Anthonie van Miert
Anthonie van Miert (Woerden, 28 april 1907 – 1992) was een Nederlandse marineofficier en werd in het bijzonder bekend als de commandant van de mijnenveger Hr. Ms. Abraham Crijnssen die tijdens de Tweede Wereldoorlog op sluwe wijze, na bevel tot evacuatie naar een veilige haven, uit toenmalig Nederlands-Indische wateren ontsnapte en naar Australië voer om daar de strijd tegen de toenmalige Japanse agressor voort te zetten. Van Miert werd driemaal onderscheiden tijdens de Tweede Wereldoorlog.[1]
Levensloop
Na zijn middelbare school werd hij adelborst bij de Koninklijke Marine. Toen in mei 1940 de Duitsers Nederland binnenvielen was hij in Nederland en slaagde erin om, toen nog in de rang van luitenant-ter-zee 2e klasse, aan boord van de Hr. Ms. Willem van der Zaan uit te wijken naar het Verenigd Koninkrijk. Hij werd opgenomen bij de uitgeweken Nederlandse marine, die in deze fase, waarin de Britse eilanden bedreigd werden door de aangekondigde Duitse oversteek, aan de Britse was toegevoegd.
Met de grote, moderne mijnenlegger waarmee hij uit Nederland was ontsnapt wist Van Miert zich op 23 oktober 1940 te onderscheiden op de Noordzee, bij diverse hachelijke handelingen bij het leggen van zeemijnen. Hij werd hiervoor met een Bronzen Kruis onderscheiden.
Nadat de dreiging van een Duitse oversteek voorbij was, vertrokken er steeds meer Nederlandse marine-eenheden naar de Oost. Met de Hr. Ms. Willem van der Zaan voer Van Miert naar toenmalig Nederlands-Indië waar hij in januari 1941 aankwam en spoedig aangesteld werd als commandant over de Hr. Ms. Abraham Crijnssen. In november 1941 werd Van Miert bevorderd tot luitenant-ter-zee der 1e klasse.
Nederlands-Indië raakte op 8 december 1941 betrokken bij de Tweede Wereldoorlog doordat de Nederlandse regering op die dag, naar aanleiding van de Japanse aanval op de Amerikaanse marinehaven en -vliegvelden op Pearl Harbour enige uren voordien, de oorlog aan Japan verklaarde. Hierna volgden drie maanden waarin de Nederlands-Indische archipel door de Japanse strijdkrachten geleidelijk geheel veroverd werd. Na de desastreus verlopen Slag in de Javazee op 27 februari 1942, en de Japanse landing op Java, kregen Nederlandse vlooteenheden die nog waarde konden hebben voor de strijd tegen Japan, opdracht om veilige havens buiten de archipel op te zoeken.
De Hr. Ms. Abraham Crijnssen was een van de marineschepen die deze opdracht ontving. Twee van haar zusterschepen Hr. Ms. Jan van Amstel en Hr. Ms. Eland Dubois waren al vroeg op 6 maart 1942 vertrokken, maar hadden geen bijzondere maatregelen genomen ter camouflage, terwijl de archipel vergeven was van Japanse vliegtuigen en schepen. De Hr. Ms. Eland Dubois kreeg onderweg pech met de ketels en werd door eigen mensen tot zinken gebracht bij het eiland Gili Ratya, binnen de kleine archipel der Gili-eilanden, waarna de rest van de bemanning met de Hr. Ms. Jan van Amstel doorvoer richting Australië. Onderweg werd de trage mijnenveger echter onderschept door een Japanse torpedobootjager en met groot verlies van levens tot zinken gebracht op 8 maart 1942. Overlevenden kwamen in Japans krijgsgevangenschap.
De luitenant-ter-zee der 1e klasse Van Miert besloot, voordat Surabaya werd verlaten, om het schip geheel in camouflagekleuren over te laten schilderen en loof over alle harde lijnen van de bovenbouw te draperen. Zo vertrok de Hr. Ms. Abraham Crijnssen via dezelfde route als de beide voorgangers naar Australië, echter beduidend later op de dag. Onderweg werden de beide zusterschepen bij Gili Ratya waargenomen, maar Van Miert voer door. Hij besloot in de nacht te varen en overdag in de beschutting van eilanden te gaan liggen, telkens de camouflage afstemmend op het eiland - en daartoe ook foto's makende, waarvan enige bewaard bleven. Na enkele eilandbezoeken werd de open oceaan bereikt en duurde het tot 15 maart voordat Perth in Australië bereikt werd. Van Miert werd met het Kruis van Verdienste onderscheiden voor deze evacuatie van schip en bemanning.[2]
In Australië werd de Hr. Ms. Abraham Crijnssen als patrouilleschip actief, maar Van Miert kwam via een lange route terug in het Verenigd Koninkrijk waar hij aan boord van diverse marineschepen dienst deed, maar met de kanonneerboot Hr.Ms. Soemba samen met de Hr.Ms. Flores deel nam aan de ondersteuning van de Landing op Sicilië en andere gevechtsacties. Voor zijn verdiensten tijdens deze periode in 1943/1944 kreeg Van Miert opnieuw een Bronzen Kruis uitgereikt op 21 maart 1944.
Levensloop na de oorlog
Na de Duitse en Japanse capitulatie werd de luitenant-ter-zee der 1e klasse Van Miert opnieuw naar de archipel gestuurd, waar inmiddels een revolutie was ontketend en Nederland haar belangen probeerde veilig te stellen. Van Miert kreeg een hoge staffunctie in Surabaya als chef-staf maritiem territoriaal commando en vervulde deze functie tot zijn overplaatsing terug naar Nederland eind juni 1947. Met de bekende MS Oranje vertrok hij naar het vaderland waar hij in 1947 bij het Marine Opleiding Centrum in Voorschoten werd geplaatst.
Van Miert werd bevorderd tot kapitein-luitenant ter zee en vervulde nog een aantal staf- en bureaufuncties voordat hij op 1 oktober 1967 met leeftijdsontslag uit dienst ging na ruim 40 jaar trouwe dienst. Hij was eenmaal met het Kruis van Verdienste en tweemaal met het Bronzen Kruis onderscheiden.
Van Miert overleed in 1992.
Bekende mutaties bij onderscheidingen
Van Miert werd driemaal onderscheiden [3]
Bij het BK van 23 oktober 1940:
- "Voor het verrichten van uitstekende militaire diensten, in tijd van oorlog, voor het Vaderland, te weten, als opvarende van Hr.Ms. Mijnenlegger Willem van der Zaan, welk schip in de periode van 5 juli - 1 October 1940 ingedeeld was bij een Britsche mijnenleggerafdeeling, met koelbloedigheid en bekwaamheid zijn taak verricht, waardoor het mede aan hem te danken is geweest, dat op uitstekende wijze mijnenlegopdrachten in de Noordzee en in het Engelsche Kanaal, onder moeilijke en gevaarvolle omstandigheden, konden worden uitgevoerd."
Bij het KvV van 23 september 1942:
- "Het als commandant van Onze Mijnenveger 'Abraham Crijnssen' onder moeilijke omstandigheden op zeer beleidvolle wijze voeren van zijn schip dwars door de sterke Japansche Marinestrijdkrachten, patrouillerende nabij de Straat Madoera en het vervolgens behouden binnen breng van Onze Mijnenveger 'Abraham Crijnssen' te Perth".
Bij het BK van 21 maart 1944 is geen mutatie bekend.
Rangmutaties
- Op 11 november 1929 beëdigd tot luitenant-ter-zee der 3e klasse
- Op 23 november 1931 bevorderd tot luitenant-ter-zee der 2e klasse
- Op 15 november 1941 bevorderd tot luitenant-ter-zee der 1e klasse
- Op 1 augustus 1950 bevorderd tot kapitein-luitenant ter zee
- ↑ A. van Miert. www.archieven.nl. Geraadpleegd op 8 oktober 2025.
- ↑ Passenier, Lincy, Bijzondere ontsnapping van de Abraham Crijnssen. Marinemuseum (26 mei 2025). Geraadpleegd op 8 oktober 2025.
- ↑ Passenier, Lincy, Onderscheidingen Anthonie van Miert. Ridderorden en onderscheidingen (26 mei 2025). Geraadpleegd op 8 oktober 2025.