Amalia Schoppe
| Amalia Schoppe | ||||
|---|---|---|---|---|
![]() | ||||
| Persoonsgegevens | ||||
| Volledige naam | Emerentia Catharina Amalia Sophia Weise | |||
| Pseudoniem(en) | Adalbert von Schonen, Julius von Meerheim, Marie | |||
| Ook bekend als | Amalia Schoppe | |||
| Geboortedatum | 9 oktober 1791 | |||
| Geboorteplaats | Burg auf Fehmarn | |||
| Overlijdensdatum | 29 september 1858 | |||
| Overlijdensplaats | Schenectady | |||
| Handtekening | ||||
| Opleiding en beroep | ||||
| Beroep | schrijver, journalist, kinderboekenschrijver, redacteur[1] | |||
| ||||
Emerentia Catharina Amalia Sophia Weise (Burg auf Fehmarn, 9 oktober 1791 - Schenectady, 29 september 1858), beter bekend als Amalia Schoppe, was een Duitse schrijfster. Ze publiceerde onder andere onder de pseudoniemen Adalbert von Schonen, Julius von Meerheim, en Marie.
Levensloop
Amalia was de dochter van arts Johann Friedrich Wilhelm Weise (1769–1798) en Angelica Catharina Hammer (1766-1843). Na de vroegtijdige dood van haar vader groeide Amalia op bij een oom in Hamburg. Ze leerde van hem Frans spreken, maar hij mishandelde en verwaarloosde haar ook. Hij was van mening dat een strenge opvoeding haar tot een sterker mens zou maken. In deze periode schreef Amalia haar eerste gedichten.
In 1803 keerde Amalia weer terug naar haar moeder, die in dat jaar was hertrouwd met de koopman Johann Nicolaus Burmester. Het gezin kwam door de Napoleontische oorlogen echter in financiële problemen, waardoor Amalia in 1806 een betrekking als huisdocente in Hamburg moest aannemen.
Via haar vriendin Rosa Maria Varnhagen leerde Amalia enkele dichters kennen, waaronder Justinus Kerner en Rosa's broer Karl August Varnhagen. In 1812 nam Kerner haar gedichten op in de Poetischen Almanach auf 1812 en een jaar later in Deutsch Dichterwald.
Huwelijk en echtscheiding
Door de voortdurende oorlogen vluchtte Amalia terug naar Fehmarn. Hier huwde zij in 1814 met de advocaat Friedrich Heinrich Schoppe (1787-1829). Ze kregen drie zonen, waaronder Carl Julius (1818-circa 1847) en Alphons (1821–1865).
Het huwelijk was weinig gelukkig en duurde dan ook niet lang: reeds in 1821 volgde een echtscheiding. Ze bleef echter de naam van haar echtgenoot dragen: Amalia Schoppe.
Schrijfcarrière
Nadat begin 1820 een poging om samen met Fanny Tarnow in Hamburg een opvoedingsinstituut voor meisjes op te richten, niet van de grond kwam[2], brak voor Amalia een vruchtbare periode aan als schrijfster. Ze publiceerde in ruim 40 kranten en tijdschriften en gaf in 1824 haar eerste roman uit. Haar rake schrijfstijl, zonder versierselen en onnodig ingewikkelde omschrijvingen, viel in die periode nogal op. Amalia schreef voornamelijk boeken voor de jeugd en voor een vrouwelijk publiek. Ook publiceerde ze tijdschriften als Cornelia, Pariser Modeblätter en Iduna. Daarnaast vertaalde ze werken vanuit het Frans (Alfred de Vigny), Engels (Maria Edgeworth) en Spaans (Francisco de Quevedo).
Amalia ondersteunde de auteur Friedrich Hebbel en haalde hem in de jaren 30 naar Hamburg toe. Ze zorgde er voor dat hij een studie kon betalen en zamelde ook geld in om zijn toneelstuk Judith in 1840 te kunnen opvoeren.
In april 1842 vertrok Amalia samen met haar moeder naar Jena. Daar leerde ze Karoline von Wolzogen kennen. Ze bezocht de universiteit om naar natuurwetenschappelijke voordrachten te luisteren.
In 1845 keerde Amalia weer terug naar Hamburg en hielp daar mee met de oprichting van een hogeschool voor vrouwen.
Emigratie
In augustus 1851 emigreerde Amalia Schoppe naar de Verenigde Staten, waar haar zoon Alphons reeds woonde. In New York trad ze op als verslaggever voor het Morgenblatt, totdat ze in 1854 naar Schenectady verhuisde. In deze stad verkeerde ze in de kringen van het Union College en dreef ze een stoffenwinkel. Ook gaf ze privélessen.
In het voorjaar van 1858 kreeg Amalia een beroerte en op 29 september overleed zij.
Werken

Amalia Schoppe was een productief schrijfster met zo'n 130 boekwerken. Daarnaast publiceerde ze verhalen en gedichten in tijdschriften en heeft ze ook zelf de redactie van diverse tijdschriften verzorgd. Haar boeken zijn onder andere vertaald naar het Nederlands.
Een groot deel van haar romans zijn historisch van aard. Overigens nam ze het niet heel nauw met de historische feiten en vulde ze de hoofdpersonages naar eigen inzicht in.
Haar werken voor de jeugd hebben een educatief en moraliserend karakter.[3]
Hieronder volgt een selectie van haar werken:
- Eugenie (1824), debuutroman
- Die Verwaisten (1825), roman
- Iwan, oder die Revolution von 1762 in St. Petersburg (1826), historische roman
- Das braune Hedchen (1828), sprookje
- Die Helden und Götter des Nordens (1832)
- Die Braut, Gattin und Mutter, Ein Festgeschenk für Deutschlads gebildete Frauen (1839)
- Die Schlacht bei Hemmingstädt (1840), historische roman
- Der bürgerliche Haushalt in seinem ganzen Umfange (1845)
- Die Holsteiner in Amerika (1858), vertelling voor kinderen
- (de) Gatter, Nikolaus, Schoppe, Amalia. Neue Deutsche Biographie 23 (2007).
- (de) Carstens, Carsten Erich, Schoppe, Amalia. Allgemeine Deutsche Biographie 32 (1891).
- ↑ https://www.wechanged.ugent.be/wechanged-database/; WeChangEd.
- ↑ (de) Mendheim, Max, Tarnow, Fanny. Allgemeine Deutsche Biographie 37 (1894).
- ↑ (en) Dijk, Suzanna van (2004). I Have Heard about You: Foreign Women's Writing Crossing the Dutch Border : from Sappho to Selma Lagerlöf. Uitgeverij Verloren, p. 260. ISBN 978-90-6550-752-5.
