Atjehmuseum
| Atjehmuseum | ||||
|---|---|---|---|---|
| Museum Aceh (Aceh Museum) | ||||
Museum Aceh in Banda Aceh | ||||
| Locatie | ||||
| Locatie(s) | Banda Atjeh, Atjeh, Indonesië | |||
| Adres | Jl. Sultan Mahmudsyah No.10, Peuniti, Kec. Baiturrahman, Kota Banda Aceh, Aceh 23116 | |||
| Coördinaten | 5° 33′ NB, 95° 19′ OL | |||
| Thema en expositie | ||||
| Type | etnografisch museum | |||
| Status en tijdlijn | ||||
| Oprichter(s) | Friedrich Wilhelm Stammeshaus | |||
| Opgericht | 1915 | |||
| Openingsdatum | 31 juli 1915 | |||
| Personen en statistieken | ||||
| Conservator(s) | Friedrich Wilhelm Stammeshaus[1] | |||
| Links | ||||
| Officiële website Museumcatalogus | ||||
| ||||

_'%252C_later_overgebracht_naar_het_Atjeh-museum_te_Koetaradja%252C_KITLV_1400097.tiff.jpg)
Het Atjehmuseum (Indonesisch: Museum Aceh) is een museum in Banda Atjeh, de hoofdstad van de Indonesische provincie Atjeh. Het museum richt zich op de geschiedenis en cultuur van Atjeh en ontstond in de koloniale periode als presentatie van een traditionele Atjehse paalwoning (rumoh Aceh).[2]
Geschiedenis
Het museum werd op 31 juli 1915 in gebruik genomen en geopend door de civiele en militaire gouverneur van Aceh, luitenant-generaal Henri Nicolas Alfred Swart.[2][3]
Het oorspronkelijke gebouw was een rumoh Aceh die eerder onderdeel was van de Aceh-paviljoens op de Koloniale Tentoonstelling in Semarang van 13 augustus tot 15 november 1914. Na afloop werd het paviljoen naar Aceh overgebracht en in (toenmalig) Koeta Radja, het huidige Banda Aceh, als museum ingericht.[2]
Een belangrijke rol in de totstandkoming speelde Friedrich Wilhelm Stammeshaus, die als eerste conservator aan het museum verbonden was en wiens verzameling mede in het paviljoen werd getoond.[2]
Na de Indonesische onafhankelijkheid kwam het museum onder beheer van de regionale overheid. In 1969 werd het museum verplaatst van de omgeving van Blang Padang naar de huidige locatie aan Jalan Sultan Alaiddin Mahmudsyah.[2] In de jaren 1970 volgden renovaties en uitbreiding met onder meer tentoonstellingsruimten en ondersteunende voorzieningen.[2] In 1979 kreeg het museum de status van provinciaal staatsmuseum (Museum Negeri); de officiële heropening volgde op 1 september 1980.[2]
Collectiegeschiedenis
Koloniale beginjaren
De eerste museumopstelling in 1915 borduurde voort op de presentatie van het Atjeh-paviljoen op de Koloniale Tentoonstelling in Semarang. De getoonde voorwerpen bestonden voor een belangrijk deel uit de particuliere collectie van Friedrich Wilhelm Stammeshaus, aangevuld met bruiklenen uit Atjeh van onder meer lokale hoofden.[4][5]
Volgens een studie over dekolonisatie van museumcollecties behield het museum na de opening een deel van de door Stammeshaus getoonde objecten en breidde het daarnaast de eigen collectie uit met ‘oude objecten’ die door of via lokale Atjehers werden verkregen door schenking of overdracht.[4]
Vertrek Stammeshaus
Stammeshaus vertrok begin jaren 1930 naar Nederland. Hij wilde zijn verzameling bij voorkeur aan het museum in Atjeh verkopen en ter plaatse achterlaten, maar dat ging niet door toen het koloniale bestuur de gevraagde som van 5.000 gulden niet wilde betalen. De collectie werd vervolgens aangekocht door het Koloniaal Instituut in Nederland (later bekend onder de naam Tropenmuseum, sinds 2023 als Wereldmuseum Amsterdam). Daardoor verschoof het zwaartepunt van de presentatie in Atjeh naar de ‘eigen’ museumcollectie van historische en archeologische objecten.[4]
Na de onafhankelijkheid
Na de Indonesische onafhankelijkheid werd de museumlocatie in 1969 verplaatst naar de huidige plek. In de loop van de twintigste eeuw groeide de collectie door nieuwe aanwinsten en door herinrichting van de vaste presentatie in het kader van de ontwikkeling van provinciale musea in Indonesië.[4] Het museum ontving in 1975 oude foto’s van de Nederlandse kolonel Johann Heinrich Jacob Brendgen en in 1980 van Museum Bronbeek.[4]
In de jaren 2010 werden gebouw en presentaties opnieuw aangepakt; rond 2015 werd de verhaallijn van de vaste opstelling herzien. Daarbij werd het traditionele huis (rumoh Aceh) nadrukkelijk als museumobject en onderdeel van de collectie gepositioneerd.[4]
Cakra Donya-klok

Een van de bekendste objecten in het Atjehmuseum is de Cakra Donya-klok (Indonesisch: Lonceng Cakra Donya), een grote ijzeren luidklok die in de museumtuin wordt getoond.[6] De klok is in China vervaardigd in 1409 en rond 1414 door admiraal Cheng Ho naar de archipel gebracht als symbool van vriendschap.[6] De bel zou sinds 1524 in Atjeh zijn geweest: na de verovering van Samudera Pasai werd zij als oorlogsbuit door sultan Ali Mughayat Syah naar het hofcomplex (Keraton) van Atjeh overgebracht.[6] De naam Cakra Donya wordt verklaard uit het gebruik van de bel op een oorlogsschip van sultan Iskandar Muda (1607–1636) dat eveneens Cakra Donya heette.[6] In 1915 werd de bel naar het Atjehmuseum overgebracht.[6] Een replica van de klok wordt tentoongesteld in Taman Mini Indonesia Indah.
- ↑ Het korte bestaan van het Atjehsch Leger Museum te Koeta Radja | museumbronbeekblog. Geraadpleegd op 9 december 2025.
- 1 2 3 4 5 6 7 Museum Aceh (profiel). Museum Aceh. Gearchiveerd op 2 februari 2013. Geraadpleegd op 20 december 2025.
- ↑ John Klein Nagelvoort, Het korte bestaan van het Atjehsch Leger Museum te Koeta Radja. museumbronbeekblog (2022). Geraadpleegd op 20 december 2025.
- 1 2 3 4 5 6 Arainikasih, Ajeng Ayu (26 juni 2018). Decolonising the Aceh Museum: Objects, Histories and their Narratives. BMGN - Low Countries Historical Review 133 (2): 105–120. DOI:10.18352/bmgn-lchr.10554.
- ↑ Koleksi Museum Aceh masa kolonial dipamerkan secara virtual. ANTARA News (2 augustus 2021). Geraadpleegd op 20 december 2025.
- 1 2 3 4 5 Lonceng Cakradonya (Database Koleksi Museum Aceh). Museum Aceh. Geraadpleegd op 20 december 2025.