Ann Marrow

Ann Marrow (leefde in Londen omstreeks 1777) werd in 1777 bestraft voor fraude na met drie verschillende vrouwen een huwelijk te zijn aangegaan.

Context

In de 18e eeuw was het niet ongebruikelijk dat vrouwen zich uitgaven voor mannen. In Engeland waren er in deze periode verscheidene vrouwen die deden aan crossdressing. Dit had wisselende doelen. Zo waren er vrouwen die op die manier beroepen konden uitoefenen die anders voor hen gesloten bleven. Dit kwam onder andere veel voor in de krijgsmacht, zo trad Maria van Spanje toe tot de marine van de Verenigde Nederlanden door zich als man te verkleden. Ook Maria ter Meetelen trad op deze wijze tot het leger toe, nadat ze enige tijd gekleed als man had rondgereisd.[1][2]

Andere vrouwen zullen zich meer op hun gemak hebben gevoeld in de traditioneel aan mannen toegewezen genderrol en zullen een zekere genderdysforie hebben gevoeld bij de meer traditioneel vrouwelijke rol. Zij zouden in de huidige terminologie waarschijnlijk kiezen voor de omschrijving transgender. Hoogstwaarschijnlijk was een huwelijk aangaan met een vrouw over het algemeen geen aanleiding voor het dragen van mannenkleding. Vrouwen die in deze situatie werden betrapt, werden namelijk beschuldigd van fraude. Opvallend is dat vrouwen die in vrouwenkleding een relatie aangingen met andere vrouwen, in deze situatie niet bestraft werden. Omdat het hier niet om een huwelijk ging en lesbische relaties niet illegaal waren, werden zij niet vervolgd.[2][3] Desondanks zijn er verschillende voorbeelden van zogeheten 'vrouwelijke echtgenoten', zoals vrouwen die zich voordeden als mannen en trouwden met een andere vrouw in deze periode werden aangeduid. In veel van de overgeleverde gevallen liep de situatie voor deze echtgenoten slecht af. Mogelijk is dit echter ook het geval, omdat enkel déze verhalen in de historische bronnen terugkomen.[4] Veel van de betrokkenen, komen in verdere bronnen amper voor. Zo ook Ann Marrow, van wie de naam enkel bekend is vanwege de rechtszaak in 1777.

De casus van Ann Marrow

Op 5 juli 1777 werd Marrow door de rechtbank in Londen veroordeeld voor fraude. Marrow zou namelijk drie afzonderlijke huwelijken met drie verschillende vrouwen aangegaan zijn en daarbij sommen geld van de betrokken vrouwen hebben ontvreemd. De straf hield drie maanden in het gevang in, waarna een uur aan de schandpaal van Charing Cross zou volgen. Hoewel Marrow genoegen nam met de gevangenisstraf, probeerde de vrouwelijke echtgenoot koste wat kost de schandpaal te vermijden; er volgde zelfs een verzoekschrift om van dit deel van de straf af te mogen zien. Toch werd ook de bestraffing met de schandpaal op 22 juli 1777 voltrokken.[5][6]

De angst bleek niet ongegrond te zijn; Marrow verloor na bekogeling aan de schandpaal, het zicht in beide ogen. Volgens de bronnen kwamen enkele duizenden mensen naar de schandpaal en waren juist de vrouwen die hier aanwezig waren het agressiefst in hun benadering van Marrow. In de eerste helft van augustus 1777 volgden nog enkele berichten over de slechte toestand waarin Marrow verkeerde na de voltrekking van de straf. Marrow verbleef in de gevangenis Clerkenwell Bridewell, zodanig ziek dat er gevreesd werd dat Marrow het leven zou laten.[5][6]