Alpenwolfsklauw
| Alpenwolfsklauw | ||||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Taxonomische indeling | ||||||||||||
| ||||||||||||
| Soort | ||||||||||||
| Diphasiastrum alpinu (L.) Holub (1975) | ||||||||||||
| Afbeeldingen op | ||||||||||||
| Alpenwolfsklauw op | ||||||||||||
| ||||||||||||
De alpenwolfsklauw (Diphasiastrum alpinum, basioniem: Lycopodium alpinum) is een giftige, vaste plant, die behoort tot de wolfsklauwfamilie (Lycopodiaceae). De plant komt van nature voor in Midden- en Centraal-Europa en in Noord-Amerika. In Wallonië is de soort niet meer aanwezig. Het aantal chromosomen is 2n = 44, 46 of ongeveer 48.[1]
De plant heeft een blauwgroene kleur. De liggende stengels worden 30-70 cm lang en wortelen hier en daar met adventiefwortels. De rechtopstaande stengels zijn 6-10 cm lang en zijn dicht bebladerd met vier rijen tegen de stengels aangedrukte bladeren. De steriele spruiten zijn vierkantig en gewoonlijk niet afgevlakt (op schaduwplaatsen wel iets afgevlakt). De 0,7-1,5 mm lange en 0,8 mm brede bladeren aan de voorkant zijn duidelijk gesteeld en knievormig. De lancetvormige bladeren aan de voorkant en achterkant zijn even groot. De lichtgele, lancetvormige, toegespitste, 1,1-2,5 cm lange sporenaren hebben een korte steel. De 2 × 1,2 mm grote, dakpansgewijs gerangschikte sporofyllen zijn breed-ovaal en hebben een vliezige, onregelmatig getande rand. De sporangia zijn ingekapseld.
De sporen rijpen in juli, augustus en september.
Illustratie van Hippolyte Coste
Planten
Liggende stengel
Sporenaren
Sporenaren
Externe links
- Alpenwolfsklauw op Wilde planten
- The Plant List met synoniemen
- (fr) Lycopodium alpinum op Tele Botanica
- Lycopodium alpinum in de Flora of China
- ↑ Erich Oberdorfer: Pflanzensoziologische Exkursionsflora für Deutschland und angrenzende Gebiete. 8. Auflage. Stuttgart, Verlag Eugen Ulmer, 2001. Seite 67. ISBN 3-8001-3131-5