Attische redenaars

Demosthenes oefent zich in de rede. Schilderij van Jean-Jules-Antoine Lecomte du Noüy.

De tien Attische redenaars werden beschouwd als de grootste Griekse redenaars en logografen van de klassieke periode (5e-4e eeuw v.Chr.). Ze zijn opgenomen in de Canon of Ten, die waarschijnlijk in Alexandrië is ontstaan. In de meeste gevallen hebben ze allen verschillende retorische genres tegelijkertijd beoefend, maar generaliserend kan men de volgende indeling maken:

  • de juridische welsprekendheid werd vooral beoefend door Antiphon (ca. 480-411 v.Chr.), Andocides (ca. 440-390 v.Chr.), Lysias (ca. 445-380 v.Chr.) en Isaeus (ca. 420-350 v.Chr.);
  • de panegyrische welsprekendheid (d.i. pronk- en feestrede, waaronder ook de lijkrede valt) vooral door Isocrates (436-338 v.Chr.);
  • de politieke welsprekendheid vooral door Demosthenes (384-322 v.Chr.), Lycurgus (ca. 390-325 v.Chr.), Hyperides (389-322 v.Chr.), Aeschines (389-314 v.Chr.) en Dinarchus (ca. 360-290 v.Chr.).