Grote vossenstaart
| Grote vossenstaart | ||||||||||||||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
![]() | ||||||||||||||||||||||
| Taxonomische indeling | ||||||||||||||||||||||
| ||||||||||||||||||||||
| Soort | ||||||||||||||||||||||
| Alopecurus pratensis L. (1753) | ||||||||||||||||||||||
| Afbeeldingen op | ||||||||||||||||||||||
| Grote vossenstaart op | ||||||||||||||||||||||
| ||||||||||||||||||||||
Grote vossenstaart (Alopecurus pratensis) is een plantensoort uit de grassenfamilie (Poaceae).
Etymologie
De naam van het geslacht vossenstaart verwijst naar de pluimvormige bloeiwijze, die zou lijken op de staart van een vos. Van alle in Nederland voorkomende soorten uit het geslacht wordt grote vossenstaart het grootst. Vroeger werd deze soort soms ook beemdvossestaart, weidevossestaart of weidebeemdvossestaart genoemd.
Determinatie
Grote vossenstaart is een vaste, kruidachtige plant die zoden kan vormen. Ze kan een hoogte bereiken van ± 1,2 m. Haar gladde blad is groen (enigszins naar blauw neigend), onbehaard en tot 10 mm breed. Wel is het blad soms aan de achterzijde iets ruw. De ribben op de bladbovenzijde zijn vrij ver van elkaar geplaatst. Het tongetje (ligula) is min of meer vierkant en 1–2,5 mm lang. Grote vossenstaart vormt rechtopgaande, soms aan de voet geknikte bloeistengels en met korte uitlopers. De plant bloeit van april tot juni en vaak voor een tweede keer in augustus tot oktober. De aartjes zijn afgeplat en ovaal. Ze zijn 4–6 mm lang, eenbloemig en behaard met lange wimperharen. Op het onderste kroonkafje zit een kafnaald. Aan ieder takje zitten vier tot tien aartjes, die samen een dichte, smalle aarpluim vormen en die tot 13 cm lang kan worden. De aarpluim is grijsachtig groen tot purperkleurig en voelt zacht aan. De helmhokjes met tot 4 mm lange helmknoppen zijn bleeklila, soms crèmegeel, gekleurd. De aarpluim bloeit van boven naar beneden, waarbij als eerste de stempels tevoorschijn komen. De vrucht is een graanvrucht.
Ecologie
Grote vossenstaart komt voor op eutrofe, vochthoudende, iets kalkrijke grond in graslanden, uiterwaarden, dijken, bermen en lichte loofbossen. De plant verdraagt tijdelijke overstromingen goed.
Syntaxonomie
In de syntaxonomie staat grote vossenstaart binnen de graslanden te boek als zwakke kensoort voor het verbond van grote vossenstaart.
Grote vossenstaart is een indicatorsoort voor het mesofiel hooiland (hu) subtype Glanshavergrasland, een karteringseenheid in de Biologische Waarderingskaart (BWK) van Vlaanderen en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest.
Gebruik
Grote vossenstaart is in het vegetatieve stadium een erg voedzame (hoge voederwaarde) plant en een van de vroegst bloeiende grassoorten. Ze is door het vroege doorschieten echter niet geschikt als weidegras.
In het verleden werd zaad geoogst van grote vossenstaart voor de inzaai van weilanden, vanwege de in het voorjaar vroege ontwikkeling. Vooral in Duitsland.
Fotogalerij
Tongetje bij grote vossenstaart
Tongetje bij grote vossenstaart
Helmhokjes bleeklila
Helmhokjes crème-geel
Externe links
- Grote vossenstaart op Flora van Nederland
- Grote vossenstaart in het Nederlands Soortenregister
- Verspreiding in Nederland volgens NDFF Verspreidingsatlas
- Kaarten met waarnemingen:
.jpg)