Anton Geesink Stadion
Het Anton Geesink Stadion is een nooit gebouwd multifunctioneel stadion in Amsterdam-Zuidoost.
Het was niet het eerste idee voor een nieuw stadion. Al in 1974 was er een plan voor een nieuw stadion voor AFC Ajax omdat het begin jaren zeventig door de aanhoudende reeks successen veel te groot geworden was voor Stadion De Meer. De club onderzocht daarom de mogelijkheid voor een onderkomen in de Bijlmermeer. Het eerste idee was om Ajax onder te brengen in hetzelfde stadion samen met FC Amsterdam, toen de tweede profclub van deze stad. Samen met de gemeente Amsterdam werd dit plan gepresenteerd, waarna Ajax-voorzitter Jaap van Praag het plan verwierp omdat het te duur zou zijn.[1]
%252C_Bestanddeelnr_933-6708.jpg)
Zo’n tien jaar later knipte ontwerper Rop Ranzijn voor de lol een voetbal doormidden en kreeg toen een visioen van een nieuw Ajax-stadion in Amsterdam Zuidoost. Daarnaast zette Amsterdam zich in om de Olympische Zomerspelen van 1992 te organiseren. Volgens Stichting Olympische Spelen Amsterdam 92 (SOSA) was daartoe een nieuw Olympisch Stadion nodig. Het Olympisch Stadion uit 1928 was in (te) slechte staat om de nieuwe spelen te ontvangen. In 1986 werd de maquette van dat beoogde stadion gepresenteerd aan prinsen Claus van Amsberg en Willem-Alexander. Bij de presentatie waren ook twee sporters aanwezig, Fanny Blankers-Koen en Anton Geesink.[2]Het multifunctioneel stadion zou worden vernoemd naar Anton Geesink, een (toen) nog levend persoon, dat in Amsterdam ongebruikelijk is vanwege mogelijke ophef rond de persoon na vernoeming.
Het stadion kreeg vastere vorm en zou gebouwd worden in Bullewijk aan de Meibergdreef in de nabijheid van het Academisch Medisch Centrum in Amsterdam-Zuidoost. Het zou een relatief groot gebouw worden van (meer dan) 190 meter hoog, de capaciteit werd ingezet op 50.000 plaatsen. Het zou de vorm van een voetbal hebben, gedragen door handen die vanuit de grond komen. Het ontwerp was in handen van bouwonderneming Ranzijn, Frederique en Lokhorst BV uit Beverwijk; de geschatte kosten 270 miljoen gulden.[3] Het gebouw moest voor Amsterdam helzelfde worden als de Eiffeltoren van Parijs. Op 17 oktober 1986 kreeg niet Amsterdam, maar Barcelona de organisatie van de spelen toegewezen waarmee het project onzeker werd. In 1989 was de eerste paal nog niet geslagen, terwijl Ajax nog steeds een nieuw stadion nodig had en daar op aandrong. De kosten waren inmiddels opgelopen tot 340 miljoen gulden.[4] In de jaren daarna verdween het bouwwerk geheel uit zicht.
Uiteindelijk werd in 1991 besloten tot de bouw van de Amsterdam ArenA op een andere plaats in Zuidoost en het Olympisch Stadion uit 1928 te verkleinen tot de oorspronkelijke omvang met een grote verbouwing, renovatie en restauratie. De totstandkoming van de ArenA ging ook gepaard met kritiek en bezwaren voornamelijk van de gemeente Ouder-Amstel op wiens grondgebied het stadion grotendeels was geprojecteerd en daar niets voor voelde. Uiteindelijk werd het stadion daarom geheel op grondgebied van de gemeente Amsterdam gesitueerd waarbij over de Burgemeester Stramanweg werd gebouwd en Ouder-Amstel toen geen zeggenschap meer had. Ajax betrok in 1996 de ArenA die voor ongeveer hetzelfde bedrag gebouwd kon worden.
- ↑ de Ajaxstadions die er niet kwamen
- ↑ Redactie, Prinsen bij olympische maquette. De Telegraaf (21 augustus 1986). Geraadpleegd op 24 december 2025 – via Delpher.
- ↑ Redactie, Plan enorm futuristisch stadion. Het Parool (24 juni 1987). Geraadpleegd op 24 december 2025 – via Delpher.
- ↑ Hans van Wissen, Michael van Praag probeert mythe van Ajax te ontrafelen. de Volkskrant (6 november 1989). Geraadpleegd op 24 december 2025 – via Delpher.