Algemene Diamantbewerkersbond van België

Algemene Diamantbewerkersbond van België (ADB)
Jan Bartels, Louis Roméo, Jef Groesser; het 'Rode Trio', de eerste leiders van de Algemene Diamantbewerkersbond van België (ADB)
Jan Bartels, Louis Roméo, Jef Groesser; het 'Rode Trio', de eerste leiders van de Algemene Diamantbewerkersbond van België (ADB)
Geschiedenis
Ontstaansdatum 19 augustus 1895
Ontbindingsdatum december 1993
Structuur
Land Vlag van België België
Ledenaantal 12.304 (1956)
Portaal  Portaalicoon   Economie

De Algemene Diamantbewerkersbond van België (ADB), in het Frans Syndicat des Ouvriers Diamantaires, was een Belgische socialistische vakbond. Opgericht onder de naam Antwerpse Diamantbewerkersbond in 1895, werd de bond hernoemd tot de Algemene Diamantbewerkersbond van België in 1913.

Historiek

De vakbond werd op 19 augustus 1895 opgericht in Antwerpen onder de naam Antwerpse Diamantbewerkersbond (ADB), met aanzienlijke steun van de reeds beter georganiseerde Nederlandse Algemene Nederlandse Diamantbewerkersbond (ANDB). Ondanks de beperkingen die artikel 310 van het Strafwetboek oplegde — waarbij iedere belemmering van de arbeid strafbaar was — en ondanks het feit dat arbeiders zich nog moeilijk lieten organiseren, ontplooide de bond vanaf zijn oprichting reeds acties voor meer schafttijd en een beperking van het aantal leerlingen.[1]

De staking van 1904

In februari 1904 brak in Antwerpen een langdurige staking uit die tot juni zou aanhouden en bepalend was voor de machtspositie van de ADB.[2] De directe aanleiding was de weigering van de werkgevers om een verkorting van de arbeidstijd toe te staan, evenals hun eis tot toelating van nieuwe leerlingen. Tegelijkertijd besloten diamanthandelaren en fabriekseigenaars in Amsterdam tot een uitsluiting. Het vier maanden durende conflict eindigde in een overwinning, met de invoering van de negenurige werkdag en een akkoord over de toelating van een beperkt aantal leerlingen.[3]

De leiding van de Antwerpse staking werd waargenomen door Jan van Zutphen van de ANDB, Louis Roméo, Jan Van Meerbeeck en Leo De Man, aangezien de andere twee voormannen, Jan Bartels en Jeff Groesser, wegens overtredingen van artikel 310 nog gevangenisstraffen moesten uitzitten. Deze wet beschouwde het verspreiden van manifesten als een misdrijf en het uitroepen van stakingen als strafbaar.[3][noot 1] Bartels melde zich bij het gevang, terwijl Groesser over de grens naar Roosendaal uitweek om daar de staking te ondersteunen. De staking onderstreepte het belang van internationale samenwerking en solidariteit.[3]

Samen speelden de ANDB en de ADB ook een sleutelrol bij de oprichting van het Wereldverbond van Diamantbewerkers in 1905. Zowel binnen de ADB als binnen het Wereldverbond lagen de eerste eisen op de verbetering van de arbeidsomstandigheden, de verkorting van de werktijd, een duidelijker vastgelegd loon en — vooral om betere werkomstandigheden te waarborgen — een beperking van het aantal leerlingen in het vak. De ADB groeide uiteindelijk uit tot een van de machtigste vakbonden in Antwerpen.[1][4]

Scheuring en verzoening

Hoewel tal van bestuursleden lid waren van de Belgische Werkliedenpartij (BWP), was de ADB voorstander van een onafhankelijke positie ten overstaan van de socialistische partij.[1] Het dispuut rond het al dan niet aansluiten bij de Syndikale Kommissie (SK) van de BWP werkte als een splijtzwam in de ADB. In Antwerpen bestonden twee interprofessionele vakbonden: het in december 1906 opgerichte Algemeen Arbeidssecretariaat, verbonden aan de SK en de BWP en gedomineerd door metaalarbeiders, en de Antwerpse Federatie van (onafhankelijke) Vakverenigingen, met de ADB als kern, die zich in 1907 terugtrok uit de SK. De voorstanders van de aansluiting bij de SK verenigden zich in 1911 in de Algemene Belgische Diamantbewerkersbond (ABDB) en noemden zich de "geroyeerden".[4][5]

De polemiek tussen de ADB en de geroyeerden werd gevoerd in hun respectievelijke organen, de Volkstribuun[6] en De Werker en was een remmende factor in de ontwikkeling van de socialistische arbeidersbeweging te Antwerpen.[1] Nadat de oude leiding, het zgn. “Rode Trio” (Jan Bartels, Louis Roméo en Jef Groesser) het veld had geruimd, kwam in 1912 Louis Van Berckelaer aan het hoofd van de ADB.[2][3] Onder zijn bestuur kwam het tot een fusie met de “geroyeerden”van de ABDB en sloot de ADB zich aan bij de SK na de algemene staking voor het algemeen kiesrecht in april 1913, die beide stromingen weer bij elkaar bracht.[1][4] Ook werd de naam van de bond omgevormd in Algemene Diamantbewerkersbond van België vanwege de groeiende diamantnijverheid op het platteland rond Antwerpen − de zgn. buitenindustrie in met name De Kempen − buiten elke vakbondsstructuur om.[1][7]

Na de oorlog

Mede dankzij de rol van Van Berckelaer tijdens de Eerste Wereldoorlog groeide het wederzijds vertrouwen tussen de ADB en de werkgevers, waardoor overleg de dominante strategie werd. In 1927 werd met de patroonsorganisatie, het Syndicaat der Belgische Diamantnijverheid (SBD), de eerste collectieve arbeidsovereenkomst afgesloten en werden de eerste overlegorganen opgericht. Hoewel de ADB de machtigste vakbond in de stad Antwerpen was, bleef een groot deel van de diamantbewerkers op het platteland en een groeiend aantal thuiswerkers − met name joodse immigranten die de pogroms in Oost Europa ontvluchtten − buiten haar invloedssfeer en werkte er tegen aanzienlijk lagere lonen.[1][7]

In 1929 werd in de schoot van de ADB De Daad opgericht. Als de modernste diamantslijperij van haar tijd beschikte zij over 200 zitplaatsen voor diamantsnijders en 600 slijpmolens ter huur. De oprichting had tot doel het financieel beheer van de bondsgoederen te verbeteren, een voorbeeld te stellen voor andere fabrieken en een werkplaats te bieden bij lock-outs. De huurinkomsten dienden ter financiering van Zonnestraal, de organisatie voor tuberculosebestrijding.[1][4]

De periode 1923–1929 vormt de belangrijkste bloeifase van de ADB, samenlopend met de expansie van de Belgische diamantindustrie, waarin Antwerpen zich ontwikkelde tot het grootste diamantcentrum, ten koste van Amsterdam.[4] Na de plotselinge dood van Van Berckelaer in 1936 ging het voorzitterschap van de ADB over op Alfons Daems en werd Jan Bartels hoofdredacteur van het tijdschrift De Diamantbewerker.[7]

Na de Tweede Wereldoorlog, waarin veel Antwerpse joodse diamantslijpers het leven lieten, verloor de ADB haar voortrekkersrol. In december 1993 fuseerde de organisatie met de Textielarbeiderscentrale van België (TACB) en de Centrale der Kleding en Aanverwante Vakken van België (CKB) tot de Centrale voor Textiel, Kleding en Diamant (TKD).[1][4]

Zie de categorie Algemene Diamantbewerkersbond van België van Wikimedia Commons voor mediabestanden over dit onderwerp.