Anna Roemers Visscher
| Anna Roemers Visscher | ||||
|---|---|---|---|---|
![]() | ||||
Tekening met fantasie betiteling Anna Roemers Visscher | ||||
| Persoonsgegevens | ||||
| Volledige naam | Anna Roemers(dochter) Visscher | |||
| Geboortedatum | 2 februari (?) 1583 | |||
| Geboorteplaats | Amsterdam | |||
| Overlijdensdatum | 6 december 1651 | |||
| Overlijdensplaats | Alkmaar | |||
| Geboorteland | Nederland | |||
| Opleiding en beroep | ||||
| Beroep | dichster, graveerster | |||
| Werken | ||||
| Genre(s) | Dichtkunst | |||
| Dbnl-profiel | ||||
| RKD-profiel | ||||
| ||||

Anna Roemers(dochter) Visscher (Amsterdam, 2 februari (?) 1583 – Alkmaar, 6 december 1651) was een Nederlands dichteres en glasgraveerster.
Ze was de oudste dochter van Roemer Visscher en zuster van Maria Tesselschade Roemers Visscher. Zij ging op 17 januari 1624 in Amsterdam in ondertrouw met Dominicus Boot van Wesel, die tot een Dordts geslacht behoorde. Hij werd toen benoemd tot dijkgraaf en baljuw van de pas ingedijkte Wieringerwaard. Het echtpaar vestigde zich aldaar, maar de jonge vrouw was te Alkmaar, toen in 1625 haar oudste zoon geboren werd, en in 1626 in Den Haag, bij de geboorte van het tweede kind. Zij onderhield intensief contact met de Spaans gebleven gewesten, waar ook haar zonen op een Jezuïetenschool te Brussel opgeleid werden.
In 1646 werden beide zonen, Romanus (1625-1701) en Johannes (1626-1647), studenten te Leiden; ook de 60-jarige vader, die met zijn jongste zoon Hagenaar genoemd werd, liet zich inschrijven en het huisgezin, waarvan Anna Roemers eerst uitdrukkelijk in het album als het hoofd vermeld wordt, woonde toen tijdelijk in det huys van Anna van Kooten. Hieruit blijkt dat Anna geen weduwe was, zoals vroeger werd opgegeven. Johannes overleed in 1647, Roemer (Romanus) promoveerde en woonde later in Den Haag. Anna vestigde zich andermaal te Alkmaar en overleed er op 6 december 1651. Zij werd op 11 december bijgezet in een graf "op het koor" van de Grote of Sint-Laurenskerk. Op de aanwezige zerk is alleen nog een uitgekapt medaillon te zien.
Zij bezorgde een uitgave van Roemers Sinnepoppen, vertaalde de Honderd Christelijke Zinnebeelden van Georgette de Montenay (door Van Vloten uitgegeven naar het handschrift van Schinkel, s-Grav. 1854) en schreef enkele gedichten. Ze was bedreven in het graveren van glas, de zogenaamde roemers. Exemplaren van door haar gegraveerde roemers bevinden zich in de collectie van Rijksmuseum Amsterdam en Slot Zuylen.

Bibliografie
- 1669 - Roemer Visschers Zinne-poppen; Alle verciert met rijmen, en sommighe met proze. Door zijn dochter Anna Roemers. 1e uitg.: 1614 (Digitale versie)
- 1851 - Gedichten van Anna Visscher en Maria Tesselschade Visscher (Digitale versie)
- 1854 - Honderd christelijke zinnebeelden naar Georgette de Montenay (Digitale versie)
- 1881 - Alle de gedichten van Anna Roemers Visscher. Vroeger bekend en gedrukt of eerst onlangs in handschrift ontdekt naar tijdsorde en in verband met hare levensbijzonderheden uitg. en toegel. door Nicolaas Beets
- (Deel 1) (Digitale versie)
- (Deel 2) (Digitale versie)
- 1925 - Gedichten van Anna Roemers Visscher. Ter aanvulling van de uitgave harer gedichten door Nicolaas Beets. Medegedeeld en toegelicht door Fr. Kossmann (Digitale versie)
Literatuur
- 1808 - Jacobus Scheltema. Anna en Maria Tesselschade, de dochters van Roemer Visscher (Digitale versie)
- 1848 - A.D. Schinkel. Oudheidkundige bijdragen. Beschrijving van merkwaardige drinkglazen en bekers, onder welke uitmunten die van Anna Roemers en Maria Tesselschade (Digitale versie)
- 1878 - Nicolaas Beets. Mededeeling betreffende een aantal tot hiertoe onuitgegeven gedichten van Anna Roemer Visschers (Digitale versie)
Externe links
- Anna Roemers Visscher informatie bij DBNL
- Handschrift en korte biografie op website Literatuurmuseum
- Graf van Anna Roemers Visscher bij Literaire Roadtrip
- Artikel in Digitaal Vrouwenlexicon Nederland
- J. Belonje, Het nageslacht van Anna Roemers Visscher, in: Jaarboek van het Centraal Bureau voor Genealogie, deel 31 (1977), pag 144-163.
Noten
- ↑ "Verschroockt soo is Mijn Pen, vermuft is mijn Papier / Verroest is mijn Verstant, beschimmelt is Mijn Lier./ Gaet Segen-Rijck Poeet, gaet henen op de Toppen / Van Helicon, en haelt wat Waeter, om te Droppen / In mijn verdroochde jnck, Op dat ick (als ick plach) / Met een gewoone Pen mijn vrinden groeten Mach."
