Alcoholpromillage

Voor het gehalte aan alcohol in alcoholische dranken, zie het artikel: Alcoholpercentage.

Het alcoholpromillage geeft aan hoeveel promille alcohol in iemands bloed zit. Hierbij komt 1 ‰ overeen met een massaconcentratie van 1 mg ethanol per ml bloed.

Er bestaan verschillende testen om te onderzoeken of iemand (te veel) alcohol genuttigd heeft:

  • Alcoholademtest of blaastest. Een globale screening kan worden gedaan met een draagbaar blaasapparaatje; voor een nauwkeurigere bepaling is een groter gekalibreerd apparaat nodig. Hiermee wordt het adem-alcoholgehalte (AAG) bepaald. Hierbij worden door middel van een apparaat sporen van alcohol opgespoord in de uitgeademde lucht. De hoeveelheid alcohol wordt uitgedrukt in microgram alcohol per liter uitgeademde lucht. 220 μg/l correspondeert (bij gezonde mensen) met 0,5 promille alcohol in het bloed.
  • Bloedtest. Hiermee wordt het bloed-alcoholgehalte (BAG) gemeten. In een laboratorium kan het alcoholpromillage bepaald worden in bloed dat wordt verkregen door een bloedafname.

In de Nederlandse wegenverkeerswet en in de Belgische wegverkeerswet is bepaald dat een alcoholgehalte van 220 µg/l in de adem of 0,5 gram alcohol per liter in het bloed strafbaar is. Deze 0,5-promillegrens, die ook in veel andere landen gehanteerd wordt, komt ongeveer overeen met twee standaardeenheden bier, wijn of sterkedrank waarbij de hoeveelheid van een standaardeenheid afhangt van het soort drank.

Zie ook

Zie de categorie Blood alcohol content statistics van Wikimedia Commons voor mediabestanden over dit onderwerp.