Albert G. Jenkins
| Albert Gallatin Jenkins | ||
|---|---|---|
![]() | ||
Jenkins in uniform ca. 1862 | ||
| Geboren | 10 november 1830 Cabell County, in het huidige West Virginia | |
| Overleden | 21 mei 1864 Pulaski County, Virginia | |
| Rustplaats | Spring Hill Cemetery, Huntington, West Virginia | |
| Land/zijde | ||
| Onderdeel | ||
| Dienstjaren | 1861-1864 (CSA) | |
| Rang | ||
| Slagen/oorlogen | Amerikaanse Burgeroorlog
| |
| Albert G. Jenkins | ||||
|---|---|---|---|---|
![]() | ||||
| Lid van het Huis van Afgevaardigden voor het 11de district van Virginia | ||||
| Aangetreden | 4 maart 1857 | |||
| Einde termijn | 3 maart 1861 | |||
| Voorganger | John S. Carlile | |||
| Opvolger | John S. Carlile | |||
| ||||
Albert Gallatin Jenkins (Cabell County, 10 november 1830 – Pulaski County, 21 mei 1864) was een Amerikaanse politicus en militair. Tussen 1857 en 1861 zetelde hij in het Huis van Afgevaardigden voor de Democratische Partij. Tijdens de Amerikaanse Burgeroorlog diende hij als brigadegeneraal in het Confederate States Army.
Vroege jaren
Jenkins werd geboren op 10 november 1830 in Cabell County, die toen nog deel uitmaakte van Virginia. Zijn ouders, kapitein William Jenkins en Jeanette Grigsby McNutt, waren welgestelde plantage-eigenaren. Tot zijn vijftien jaar kreeg hij privé-onderwijs. Daarna liep hij school aan de Marshall Academy. In 1848 studeerde hij af aan de Jefferson College in Canonsburg, Pennsylvania. Twee jaar later behaalde hij zijn rechtendiploma aan de Harvard Law School.
Politieke loopbaan
In 1850 werd hij toegelaten tot de balie in Virginia en opende hij een advocatenkantoor in Charleston. Jenkins werd gekozen als delegatielid voor de Democratische Nationale Conventie in Cincinnati, Ohio in 1856. In hetzelfde jaar werd hij verkozen om te zetelen in het Huis van Afgevaardigden voor de Democratische Partij. Hij werd herverkozen en zou tot 3 maart 1861 zetelen in het Amerikaanse congres. Jenkins huwde op 15 juli 1858 met Virginia Southard Bowlin. Ze kregen samen vier kinderen, namelijk James Bowlin, Alberta Gallatin, Margaret Virginia en George.[1] Hij erfde in 1859 een deel van de plantage van zijn vader.
Amerikaanse Burgeroorlog
Na het uitbreken van de Amerikaanse Burgeroorlog en de secessie van zijn thuisstaat nam Jenkins in maart 1861 ontslag uit het Amerikaanse congres. Hij rekruteerde een eenheid van partisan rangers die in juni officieel opgenomen werd in het Confederate States Army als een deel van het 8th Virginia Cavalry Regiment. Jenkins werd verkozen tot kolonel van het nieuwe cavalerieregiment. Op 17 juli 1861 kreeg hij zijn vuurdoop tijdens de Slag bij Scary Creek. Toen zijn bevelhebber, George S. Patton Sr., gewond raakte, nam Jenkins het commando over en versloeg hij samen met zijn strijdmacht de Noordelijken. De rest van 1861 zouden ze het de Noordelijken moeilijk maken in westelijk Virginia. Begin 1862 werd Jenkins verkozen om te zetelen in het Congres van de Geconfedereerde Staten van Amerika. Na zijn bevordering tot brigadegeneraal op 1 augustus 1862 keerde hij terug naar het front. Tijdens de herfst voerde hij verschillende aanvallen uit op de Noordelijke strijdkrachten en hun aanvoerlijnen, waaronder de belangrijke Baltimore and Ohio Railroad.
In september 1862 voerde de cavalerie van Jenkins een raid uit in noordelijk Kentucky en westelijk Virginia. Ze slaagden er zelfs in om kort Ohio binnen te trekken. Dit was de eerste keer dat Zuidelijke strijdkrachten voet zetten in Noordelijk gebied. In november 1862 werd hij aangeklaagd door een jury in Cabell County voor verschillende onregelmatigheden tijdens zijn raid.[1] Hij werd in december door Robert E. Lee overgeplaatst naar de Shenandoahvallei.
Hij bracht de winter door met het zoeken naar voorraden en eten om in maart 1863 een nieuwe raid uit te voeren in westelijk Virginia. Hij hoopte hiermee de publieke opinie te beïnvloeden tijdens de officiële procedures om van westelijk Virginia een nieuwe staat te maken (wat op 20 juni 1863 toch een feit was met de oprichting van West Virginia).
Tijdens de Gettysburgveldtocht beschermde de cavaleriebrigade van Jenkins de flanken van het Second Corps van het Army of Northern Virginia onder luitenant-generaal Richard Ewell. Zijn brigade rukte op via de Cumberlandvallei en veroverde Chambersburg in Pennsylvania waar ze alle spoorweginfrastructuur vernietigden. Tijdens deze invasie werden onder toezicht van Jenkins honderden (vooral vrije) Afro-Amerikanen ontvoerd en afgevoerd naar de slavenmarkten van de Zuidelijke Staten.[2]
Slag bij Cloyd's Mountain

Zijn brigade sloot zich opnieuw aan bij het Second Corps van Ewell en vocht een korte schermutseling uit met Noordelijke militie bij Sporting Hill. Tijdens de Slag bij Gettysburg raakte Jenkins gewond op de tweede dag en speelde hij verder geen rol meer tijdens deze slag. Pas in de herfst van 1863 was hij voldoende hersteld om terug te keren naar zijn brigade. Tot in het voorjaar van 1864 rekruteerde en organiseerde hij zijn strijdmacht. In mei werd hij aangesteld als bevelhebber van het Department of Western Virginia. Toen Jenkins berichten kreeg over een Noordelijke strijdmacht, onder leiding van brigadegeneraal George Crook, die zijn richting uitkwam, trad hij de Noordelijken tegemoet. Op 9 mei 1864 raakte hij ernstig gewond tijdens de Slag bij Cloyd's Mountain. Hij werd gevangen genomen. De laatste spoorweg tussen Tennessee en Virginia was onklaar gemaakt.
Een Noordelijke chirurg amputeerde de arm van Jenkins. Hij overleed echter twaalf dagen later aan zijn verwondingen. Jenkins werd begraven in de New Dublin Presbyterian Cemetery. Na de oorlog werd zijn stoffelijk overschot herbegraven bij zijn huis in Greenbottom, niet ver van Huntington, West Virginia. Nog later kreeg hij een laatste rustplaats in het Spring Hill Cemetery in Huntington.
Nalatenschap

Het huis van Jenkins, Green Bottom, wordt nu beheerd door het U.S. Army Corps of Engineers.
In 1937 werd in de Marshall University de Jenkins Hall ingehuldigd. In 2018 besloot de universiteit de naam te behouden en informatiepanelen aan te brengen met de nodige context over de rol van Jenkins tijdens de Amerikaanse Burgeroorlog.[3]
In 2005 werd in Mechanicsburg, Pennsylvania een monument opgericht ter ere van generaal Jenkins voor zijn rol tijdens de Gettysburgveldtocht.[4] Het werd in 2020 opnieuw verwijderd.[5]
Zie ook
Lijst van generaals in de Amerikaanse Burgeroorlog (Confederatie)
Voetnoten
- 1 2 Wallace, George Selden (1997). Cabell County Annals and Families, 2nd. Clearfield Company, pp. 419.
- ↑ The Confederate "Slave Hunt" and the Gettysburg Campaign (28 september 2025).
- ↑ Marshall University (7 July 2020). Board of Governors votes to remove name from campus building. Persbericht.
- ↑ (Summer 2005). Monuments Dedicated!. Gearchiveerd op 16 juli 2011. The Bugle 15 (2)
- ↑ Dickinson College History Course 288 page, citing Harrisburg Patriot-News coverage (July 3, 2020), bekeken op 28 september 2025.
Bronnen
- Dit artikel of een eerdere versie ervan is een (gedeeltelijke) vertaling van het artikel Albert G. Jenkins op de Engelstalige Wikipedia, dat onder de licentie Creative Commons Naamsvermelding/Gelijk delen valt. Zie de bewerkingsgeschiedenis aldaar.
- Eicher, John H., and David J. Eicher, Civil War High Commands. Stanford: Stanford University Press, 2001. ISBN 978-0-8047-3641-1.
- Evans, Clement A., ed. Confederate Military History: A Library of Confederate States History. 12 vols. Atlanta: Confederate Publishing Company, 1899. OCLC 833588.
- Sifakis, Stewart. Who Was Who in the Civil War. New York: Facts On File, 1988. ISBN 978-0-8160-1055-4.
- Warner, Ezra J. Generals in Gray: Lives of the Confederate Commanders. Baton Rouge: Louisiana State University Press, 1959. ISBN 978-0-8071-0823-9.
- Tagg, Larry. The Generals of Gettysburg. Campbell, CA: Savas Publishing, 1998. ISBN 1-882810-30-9.
- Warner, Ezra J. Generals in Gray: Lives of the Confederate Commanders. Baton Rouge: Louisiana State University Press, 1959. ISBN 978-0-8071-0823-9.
