatergarnaal uit de familie Atyidae. De soort komt voor in grote delen van Zuid-, Midden- en West-Europa, Noord-Afrika en West-Azië, en is de enige inheemse vertegenwoordiger van de familie Atyidae in Nederland.

Kenmerken Atyaephyra desmarestii wordt 15 tot 35 millimeter lang. De soort is transparant tot lichtbruin van kleur, soms met een groenige of koperkleurige glans. Ze heeft een lang, smal rostrum met 10–16 tandjes op de bovenrand en 2–5 op de onderrand. De voorste twee paar poten dragen fijne haren waarmee biofilm en organisch materiaal van oppervlakken worden geschraapt.

Leefgebied De soort leeft in langzaam stromende, helderwaterige rivieren, sloten en kanalen met een stenige of plantenrijke bodem. Het water is meestal zuurstofrijk, met temperaturen tussen 5 en 28 °C en een pH van 6,5 tot 8,5. In Noord-Europa komt de soort vooral voor in rivierarmen en uiterwaarden, in Zuid-Europa ook in irrigatiekanalen en kreken.

Voeding Atyaephyra desmarestii is een omnivoor die zich voedt met biofilm, microalgen, bacteriën, detritus en kleine micro-organismen.

Voortplanting De voortplanting vindt plaats van het voorjaar tot de herfst. Vrouwtjes dragen 20 tot 80 relatief grote eieren onder het achterlijf, die na 2 tot 4 weken uitkomen. De jongen lijken direct op de volwassen dieren; er is geen larvaal stadium. De levensduur bedraagt gemiddeld 1,5 tot 2 jaar.

Gedrag De soort leeft in losse groepen, is niet territoriaal en vertoont vooral graasgedrag op oppervlakken. Ze is vooral actief bij daglicht en in de schemering.

Ecologische betekenis Atyaephyra desmarestii speelt een belangrijke rol in het afbreken van organisch materiaal en vormt voedsel voor vissen en andere waterdieren. De aanwezigheid van de soort geldt als indicator voor schoon, zuurstofrijk water.

Kou- en warmtetolerantie De soort verdraagt temperaturen van ongeveer 4 tot 30 °C en kan in gematigde klimaten overwinteren zolang het water niet bevriest. Populaties kunnen zich binnen enkele generaties aanpassen aan lagere temperaturen.