Alexander P. Stewart

Alexander Peter Stewart
Alexander P. Stewart tijdens de Amerikaanse Burgeroorlog
Alexander P. Stewart tijdens de Amerikaanse Burgeroorlog
Bijnaam Old straight
Geboren 2 oktober 1821
Rogersville, Tennessee
Overleden 30 augustus 1908
Biloxi, Mississippi
Rustplaats Bellefontaine Cemetery
Saint Louis, Missouri
Land/zijde Verenigde Staten
Geconfedereerde Staten van Amerika
Onderdeel United States Army
Confederate States Army
Dienstjaren 1842-1845 (USA)
1861-1865 (CSA)
Rang tweede luitenant (USA)

luitenant-generaal (CSA)

Eenheid 3rd U.S. Artillery Regiment
Bevel 2nd brigade, 1st division, First Corps (Army of Tennessee)
Stewart’s Division
Third Corps (Army of Tennessee)
Army of Tennessee
Slagen/oorlogen Amerikaanse Burgeroorlog
Ander werk Professor, voorzitter van de Universiteit van Mississippi, commissaris voor het nationaal park van Chickamauga en Chattanooga

Alexander Peter Stewart (Rogersville, 2 oktober 1821Biloxi, 30 augustus 1908) was een Amerikaans militair en academicus. Tijdens de Amerikaanse Burgeroorlog was hij een generaal in het Confederate States Army en vocht mee in de meeste veldslagen aan het westelijke front. Aan het einde van de oorlog was hij kort bevelhebber van het Army of Tennessee.

Vroege jaren

Stewart werd geboren op 2 oktober 1821 in Rogersville, Tennessee. Over zijn jeugd is niet veel gekend. Hij studeerde af aan de United States Military Academy in West Point in 1842 als twaalfde in een klas van 56 kadetten. Hij werd benoemd tot tweede luitenant in het 3rd U.S. Artillery Regiment. Op 31 mei 1845 nam hij ontslag uit het leger[1] om professor wiskunde en experimentele filosofie aan de Cumberland University in Lebanon, Tennessee te worden.[2] Later zou hij deze functie ook uitoefenen aan de University of Nashville.

Amerikaanse Burgeroorlog

Tijdens de stijgende spanningen tussen Noord en Zuid was Stewart fel gekant tegen de secessie van zijn thuisstaat. Toen Tennessee zich toch afscheurde van de Verenigde Staten van Amerika aanvaarde hij op 17 mei 1861 een benoeming tot majoor in de artillerie van de militie van Tennessee. Enkele maanden later nam bij formeel dienst in het Confederate States Army als majoor in de artillerie.[1]

Op 8 november 1861 werd Stewart bevorderd tot brigadegeneraal. Hij werd aangesteld als bevelhebber van de 2de brigade in de 2de divisie die gelegerd was in het Columbus District die deel uitmaakte van Departement No. 2 (de voorloper van het Departement of Tennessee) en onder bevel stond van Leonidas Polk. Stewart bleef op post tussen 16 november en eind december tot zijn brigade naar Departement No. 1 gestuurd werd. Daar zouden ze blijven tot in februari 1862. Daarna werd zijn brigade naar westelijk Kentucky gestuurd en toegevoegd aan de divisie van generaal-majoor John P. McCown. McCown leidde de verdediging van New Madrid tot hij zich genoodzaakt zag om de stad op te geven en zich terug te trekken naar de Mississippi. Op 1 april werd Stewarts brigade toegevoegd aan de divisie van brigadegeneraal Charles Clark die deel uitmaakte van Albert Sidney Johnstons Army of Mississippi die zich opmaakte om de Noordelijken bij Pittsburg Landing aan te vallen. Tijdens de Slag bij Shiloh viel Stewart op de eerste dag het Noordelijke centrum aan in wat al vlug "Hornet's Nest" zou genoemd worden.

Na de dood van Johnston op de tweede dag van de slag nam generaal P.G.T. Beauregard het bevel van het leger op zich. Beauregard trok zich terug op Corinth waar ze belegerd werden door de noordelijke troepen. Kort daarna werd Beauregard vervangen voor Braxton Bragg, een persoonlijke vriend van president Jefferson Davis. Bragg verplaatste het leger naar Chattanooga, Tennessee in voorbereiding op de invasie van Kentucky. Tijdens de Kentuckyveldtocht nam Stewarts brigade deel aan de Slag bij Perryville in Benjamin F. Cheathams divisie aan de rechterflank van het leger. Eind 1862 werd het Army of Mississippi omgedoopt tot het Army of Tennessee waarin Stewart en zijn brigade nog altijd in dezelfde divisie van Cheatham ingezet werden tijdens de Slag bij Stones River.

Op 2 juni 1863 werd Stewart bevorderd tot generaal-majoor[1]. Zijn divisie maakte deel uit van William Hardees korps tijdens de Tullahomaveldtocht. Stewarts divisie werd tijdens de Slag bij Hoover's Gap verslagen door de Noordelijken onder leiding van generaal-majoor George Henry Thomas. Daarna werd zijn divisie toegevoegd aan generaal-majoor Simon Bolivar Buckners korps en vochten ze mee in de Slag bij Chickamauga waarin Stewart op 19 september gewond raakte.[1] Tijdens de nacht werd Buckners korps naar de linkerflank overgebracht en onder leiding van luitenant-generaal James Longstreet geplaatst. Na Chickamauga werd Buckner door Bragg van zijn commando ontgeven en vertrok Longstreet met zijn korps om Knoxville te heroveren. Stewarts divisie bleef in Chattanooga en werd ingedeeld in het korps van generaal-majoor John Breckinridge. Stewart werd tijdens de Slag bij Missionary Ridge ingezet op het uiterste punt van de linkerflank.

Tijdens de Atlantaveldtocht nam Stewart deel aan de veldslagen bij Rocky Face Ridge, Resaca en New Hope Church terwijl hij een divisie in John Bell Hoods korps aanvoerde. Toen generaal-majoor William W. Loring de plaats innam van Leonidas Polk nadat deze gedood werd door een kanonskogel, nam Stewart Lorings plaats in als bevelhebber van het Third Corps in het Army of Tennessee. Stewart werd op 23 juni 1864 tijdelijk bevorderd tot luitenant-generaal.[1] Hij voerde zijn korps aan tijdens de Slag bij Peachtree Creek en de Slag bij Ezra Church waar hij op 28 juli gewond raakte aan zijn hoofd.[1]

Na de val van Atlanta en de daaropvolgende Franklin-Nashvilleveldtocht, onder de nieuwe aanvoerder van het Army of Tennessee John Bell Hood, bleef Stewart aan het hoofd van zijn korps staan. Hij nam deel aan de Tweede Slag bij Franklin in november en de desastreuze Slag bij Nashville in december 1864. Tijdens de eerste dag kreeg zijn korps zware klappen. De Noordelijken slaagden tijdens de tweede dag erin om de linies van Stewart te doorbreken en het Army of Tennessee zette het op een lopen. De restanten van het leger werden ingezet tijdens de Carolina's-veldtocht onder algemeen bevel van generaal Joseph E. Johnston. Hij plaatste Stewart aan het hoofd van het Army of Tennessee dat toen amper nog 5.000 soldaten telde. Op 26 april 1865 gaf Stewart zich over. Hij werd op 1 mei 1865 vrijgelaten in Greensboro, North Carolina.[1]

Latere jaren

Na de oorlog vestigde Stewart zich in 1869 in Missouri waar hij werkzaam was in het verzekeringswezen. In 1874 verhuisde hij naar Mississippi waar hij diende als Chancellor in de University of Mississippi, een post die hij tot in 1886 bekleedde. Tussen 1890 en 1908 was hij commissaris voor het Chickamauga and Chattanooga National Military Park. Stewart overleed op 30 augustus 1908 in Biloxi, Mississippi. Hij werd begraven in Bellefontaine Cemetery in Saint Louis, Missouri.[1]

In 1919 werd er een standbeeld onthuld van Stewart voor het Hamilton County Courthouse in Chattanooga, Tennessee.

Zie ook

Lijst van generaals in de Amerikaanse Burgeroorlog (Confederatie)