Anastasia Sjevtsjenko

Anastasia Sjevtsjenko
Algemene informatie
Volledige naam Anastasia Nukzarievna Sjevtsjenko
Geboren 23 oktober 1979
Dzjida, Boerjatië
Geboorteland Vlag van Rusland Rusland
Beroep journalist, activist
Bekend van strafzaak

Anastasia Nukzarievna Sjevtsjenko (Russisch: Анастасия Нукзариевна Шевченко; Dzjida (Boerjatië), 23 oktober 1979) is een Russisch burgerrechtenactiviste en voormalig coördinator van de Open Rusland-beweging. Zij was de eerste persoon in Rusland tegen wie een strafzaak werd aangespannen wegens deelname aan een "ongewenste organisatie" volgens de Russische wetgeving.[1] Sjevtsjenko werd erkend als politiek gevangene en gewetensgevangene door organisaties als Amnesty International[2] en Memorial. In 2021 werd ze schuldig bevonden en kreeg ze een voorwaardelijke gevangenisstraf,[3] waarna ze in 2022 naar Vilnius vluchtte. Sindsdien zet ze haar werk voort als mensenrechtenverdediger in ballingschap.

Biografie

Vroege leven en activisme

Anastasia Sjevtsjenko werd geboren in het dorp Dzjida in het district Dzjidinski van de Russische republiek Boerjatië. Haar vader, Nugzari Sukhitashvili, was een Georgiër die diende in het Sovjetleger, en haar moeder, Tamara Gryaznova, was lerares Russisch en literatuur. Sjevtsjenko studeerde af aan de Staatsuniversiteit voor Linguïstiek van Irkoetsk met de hoogste onderscheiding. Na de geboorte van haar oudste dochter, Alina, verhuisde het gezin naar het dorp Egorlykskaya in de oblast Rostov.

In 2010 raakte Sjevtsjenko betrokken bij burgeractivisme, mede geïnspireerd door de massamoord in Koesjtsjovskaja, waarbij haar vriend Vladimir Mironenko en diens familie werden vermoord. Van 2017 tot februari 2018 was ze coördinator van de Rostov-afdeling van Open Rusland, een organisatie die door de Russische overheid als "ongewenst" werd bestempeld. Tijdens de presidentsverkiezingen van 2018 leidde ze het regionale hoofdkwartier van de campagne van Ksenia Sobtsjak en was ze voorzitter van de regionale afdeling van de Burgerinitiatiefpartij.

In juni 2018 was Sjevtsjenko een van de initiatiefnemers van de protestcampagne "Ze hebben alles afgepakt, behalve ons ondergoed" (Russisch: «Обобрали до трусов»), gericht tegen de omstreden pensioenhervorming van de regering.[4]

Arrestatie en huisarrest

Op 21 januari 2019 werd Sjevtsjenko's huis doorzocht in het kader van een strafzaak wegens haar betrokkenheid bij Open Rusland, dat door het Openbaar Ministerie van Rusland was aangemerkt als "ongewenste organisatie".[5] Ze werd 48 uur vastgehouden en vervolgens onder huisarrest geplaatst door de rechtbank van het Leninsky-district in Rostov aan de Don. Tijdens haar huisarrest overleed haar dochter Alina in een ziekenhuis; Sjevtsjenko mocht haar slechts enkele uren voor haar overlijden bezoeken.[6][7]

Organisaties als Human Rights Watch en Memorial veroordeelden haar vervolging als politiek gemotiveerd.[8] Op 8 februari 2019 verklaarde Memorial haar officieel tot politieke gevangene.[1]

Strafzaak en vonnis

Op 18 februari 2021 werd Sjevtsjenko schuldig bevonden en veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van vier jaar (later teruggebracht tot drie jaar).[9] De zaak tegen haar markeerde een precedent in het gebruik van de "wet op ongewenste organisaties" om oppositie het zwijgen op te leggen.

Ballingschap en voortgezet activisme

In augustus 2022 vluchtte Sjevtsjenko naar Litouwen en vestigde zich in Vilnius.[10] De Russische autoriteiten verklaarden haar vervolgens tot voortvluchtige wegens "ontduiking van straf".[11][12]

Sindsdien spreekt ze internationaal over mensenrechten en repressie in Rusland, onder meer tijdens:

Sjevtsjenko benadrukt de noodzaak voor Russen om verantwoordelijkheid te nemen voor het beëindigen van staatsgeweld en de oorlog tegen Oekraïne.[16]

Steunbetogingen

Haar zaak leidde tot protesten in Rusland, waaronder de "Mars van Moeders Woede" (10 februari 2019) in steden als Moskou, Sint-Petersburg en Jekaterinenburg.[17] Op 31 maart 2019 kondigde Open Rusland zijn opheffing aan om verdere vervolging van activisten te voorkomen.[18]